Zo heurt ‘t

Met verwondering kan ik kijken naar programma’s waarin mensen beoordeeld worden op hun kleding, woninginrichting, of vul maar in. Of het nou mensen van de straat zijn, of professionals die strijden om een eretitel. Wat mij fascineert is dat één persoon (de beoordelaar) ronduit kan zeggen of iets ‘kan’ of niet. Waarnaar de toehoorder zich dan schikt. Er kan gelachen worden om een kledingstuk, waarbij de beoordeelde gelaten mee giechelt. Ja, hij of zij weet ook wel dat het eigenlijk niet ‘kan’.

Pompoenhummus

Zoals bij de pompoenhummus, die een chefkok maakte voor Gordon Ramsay. Gordon ging, zoals hem betaamt, helemaal los op het malle idee van hummus met pompoen. Aan het einde van de aflevering had de chefkok goddank het licht gezien en kon er zelf ook om lachen dat hij pompoenhummus durfde te maken. Wat een gekkie was hij toch! Pompoenhummus is tegenwoordig onder andere verkrijgbaar in de supermarkt, bij de slaatjes en borrelhapjes.

Of pofbroek?

Wat ik hiermee maar wil zeggen: hoezo kan iets op een bepaald moment echt niet en op het volgende moment echt wel? Wie bepaalt dat? En, nog belangrijker: waarom houdt de grote massa zich hieraan? Ik bedoel, als ik morgen in een pofbroek met kanten randjes rondloop en tegen iedereen verkondig dat het de nieuwe mode is, gaat dat echt niet aanslaan. Althans, daar ga ik even vanuit.

Aspiratiegroepen en volgers

Het heeft natuurlijk te maken met het fenomeen dat in de psychologie de ‘aspiratiegroep’ genoemd wordt. Dit is de groep mensen waar jij bij wilt horen; jij wilt net zo zijn als hen. Daarbij kijk je naar de kenmerken van die groep (of individu) en concludeert, al dan niet bewust: ‘als ik dat kenmerk heb, ben ik net zo succesvol als zij’. Dat succes kan alle denkbare vormen aannemen. Een bekend verschijnsel hiervan is wanneer mensen de laatste mode volgen. Maar het kan ook dat iemand bijvoorbeeld de stijl kopieert van een spirituele goeroe, in een poging iets van diens innerlijk licht zelf te kunnen bezitten.

Wat mij boeit is waaròm we massaal kijken naar zo’n aspiratiegroep of -persoon. Dat moet wel betekenen dat wij vinden dat er iets mist in onszelf, toch? Het is zo gebruikelijk, dat het kennelijk iets is wat in de meeste mensen zit. Dus vinden waarschijnlijk veel mensen zichzelf niet goed genoeg zoals ze zijn. Misschien is het iets concreets, zoals overgewicht. Misschien is het iets vaags, zoals een gevoel van onbehagen. Voor een deel vraagt het een zoektocht in jezelf, wat je tot ‘volger’ maakt. Voor een ander deel kan ik een algemene oorzaak aanwijzen.

Ja zuster, nee zuster

Die oorzaak is de vorming van de mens door de eeuwen heen. Vooral vroeger was het gebruikelijk dat je blind gehoorzaamde. Eerst aan je ouders, later aan je baas en altijd aan de overheid, dokter en andere geschoolden. Het beeld werd gecreëerd dat je de wijsheid over jouzelf bij een ander moest halen. Die weet hoe het moet en wat goed voor je is. Het is een training van de hersenen, waarbij genoeg herhaling ervoor zorgt dat de hersenen op die manier de hele wereld gaan zien. Je ziet een tv-programma waarbij iemand in een witte jas zegt “dit is goed voor jou” en automatisch denken je hersenen: dat moet wel kloppen, want zo werkt de wereld.

Dit principe is enorm uitgebuit door bedrijven. Dit doen ze door jou een succesvol persoon te tonen en daarbij te vertellen dat je hun product nodig hebt om net zoals die persoon te worden. Of ze zetten inderdaad een man in een witte jas neer (liefst slank, grijzend en met symmetrisch gezicht), die jou glimlachend vertelt dat het product goed is voor jou. De commerciële wereld is een constant getrek: ‘kijk hier, je geluk zit in dit snoepje!’ ‘Kijk hier, je succes zit in dit zelfhulpboek!’ Jouw getrainde brein draait overuren om te verzamelen wat jou gelukkig moet maken. Tot je je bewust wordt van dit proces.

