Sprookje: zoektocht naar wijsheid

Er was eens een jongeman. Hij leefde in een eenvoudig boerengezin als middelste van drie broers. De jongeman voelde zich altijd een buitenbeentje, omdat hij anders was dan zijn familie. Zo hield hij van bloemen en vlinders. Maar toen hij dat vertelde, lachten zijn vader en broers hem uit. Ook voelde hij het aan als er iets mis was met een familielid, of dier van de boerderij. Daar zei hij niks over, uit angst weer uitgelachen te worden. Hij probeerde zich aan te passen, wat hem ongelukkig maakte. Maar ja, wat kon hij anders? Zijn broers wisten al dat zij hun vader wilden volgen als boer. Daar was de jongeman jaloers op, want híj wist niet wat hij wilde. Wat kon een eenvoudige boerenzoon anders dan boer zijn? Dit alles hield hem zo bezig, dat hij op een dag besloot om op pad te gaan. In een dorp, twee dagen reizen naar het oosten, zou een wijze oude vrouw wonen. Van heinde en verre kwamen mensen deze wijze vrouw om raad te vragen. De jongeman hoopte dat zij hem kon helpen.

De jongeman vertrok ’s ochtends vroeg, op zijn trouwe paard. Hij voelde zich enthousiast, maar was ook wel gespannen; hij had nog nooit eerder alleen gereisd! Op een gegeven moment reden ze over een smal bergpad. Er was een scherpe bocht om de berg heen. Het paard van de jongeman stond opeens stil. De jongeman keek naar het dier en voelde dat het met een reden stopte. Een koopman, die met zijn koets achter hem gereden had, haalde hem in. “Wat sta je te lanterfanten jongen?” Riep hij. De jongeman antwoordde: “past u op, mijnheer. Mijn paard voelt onraad.” De koopman lachte en vervolgde zijn weg. Toen de koopman bij de bocht kwam, raasde net een grote koets de bocht om. Met een enorme knal botste de koopman tegen de andere koets op. De paarden vielen en de koetsen waren beschadigd. Beide koetsiers waren hevig geschrokken. De jongeman zag alles en voelde de pijn. Hij hielp tot laat in de avond mee om de schade te herstellen en de gewonde paarden te verzorgen.

Na een nacht in de open lucht trok de jongeman verder. De koopman en de andere koetsier waren hem dankbaar voor zijn hulp en beloonden hem met brood en appels. Blij nam hij nu een hap uit een sappige appel. Na de berg kwam een heuvellandschap, waar de jongeman twee andere reizigers trof. Een stel, dat naar de ouders van de vrouw op weg was. Ze babbelden wat. Een paar keer wees de jongeman op iets moois wat hij zag: de lila pinksterbloemen in het gras, een bijzonder vogeltje, het zonlicht dat door de bomen gefilterd werd… Het viel hem op dat het stel telkens verbaasd reageerde op zijn terloopse waarnemingen. Alsof zij het niet gezien hadden. Het was haast alsof ze beide een andere weg aflegden, in plaats van dezelfde. Zij lachten hem echter niet uit, zoals zijn familie, maar vonden het leuk wat hij hen liet zien.

Toen het avond was, gingen de reizigers onderdak zoeken. Er waren twee herbergen in het dorpje waar zij aankwamen. Het stel wilde naar de nieuw ogende herberg met een flitsend naambord voor de deur. De jongeman wilde dit echter niet. Waarom wist hij niet precies; het voelde niet goed. Bij de andere herberg voelde hij echter een warm gevoel in zijn hartstreek. Ze besloten te splitsen en de jongeman ging alleen naar de minder flitsende herberg.

De herberg van de jongeman was een gezellige boel. Terwijl hij wachtte op zijn maal, raakte hij in gesprek met de vrouw van de herbergier. Ze had een probleem en de jongeman luisterde en gaf haar raad, wanneer dit in hem op kwam. Hij genoot van het contact en zij ook. Toen het eten geserveerd werd zei de vrouw: “dit eten is van het huis. Door jou weet ik nu hoe ik mijn probleem kan oplossen en daar ben ik je dankbaar voor!” Die nacht sliep de jongeman als een roos.

