Spelen als opvoeding

Tijd voor deel twee van de ontwikkelingen rondom het thema ‘kinderen en leren’.

Stop die bemoeienis
Vorige keer had ik het over de nadelige effecten van straffen en belonen bij kinderen. Laten we nu nog een stapje verder gaan, we zijn er nou toch. Er is namelijk ook Peter Gray; een wat oudere deskundige met enorme bagage (in positieve zin), vriendelijk, doch niet van zijn stuk te brengen. Hij pleit ervoor dat we ons überhaupt veel minder bemoeien met het leerproces van kinderen. Hij heeft onder andere uitvoerig onderzoek gedaan naar opvoeding van kinderen in inheemse stammen. Wat bleek? Van opvoeding was geen sprake! Uit welke hoek van de wereld ook: de kinderen in deze oorspronkelijke samenlevingen gingen gewoon hun gang (na peuterleeftijd), net als hun ouders.

Culturele lessen
Hoe worden die kinderen dan onbeschadigd groot? Wat ook unaniem gold, was dat de kinderen speelden met de dingen en thema’s die belangrijk zijn in hun cultuur. En ook voor de sekse die zij hebben, mocht er differentiatie bestaan op basis hiervan. Jongetjes speelden met pijl en boog, alle kinderen deden aan spoorzoeken, etcetera. Zo leerden ze precies wat ze nodig hadden als volwassene. Ze kwamen ook in aanraking met ‘gevaar’, zoals scherpe messen en wilde dieren. Gray detecteerde wel enige voorzorg; de gifpijlen werden veilig opgeborgen. Maar verder mochten de kinderen helemaal zelf op onderzoek uitgaan.

Alle vingers zitten er nog aan
En wat bleek? De kinderen moordden elkaar en zichzelf niet uit! Sterker nog, ze waren tevreden kinderen die probleemloos gezonde, evenwichtige volwassenen werden. Met alle vingers en tenen nog aanwezig. Zeuren en piepen deden de kinderen niet. De ouders evenmin. Ouders keken niet of kinderen wel goed recht sneden, of dat ze niet te luid door het dorp stampten. Het kind werd volledig vrijgelaten om zichzelf te ontplooien- en dat deed hij dan ook.

Het einde van leergierigheid
Veel ander onderzoek leidt tot hetzelfde inzicht, aldus Gray: kinderen spelen vanzelf met wat belangrijk is voor hun cultuur. Ze zijn nieuwsgierig naar deze dingen, willen leren hoe ze als groot mens hun plek in hun cultuur kunnen vinden. Dat zit in kinderen (waarom denk je dat onze kinderen zo aan hun beeldschermen vastgeplakt zitten…?). Totdat deze leergierigheid er in scholen uitgewerkt wordt. Opeens vertelt een volwassene wat alle kinderen van de klas op enig moment van de dag moeten doen. En ook op hetzelfde niveau en dezelfde manier. Met alle buitenschoolse activiteiten blijft er tenslotte bedroevend weinig tijd voor kinderen over om die leergierige aard zelf te volgen, teneinde hun talenten te ontwikkelen en hun plek in de wereld te vinden.

Scholen met messen
Verandering is echter gaande. De manier van de oorspronkelijke samenlevingen wordt tegenwoordig op sommige scholen toegepast. Vrij spelen in een omgeving vol mogelijkheden, met alleen op verzoek volwassen ondersteuning. Hierbij is het mengen qua leeftijden ook onderdeel. De jongere kinderen leren van de oudere; de oudere kinderen leren zorgen voor de jongere. De kinderen van deze scholen worden doorgaans probleemloos tot de beste universiteiten toegelaten. O en ook hier verliezen de kinderen geen vingers aan scherpe messen.

Gray voor thuis
Hoe kun je dit alles thuis toepassen? Gray legt de nadruk op vrij spelen (precies zoals de kinderen uit de oorspronkelijke stammen doen). Dat ‘vrije’ is essentieel. Dus het spelen van een voetbalwedstrijd, waarbij de grote mensen je vanaf de zijlijn toeschreeuwen, telt niet. Net als het spelen onder het wakende oog van de juf. Of een hut bouwen met papa (het kàn wel, maar is het niet vrij spelen). Gewoon, helemaal je eigen ding doen als kind, wetende dat niemand je beoordeelt. Dan pas kan de essentie van het kind goed tot uiting komen -en zich dus ontwikkelen.