Geschikt gereedschap?

En dat proces is: je wordt uit jezelf gelokt en verleert als het ware om op je eigen wijsheid af te gaan. Eén van de inzichten die ik mee naar huis nam na een retraite waarin met het Ayahuasca medicijn gewerkt werd, was: het zit in mijzelf. Wat ik ook zoek. Hoe hard de buitenwereld ook roept dat repen met chocola-, pinda- en karamelvulling mij goede energie geven; als mijn lichaam aangeeft dat dit niet zo is, dan is dàt hetgeen dat telt. Want je bent hier op aarde om jouw eigen unieke pad te bewandelen. Niemand weet hoe dat pad gaat en wat er allemaal op dat pad te vinden is. Laat staan wat voor gereedschap je nodig hebt om op dat pad te lopen.

Dat wetende, kan je natuurlijk wel nieuwsgierig zijn naar de wereld om je heen. Hoe pakt die spirituele goeroe het aan, of die succesvolle modeontwerper? Wat kan ik gebruiken van hun levenservaring en kennis? Het verschil is dat wat je waarneemt nu via jouw eigen kompas gaat. Past het bij mij? Draagt het bij aan mijn geluk, of succes? Hoe betrouwbaar is deze persoon eigenlijk? Heeft hij of zij misschien andere belangen dan mij helpen?

Kaart voor de van binnenuit-route

Omdat onze maatschappij zo gericht is op het van buitenaf proberen geluk te vinden, kan het lastig zijn als je de ‘van binnenuit-route’ wilt bewandelen. Mijn advies: beperk de informatiestroom van de buitenwereld. Door bijvoorbeeld niet meer dan een halfuur per dag op sociale media te zitten. Door niet naar het nieuws te kijken (zoals ik eerder al deelde klopt er meestal toch geen barst van). We geven al die mensen met aanzien zelf dat aanzien, door gewicht te geven aan hun woorden. De keuze die je hebt is om dat niet (meteen) te doen.

Een tweede advies: zoek geregeld de stilte op. Wandel in de natuur, mediteer een paar minuten, bijvoorbeeld als je op de wc zit, of wacht tot het eten klaar is. Stel vragen in jezelf en zie hoe het antwoord na verloop van tijd vanzelf in je opkomt. Want al die hart-emoji’s, die “joy” parfum, die jezelf-lekker-verwennen-nieuwe-broek, dat altijd op de vrijmibo aanwezig zijn… Ze kunnen je hart even raken, maar je hart echt vullen kan alleen als je naar binnen keert en ziet: waarmee wil mijn hart eigenlijk gevuld worden?

Op mijn Facebookpagina deel ik geregeld tips over hoe je meer vanuit je eigen wijsheid kunt leven (ik weet hoe paradoxaal dat klikt, dus het advies is om mijn tips vooral via jouw eigen kompas te laten gaan). Ik ga ook graag samen met jou hiermee aan de slag via individuele (kinder-)coachingsessies. Neem gerust contact op voor meer informatie.

Sprookje: zoektocht naar wijsheid

Er was eens een jongeman. Hij leefde in een eenvoudig boerengezin als middelste van drie broers. De jongeman voelde zich altijd een buitenbeentje, omdat hij anders was dan zijn familie. Zo hield hij van bloemen en vlinders. Maar toen hij dat vertelde, lachten zijn vader en broers hem uit. Ook voelde hij het aan als er iets mis was met een familielid, of dier van de boerderij. Daar zei hij niks over, uit angst weer uitgelachen te worden. Hij probeerde zich aan te passen, wat hem ongelukkig maakte. Maar ja, wat kon hij anders? Zijn broers wisten al dat zij hun vader wilden volgen als boer. Daar was de jongeman jaloers op, want híj wist niet wat hij wilde. Wat kon een eenvoudige boerenzoon anders dan boer zijn? Dit alles hield hem zo bezig, dat hij op een dag besloot om op pad te gaan. In een dorp, twee dagen reizen naar het oosten, zou een wijze oude vrouw wonen. Van heinde en verre kwamen mensen deze wijze vrouw om raad te vragen. De jongeman hoopte dat zij hem kon helpen.