De volgende ochtend bleek dat het stel afgezet was door de herbergier van de flitsende herberg. Er waren veel verborgen kosten geweest en het eten was ook ondermaats. In plaats van ‘ik zei het toch’ te roepen, liet de jongeman geduldig het stel uitrazen. Gewoon, omdat dit beter voelde voor hem. Ze kwamen aan bij het ouderlijk huis van de vrouw en het stel bedankte de jongeman voor zijn gezelschap. De man zei: “we kennen je net, maar je voelt als een echte vriend. Wil je een hapje met ons mee eten, voor je verder gaat?”

Aan het einde van die dag kwam de jongeman in het dorp van de wijze vrouw aan. Hij leed zadelpijn van al het paardrijden en was erg moe, maar ook opgetogen. Het duurde niet lang voor hij de oude vrouw vond; ze was alom bekend in het dorp. De vrouw zat op een kleed op de grond, onder een enorme eik. Er waren meer mensen die haar om hulp vroegen. De jongeman wachtte in de rij. Ondertussen keek hij zijn ogen uit. De omgeving was hier zo mooi! Overal stonden wilde bloemen en vlinders kwamen hier in grote getale op af. Hij wees de vrouw vóór hem hierop. Zij had een ernstige uitdrukking op haar gezicht. Echter, toen ze keek naar de bloemen en vlinders, verscheen er een glimlach. “Inderdaad, het is erg mooi,” zei ze.

Uiteindelijk was de jongeman aan de beurt. De vrouw was eenvoudig gekleed, ze glimlachte en haar ogen schitterden als diamanten. Hij begon te vertellen: “geachte wijze vrouw, ik heb een probleem. Ik ben anders dan mijn familie en dat vind ik moeilijk. Ik wil zo graag óók mijn plek vinden, maar ik weet niet wat ik kan bijdragen. Wat kan ik doen?” De oude vrouw keek hem aan en zei: “waarom kom je naar mij toe, als je het antwoord reeds ontvangen hebt?”

De jongeman keek verbaasd. “Maar ik ben speciaal naar u gekomen om uw wijsheid te ontvangen! Ik heb uw hulp nodig!” De wijze vrouw glimlachte. “Waarom zou je van mij willen horen wat het leven je reeds heeft getoond?” De jongeman voelde zich nu verward. De wijze vrouw vervolgde: “ga in de tijd dat je hier bent je reis nog eens na en stel bij elke gebeurtenis de vraag die je mij gesteld hebt.” De jongeman droop af, ontevreden dat hij geen wijsheid had ontvangen van die Grote Wijze.

Toch volgde hij haar advies op. Een paar dagen lang bleef hij in het dorp. Hij zat tussen de prachtige bloemen en schreef alle gebeurtenissen van zijn reis op. Telkens vroeg hij zichzelf: “hoe kan ik mijn plek vinden? Wat heb ik te bieden?”

Op de derde dag rende de jongeman al vroeg naar de grote eik. Hij was de eerste bij de wijze oude vrouw. Zij glimlachte naar hem en zei: “ik zie dat je je antwoorden gevonden hebt?” “Ja!” Riep de jongeman blij. “Toen ik op het bergpad reed, kon ik aanvoelen dat mijn paard mij wilde waarschuwen. Ook voelde ik aan dat de flitsende herberg niet de juiste was voor mij. Mij is dus tweemaal ongeluk bespaard gebleven door mijn gevoeligheid. Ik hielp de koopman en de andere koetsier. Daarvoor werd ik beloond met waardering en voedsel. Ik hielp ook de vrouw van de herbergier en ook zij beloonde mij met voedsel en waardering. Ik hielp ook het stel door een vriend te zijn en ook zij gaven mij waardering en voedsel. Ik werd beloond en voelde mij op mijn plek, gewoon door te zijn wie ik ben! En doordat ik de schoonheid om mij heen zie, maakte ik het stel en de vrouw in de rij vrolijk. Dat zijn allemaal mijn talenten. Met mijn gevoeligheid help ik mezelf en anderen en laat ik iedereen de schoonheid om hun heen zien!”