Vrijheid en kaders
Natuurlijk leven we in een wereld waarin je kinderen niet zomaar overal los kunt laten. Maar er zijn altijd momenten waarop dit wel kan. Geef je kind de kans om jou te verbazen. Geef haar de kans om te leren vallen èn opstaan. Om zich te vervelen en vervolgens te ontdekken hoeveel creativiteit ze in zich heeft. (Da’s een mooie brug naar Kim John Payne’s ‘simplicity parenting’. Maar daarover een andere keer meer ;-).) Overigens hoeft vrij spelen geen ouderlijke desinteresse te betekenen. Natuurlijk is het geïnteresseerd zijn in de activiteiten en belevingen van je kind waardevol. Zolang er ook dan geen oordeel geveld wordt.
Kanttekening: ieder kind is uniek en de één zal meer grenzen en begeleiding nodig hebben dan de ander. Dus ook hier geldt weer: leer het unieke kind kennen. Wat ik met deze blogs wil bereiken is je blik verruimen, zodat je meer keuze hebt in hoe je met kinderen omgaat. Hopelijk heb je er bij deze weer wat gereedschap bij!

Vragen hierover? Of loop je tegen iets specifieks aan met je kind? Heeft je kind iets waar hij of zij zelf mee kampt? Voel je vrij om contact met mij op te nemen.

Nieuwetijdskinderen

Over de (school-)kinderen van nu

Hondjes in de kantlijn

Eind 1988 werd ik geboren op het platteland van Groningen. Veel groen, veel ruimte. Mijn schoolleven startte overzichtelijk, op een basisschool met 100 leerlingen, in een rustig dorpje. Een geluk daarbij was dat mijn moeder destijds thuis was voor ons, kinderen. Tussen de middag kon ik naar huis, mijn schoenen uitdoen (dat was heel belangrijk) en in mijn eigen ruimte zijn (net zo belangrijk). Opgeladen en ontladen kon ik dan de middag in. Tekenschriften verslond ik. De één na de ander tekende ik vol en nam daarin ook gelijk andere, daar niet voor bestemde schriftjes mee. Omdat we met z’n 21-en waren in de klas, was er ruimte voor het individuele kind. Dat ik in de kantlijn van mijn taalschrift wel eens een hondje neerzette, dat was gewoon Marieke, die tekende graag. Natuurlijk waren er ook hobbels op de weg. Zo was hooggevoeligheid in die tijd nog helemaal niet in beeld, waardoor toen al een belangrijk deel van mij niet gezien werd. Een deel wat ik daarom uit noodzaak begon weg te stoppen.


Steeds voller hoofd, steeds stiller lichaam

Hoe anders dan het rustige dorpsschooltje was de middelbare school voor mij. Ik ging naar de Grote Stad (Groningen), naar een school met 800 tot 1000 leerlingen. Pubers, die rookten op het schoolplein en ruzie zochten met de docenten. Die laatsten zagen na jou nog vijf klassen met andere kinderen. Vooral zwaar vond ik de uren van stilzitten. Een heel uur op een stoel, luisteren en moeten doen waar mijn hart niet lag. Van pure ellende nam ik een houtblokje mee uit het technieklokaal en begon onder de les met mijn breekmes er een rondje van te slijpen. Totdat de wiskundeleraar het zag en er een stekende opmerking over maakte, waardoor de klas mij vrolijk uitlachte. Ik mocht niet meer tekenen tijdens uitleg, of in de kantlijn van huiswerk. Als ik ontspannen op mijn stoel zat, werd ik zelfs door mijn klasgenootjes gecorrigeerd. Rechtop zitten, ogen op de docent, stil zijn. Van het stilzitten kreeg ik het ijskoud. Mijn lichaam had beweging nodig! Ook om al die informatie van mijn hoofd mijn lijf in te krijgen. Nu stapelde het zich op. Mijn hoofd werd voller en voller en mijn lichaam stiller en stiller. Gevoelig als ik was, reageerde ik tevens erg op de onpersoonlijke en vaak disharmonische sfeer in de klas. Ik zat soms huilend in de klas (door andere omstandigheden) en de docent zag het niet (of deed alsof). Wat mijn leven daarbij erg stressvol maakte, waren het constant beoordeeld worden (5,5 of hoger!) en het huiswerk. Opeens volgde school me tot in mijn veilige haven! Maar goed, ik was een brave leerling die geen heibel schopte, dus niemand maakte zich zorgen.