De jongeman vertrok ’s ochtends vroeg, op zijn trouwe paard. Hij voelde zich enthousiast, maar was ook wel gespannen; hij had nog nooit eerder alleen gereisd! Op een gegeven moment reden ze over een smal bergpad. Er was een scherpe bocht om de berg heen. Het paard van de jongeman stond opeens stil. De jongeman keek naar het dier en voelde dat het met een reden stopte. Een koopman, die met zijn koets achter hem gereden had, haalde hem in. “Wat sta je te lanterfanten jongen?” Riep hij. De jongeman antwoordde: “past u op, mijnheer. Mijn paard voelt onraad.” De koopman lachte en vervolgde zijn weg. Toen de koopman bij de bocht kwam, raasde net een grote koets de bocht om. Met een enorme knal botste de koopman tegen de andere koets op. De paarden vielen en de koetsen waren beschadigd. Beide koetsiers waren hevig geschrokken. De jongeman zag alles en voelde de pijn. Hij hielp tot laat in de avond mee om de schade te herstellen en de gewonde paarden te verzorgen.

Na een nacht in de open lucht trok de jongeman verder. De koopman en de andere koetsier waren hem dankbaar voor zijn hulp en beloonden hem met brood en appels. Blij nam hij nu een hap uit een sappige appel. Na de berg kwam een heuvellandschap, waar de jongeman twee andere reizigers trof. Een stel, dat naar de ouders van de vrouw op weg was. Ze babbelden wat. Een paar keer wees de jongeman op iets moois wat hij zag: de lila pinksterbloemen in het gras, een bijzonder vogeltje, het zonlicht dat door de bomen gefilterd werd… Het viel hem op dat het stel telkens verbaasd reageerde op zijn terloopse waarnemingen. Alsof zij het niet gezien hadden. Het was haast alsof ze beide een andere weg aflegden, in plaats van dezelfde. Zij lachten hem echter niet uit, zoals zijn familie, maar vonden het leuk wat hij hen liet zien.

Toen het avond was, gingen de reizigers onderdak zoeken. Er waren twee herbergen in het dorpje waar zij aankwamen. Het stel wilde naar de nieuw ogende herberg met een flitsend naambord voor de deur. De jongeman wilde dit echter niet. Waarom wist hij niet precies; het voelde niet goed. Bij de andere herberg voelde hij echter een warm gevoel in zijn hartstreek. Ze besloten te splitsen en de jongeman ging alleen naar de minder flitsende herberg.

De herberg van de jongeman was een gezellige boel. Terwijl hij wachtte op zijn maal, raakte hij in gesprek met de vrouw van de herbergier. Ze had een probleem en de jongeman luisterde en gaf haar raad, wanneer dit in hem op kwam. Hij genoot van het contact en zij ook. Toen het eten geserveerd werd zei de vrouw: “dit eten is van het huis. Door jou weet ik nu hoe ik mijn probleem kan oplossen en daar ben ik je dankbaar voor!” Die nacht sliep de jongeman als een roos.

De volgende ochtend bleek dat het stel afgezet was door de herbergier van de flitsende herberg. Er waren veel verborgen kosten geweest en het eten was ook ondermaats. In plaats van ‘ik zei het toch’ te roepen, liet de jongeman geduldig het stel uitrazen. Gewoon, omdat dit beter voelde voor hem. Ze kwamen aan bij het ouderlijk huis van de vrouw en het stel bedankte de jongeman voor zijn gezelschap. De man zei: “we kennen je net, maar je voelt als een echte vriend. Wil je een hapje met ons mee eten, voor je verder gaat?”

Aan het einde van die dag kwam de jongeman in het dorp van de wijze vrouw aan. Hij leed zadelpijn van al het paardrijden en was erg moe, maar ook opgetogen. Het duurde niet lang voor hij de oude vrouw vond; ze was alom bekend in het dorp. De vrouw zat op een kleed op de grond, onder een enorme eik. Er waren meer mensen die haar om hulp vroegen. De jongeman wachtte in de rij. Ondertussen keek hij zijn ogen uit. De omgeving was hier zo mooi! Overal stonden wilde bloemen en vlinders kwamen hier in grote getale op af. Hij wees de vrouw vóór hem hierop. Zij had een ernstige uitdrukking op haar gezicht. Echter, toen ze keek naar de bloemen en vlinders, verscheen er een glimlach. “Inderdaad, het is erg mooi,” zei ze.