De jongeman nam met een vol hart afscheid van de wijze vrouw. Vanaf die dag maakte het hem niet meer uit als hij uitgelachen werd. Hij wist dat zijn anders zijn waardevol was. En omdat hij anders durfde te zijn kwamen mensen hem vanzelf om raad vragen. Zo werd de jongeman zelf een Grote Wijze in zijn dorp, compleet met ogen die schitterden als diamanten. ~*~

Het kan leuk zijn om te reflecteren op dit verhaal:
– Wat maakte dat de jongeman zich niet gelukkig voelde?
– Hoe kwam het dat de jongeman zijn plek vond in het leven?
– Wat was de rol van de wijze vrouw hierin?
– Wat gebeurde er toen hij zijn talenten had gevonden?
– Wat is daar, terugkijkend, eerst voor nodig geweest?
– Als je al deze vragen eens spiegelt aan jouw eigen leven; wat zie je dan?

Graag wil ik jouw ‘wijze vrouw’ zijn en je ondersteunen in jouw ontdekkingstocht, door je zelf de antwoorden te laten vinden. Of je nou zeven bent of 47. Wil je meer weten? Bellen of mailen kan altijd. Veel plezier met jouw reis!

Nieuwetijdskinderen

Over de (school-)kinderen van nu

Hondjes in de kantlijn

Eind 1988 werd ik geboren op het platteland van Groningen. Veel groen, veel ruimte. Mijn schoolleven startte overzichtelijk, op een basisschool met 100 leerlingen, in een rustig dorpje. Een geluk daarbij was dat mijn moeder destijds thuis was voor ons, kinderen. Tussen de middag kon ik naar huis, mijn schoenen uitdoen (dat was heel belangrijk) en in mijn eigen ruimte zijn (net zo belangrijk). Opgeladen en ontladen kon ik dan de middag in. Tekenschriften verslond ik. De één na de ander tekende ik vol en nam daarin ook gelijk andere, daar niet voor bestemde schriftjes mee. Omdat we met z’n 21-en waren in de klas, was er ruimte voor het individuele kind. Dat ik in de kantlijn van mijn taalschrift wel eens een hondje neerzette, dat was gewoon Marieke, die tekende graag. Natuurlijk waren er ook hobbels op de weg. Zo was hooggevoeligheid in die tijd nog helemaal niet in beeld, waardoor toen al een belangrijk deel van mij niet gezien werd. Een deel wat ik daarom uit noodzaak begon weg te stoppen.


Steeds voller hoofd, steeds stiller lichaam

Hoe anders dan het rustige dorpsschooltje was de middelbare school voor mij. Ik ging naar de Grote Stad (Groningen), naar een school met 800 tot 1000 leerlingen. Pubers, die rookten op het schoolplein en ruzie zochten met de docenten. Die laatsten zagen na jou nog vijf klassen met andere kinderen. Vooral zwaar vond ik de uren van stilzitten. Een heel uur op een stoel, luisteren en moeten doen waar mijn hart niet lag. Van pure ellende nam ik een houtblokje mee uit het technieklokaal en begon onder de les met mijn breekmes er een rondje van te slijpen. Totdat de wiskundeleraar het zag en er een stekende opmerking over maakte, waardoor de klas mij vrolijk uitlachte. Ik mocht niet meer tekenen tijdens uitleg, of in de kantlijn van huiswerk. Als ik ontspannen op mijn stoel zat, werd ik zelfs door mijn klasgenootjes gecorrigeerd. Rechtop zitten, ogen op de docent, stil zijn. Van het stilzitten kreeg ik het ijskoud. Mijn lichaam had beweging nodig! Ook om al die informatie van mijn hoofd mijn lijf in te krijgen. Nu stapelde het zich op. Mijn hoofd werd voller en voller en mijn lichaam stiller en stiller. Gevoelig als ik was, reageerde ik tevens erg op de onpersoonlijke en vaak disharmonische sfeer in de klas. Ik zat soms huilend in de klas (door andere omstandigheden) en de docent zag het niet (of deed alsof). Wat mijn leven daarbij erg stressvol maakte, waren het constant beoordeeld worden (5,5 of hoger!) en het huiswerk. Opeens volgde school me tot in mijn veilige haven! Maar goed, ik was een brave leerling die geen heibel schopte, dus niemand maakte zich zorgen.