One size fits all

Op mijn zeventiende was het tijd om een carrière te kiezen. Ik koos Diermanagement (na een jaar Communicatiesystemen, maar deze omschrijving geldt voor beide). Ik hield van dieren, mensen en vormgeven en volgde mijn hart. Weer liep ik echter tegen de manier van lesgeven aan. Enorme leerboeken; soms wel 1000 pagina’s vol met informatie, tot in de kleinste, meest zinloze details. Stilzitten. Soms 3 uur achtereen in hetzelfde hoorcollege. Het woord zegt het al: je mag alleen horen. In een donkere zaal zonder daglicht staarden we naar de docent die opdreunde wat er op de powerpoint-presentatie stond. Ook nu werden intuïtie en contact met je lichaam totaal niet belangrijk geacht. Je hoofd, daar ging het om. Daar moest in zo’n kort mogelijke tijd zoveel mogelijk kennis in. Ook nu weer keiharde deadlines, begin- en eindtijden en regels. Voor een gevoelige Marieke soms niet te volgen. Dan stond er op BlackBoard een melding dat we naar lokaal B moesten in plaats van A en kregen we een mailtje dat de deadline van ons huiswerk toch verschoven werd. O ja en als je kijkt op de monitor in de hal, dan zie je de actuele lestijd van je vak. Al die kanalen, al die regels en prikkels, het werkte niet zoals ik werkte. Maar ik moest maar werken zoals het systeem werkte. En ik wilde het zó graag goed doen, dat ik me krampachtig aan probeerde te passen.

Welkom in de ratrace

Het zal je niet verbazen dat ik, na zoveel jaren training, op diezelfde gestreste en hoofdige manier mijn werkende leven in stoomde. Met totale veronachtzaming van mijn lichaam, gevoel en geestelijke gezondheid. Terwijl mijn systeem mij zoveel te vertellen had! Het reageert feilloos op sferen, subtiele zintuigelijke prikkels en mijn interne ‘klimaat’. Dit heb ik allemaal moeten leren toen ik in een zware burn out belandde en niet begreep waarom ik niet met het systeem mee kon komen. Ik voelde me niet goed genoeg, falend.


Kinderen van nu

Ik deel deze ervaring, omdat er steeds meer hooggevoelige kinderen geboren worden. Dit noemt men ook wel nieuwetijdskinderen. Kinderen die een rijk gevoelsleven hebben, creatief en intuïtief zijn en subtiele prikkels opvangen. Kinderen die het nodig hebben in contact te staan met zichzelf en de natuur. Die tussen de sommetjes door misschien even willen bewegen, of hondjes in de kantlijn moeten tekenen, om hun hersenhelften in balans te brengen. Kinderen voor wie grote groepen en een op correctie gerichte hiërarchie niet werken. Kinderen die soms moe en overprikkeld zijn en dan niet kunnen functioneren, ook al wil de school van wel. Mijn hart gaat uit naar deze kinderen.

Levenslessen en carrièrelessen

Wat was mijn leven anders gelopen als we op school geregeld aardingsoefeningen hadden gedaan. Als we vrijer mochten bewegen en tekenen. Als ik meer had mogen leren wat bij mij past en waar mijn talenten liggen. Als er lessen waren geweest gericht op hoe overprikkeling werkt. Levenslessen, in plaats van enkel carrièrelessen. Aangeboden op een plezierige, stimulerende manier. Meer in de natuur! Hiermee wil ik overigens niet leerkrachten in een kwaad daglicht stellen. Het gaat mij om het schoolsysteem. Ook voor veel docenten werkt dit systeem niet. Te veel kinderen onder je hoede hebben, bijvoorbeeld: dat is bij voorbaat al een gefaalde missie. Zonde dat het talentvolle leerkrachten op onmogelijk gemaakt wordt om kinderen te helpen.

Tijden veranderen. Dit filmpje van Prince Ea verwoordt, mooier dan ik zou kunnen, hoe het schoolsysteem ook zou moeten veranderen. Je gaat een vis -die uitstekend kan zwemmen, toch niet dwingen in een boom te klimmen? Ieder kind is uniek en met de toename van hooggevoelige kinderen (en dus mensen) wordt het des te belangrijker om juist die uniekheid te laten stralen.

P.S. Vanaf maart 2020 bied ik holistische kindercoaching aan. Mail of bel gerust voor meer informatie. Lees hier meer over dit aanbod.