Uiteindelijk was de jongeman aan de beurt. De vrouw was eenvoudig gekleed, ze glimlachte en haar ogen schitterden als diamanten. Hij begon te vertellen: “geachte wijze vrouw, ik heb een probleem. Ik ben anders dan mijn familie en dat vind ik moeilijk. Ik wil zo graag óók mijn plek vinden, maar ik weet niet wat ik kan bijdragen. Wat kan ik doen?” De oude vrouw keek hem aan en zei: “waarom kom je naar mij toe, als je het antwoord reeds ontvangen hebt?”

De jongeman keek verbaasd. “Maar ik ben speciaal naar u gekomen om uw wijsheid te ontvangen! Ik heb uw hulp nodig!” De wijze vrouw glimlachte. “Waarom zou je van mij willen horen wat het leven je reeds heeft getoond?” De jongeman voelde zich nu verward. De wijze vrouw vervolgde: “ga in de tijd dat je hier bent je reis nog eens na en stel bij elke gebeurtenis de vraag die je mij gesteld hebt.” De jongeman droop af, ontevreden dat hij geen wijsheid had ontvangen van die Grote Wijze.

Toch volgde hij haar advies op. Een paar dagen lang bleef hij in het dorp. Hij zat tussen de prachtige bloemen en schreef alle gebeurtenissen van zijn reis op. Telkens vroeg hij zichzelf: “hoe kan ik mijn plek vinden? Wat heb ik te bieden?”

Op de derde dag rende de jongeman al vroeg naar de grote eik. Hij was de eerste bij de wijze oude vrouw. Zij glimlachte naar hem en zei: “ik zie dat je je antwoorden gevonden hebt?” “Ja!” Riep de jongeman blij. “Toen ik op het bergpad reed, kon ik aanvoelen dat mijn paard mij wilde waarschuwen. Ook voelde ik aan dat de flitsende herberg niet de juiste was voor mij. Mij is dus tweemaal ongeluk bespaard gebleven door mijn gevoeligheid. Ik hielp de koopman en de andere koetsier. Daarvoor werd ik beloond met waardering en voedsel. Ik hielp ook de vrouw van de herbergier en ook zij beloonde mij met voedsel en waardering. Ik hielp ook het stel door een vriend te zijn en ook zij gaven mij waardering en voedsel. Ik werd beloond en voelde mij op mijn plek, gewoon door te zijn wie ik ben! En doordat ik de schoonheid om mij heen zie, maakte ik het stel en de vrouw in de rij vrolijk. Dat zijn allemaal mijn talenten. Met mijn gevoeligheid help ik mezelf en anderen en laat ik iedereen de schoonheid om hun heen zien!”

De jongeman nam met een vol hart afscheid van de wijze vrouw. Vanaf die dag maakte het hem niet meer uit als hij uitgelachen werd. Hij wist dat zijn anders zijn waardevol was. En omdat hij anders durfde te zijn kwamen mensen hem vanzelf om raad vragen. Zo werd de jongeman zelf een Grote Wijze in zijn dorp, compleet met ogen die schitterden als diamanten. ~*~

Het kan leuk zijn om te reflecteren op dit verhaal:
– Wat maakte dat de jongeman zich niet gelukkig voelde?
– Hoe kwam het dat de jongeman zijn plek vond in het leven?
– Wat was de rol van de wijze vrouw hierin?
– Wat gebeurde er toen hij zijn talenten had gevonden?
– Wat is daar, terugkijkend, eerst voor nodig geweest?
– Als je al deze vragen eens spiegelt aan jouw eigen leven; wat zie je dan?

Graag wil ik jouw ‘wijze vrouw’ zijn en je ondersteunen in jouw ontdekkingstocht, door je zelf de antwoorden te laten vinden. Of je nou zeven bent of 47. Wil je meer weten? Bellen of mailen kan altijd. Veel plezier met jouw reis!