One size fits all

Op mijn zeventiende was het tijd om een carrière te kiezen. Ik koos Diermanagement (na een jaar Communicatiesystemen, maar deze omschrijving geldt voor beide). Ik hield van dieren, mensen en vormgeven en volgde mijn hart. Weer liep ik echter tegen de manier van lesgeven aan. Enorme leerboeken; soms wel 1000 pagina’s vol met informatie, tot in de kleinste, meest zinloze details. Stilzitten. Soms 3 uur achtereen in hetzelfde hoorcollege. Het woord zegt het al: je mag alleen horen. In een donkere zaal zonder daglicht staarden we naar de docent die opdreunde wat er op de powerpoint-presentatie stond. Ook nu werden intuïtie en contact met je lichaam totaal niet belangrijk geacht. Je hoofd, daar ging het om. Daar moest in zo’n kort mogelijke tijd zoveel mogelijk kennis in. Ook nu weer keiharde deadlines, begin- en eindtijden en regels. Voor een gevoelige Marieke soms niet te volgen. Dan stond er op BlackBoard een melding dat we naar lokaal B moesten in plaats van A en kregen we een mailtje dat de deadline van ons huiswerk toch verschoven werd. O ja en als je kijkt op de monitor in de hal, dan zie je de actuele lestijd van je vak. Al die kanalen, al die regels en prikkels, het werkte niet zoals ik werkte. Maar ik moest maar werken zoals het systeem werkte. En ik wilde het zó graag goed doen, dat ik me krampachtig aan probeerde te passen.

Welkom in de ratrace

Het zal je niet verbazen dat ik, na zoveel jaren training, op diezelfde gestreste en hoofdige manier mijn werkende leven in stoomde. Met totale veronachtzaming van mijn lichaam, gevoel en geestelijke gezondheid. Terwijl mijn systeem mij zoveel te vertellen had! Het reageert feilloos op sferen, subtiele zintuigelijke prikkels en mijn interne ‘klimaat’. Dit heb ik allemaal moeten leren toen ik in een zware burn out belandde en niet begreep waarom ik niet met het systeem mee kon komen. Ik voelde me niet goed genoeg, falend.


Kinderen van nu

Ik deel deze ervaring, omdat er steeds meer hooggevoelige kinderen geboren worden. Dit noemt men ook wel nieuwetijdskinderen. Kinderen die een rijk gevoelsleven hebben, creatief en intuïtief zijn en subtiele prikkels opvangen. Kinderen die het nodig hebben in contact te staan met zichzelf en de natuur. Die tussen de sommetjes door misschien even willen bewegen, of hondjes in de kantlijn moeten tekenen, om hun hersenhelften in balans te brengen. Kinderen voor wie grote groepen en een op correctie gerichte hiërarchie niet werken. Kinderen die soms moe en overprikkeld zijn en dan niet kunnen functioneren, ook al wil de school van wel. Mijn hart gaat uit naar deze kinderen.

Levenslessen en carrièrelessen

Wat was mijn leven anders gelopen als we op school geregeld aardingsoefeningen hadden gedaan. Als we vrijer mochten bewegen en tekenen. Als ik meer had mogen leren wat bij mij past en waar mijn talenten liggen. Als er lessen waren geweest gericht op hoe overprikkeling werkt. Levenslessen, in plaats van enkel carrièrelessen. Aangeboden op een plezierige, stimulerende manier. Meer in de natuur! Hiermee wil ik overigens niet leerkrachten in een kwaad daglicht stellen. Het gaat mij om het schoolsysteem. Ook voor veel docenten werkt dit systeem niet. Te veel kinderen onder je hoede hebben, bijvoorbeeld: dat is bij voorbaat al een gefaalde missie. Zonde dat het talentvolle leerkrachten op onmogelijk gemaakt wordt om kinderen te helpen.

Tijden veranderen. Dit filmpje van Prince Ea verwoordt, mooier dan ik zou kunnen, hoe het schoolsysteem ook zou moeten veranderen. Je gaat een vis -die uitstekend kan zwemmen, toch niet dwingen in een boom te klimmen? Ieder kind is uniek en met de toename van hooggevoelige kinderen (en dus mensen) wordt het des te belangrijker om juist die uniekheid te laten stralen.

P.S. Vanaf maart 2020 bied ik holistische kindercoaching aan. Mail of bel gerust voor meer informatie. Lees hier meer over dit aanbod.