Blog

Zo heurt ‘t

Met verwondering kan ik kijken naar programma’s waarin mensen beoordeeld worden op hun kleding, woninginrichting, of vul maar in. Of het nou mensen van de straat zijn, of professionals die strijden om een eretitel. Wat mij fascineert is dat één persoon (de beoordelaar) ronduit kan zeggen of iets ‘kan’ of niet. Waarnaar de toehoorder zich dan schikt. Er kan gelachen worden om een kledingstuk, waarbij de beoordeelde gelaten mee giechelt. Ja, hij of zij weet ook wel dat het eigenlijk niet ‘kan’.

Pompoenhummus

Zoals bij de pompoenhummus, die een chefkok maakte voor Gordon Ramsay. Gordon ging, zoals hem betaamt, helemaal los op het malle idee van hummus met pompoen. Aan het einde van de aflevering had de chefkok goddank het licht gezien en kon er zelf ook om lachen dat hij pompoenhummus durfde te maken. Wat een gekkie was hij toch! Pompoenhummus is tegenwoordig onder andere verkrijgbaar in de supermarkt, bij de slaatjes en borrelhapjes.

Of pofbroek?

Wat ik hiermee maar wil zeggen: hoezo kan iets op een bepaald moment echt niet en op het volgende moment echt wel? Wie bepaalt dat? En, nog belangrijker: waarom houdt de grote massa zich hieraan? Ik bedoel, als ik morgen in een pofbroek met kanten randjes rondloop en tegen iedereen verkondig dat het de nieuwe mode is, gaat dat echt niet aanslaan. Althans, daar ga ik even vanuit.

Aspiratiegroepen en volgers

Het heeft natuurlijk te maken met het fenomeen dat in de psychologie de ‘aspiratiegroep’ genoemd wordt. Dit is de groep mensen waar jij bij wilt horen; jij wilt net zo zijn als hen. Daarbij kijk je naar de kenmerken van die groep (of individu) en concludeert, al dan niet bewust: ‘als ik dat kenmerk heb, ben ik net zo succesvol als zij’. Dat succes kan alle denkbare vormen aannemen. Een bekend verschijnsel hiervan is wanneer mensen de laatste mode volgen. Maar het kan ook dat iemand bijvoorbeeld de stijl kopieert van een spirituele goeroe, in een poging iets van diens innerlijk licht zelf te kunnen bezitten.

Wat mij boeit is waaròm we massaal kijken naar zo’n aspiratiegroep of -persoon. Dat moet wel betekenen dat wij vinden dat er iets mist in onszelf, toch? Het is zo gebruikelijk, dat het kennelijk iets is wat in de meeste mensen zit. Dus vinden waarschijnlijk veel mensen zichzelf niet goed genoeg zoals ze zijn. Misschien is het iets concreets, zoals overgewicht. Misschien is het iets vaags, zoals een gevoel van onbehagen. Voor een deel vraagt het een zoektocht in jezelf, wat je tot ‘volger’ maakt. Voor een ander deel kan ik een algemene oorzaak aanwijzen.

Ja zuster, nee zuster

Die oorzaak is de vorming van de mens door de eeuwen heen. Vooral vroeger was het gebruikelijk dat je blind gehoorzaamde. Eerst aan je ouders, later aan je baas en altijd aan de overheid, dokter en andere geschoolden. Het beeld werd gecreëerd dat je de wijsheid over jouzelf bij een ander moest halen. Die weet hoe het moet en wat goed voor je is. Het is een training van de hersenen, waarbij genoeg herhaling ervoor zorgt dat de hersenen op die manier de hele wereld gaan zien. Je ziet een tv-programma waarbij iemand in een witte jas zegt “dit is goed voor jou” en automatisch denken je hersenen: dat moet wel kloppen, want zo werkt de wereld.

Dit principe is enorm uitgebuit door bedrijven. Dit doen ze door jou een succesvol persoon te tonen en daarbij te vertellen dat je hun product nodig hebt om net zoals die persoon te worden. Of ze zetten inderdaad een man in een witte jas neer (liefst slank, grijzend en met symmetrisch gezicht), die jou glimlachend vertelt dat het product goed is voor jou. De commerciële wereld is een constant getrek: ‘kijk hier, je geluk zit in dit snoepje!’ ‘Kijk hier, je succes zit in dit zelfhulpboek!’ Jouw getrainde brein draait overuren om te verzamelen wat jou gelukkig moet maken. Tot je je bewust wordt van dit proces.

Geschikt gereedschap?

En dat proces is: je wordt uit jezelf gelokt en verleert als het ware om op je eigen wijsheid af te gaan. Eén van de inzichten die ik mee naar huis nam na een retraite waarin met het Ayahuasca medicijn gewerkt werd, was: het zit in mijzelf. Wat ik ook zoek. Hoe hard de buitenwereld ook roept dat repen met chocola-, pinda- en karamelvulling mij goede energie geven; als mijn lichaam aangeeft dat dit niet zo is, dan is dàt hetgeen dat telt. Want je bent hier op aarde om jouw eigen unieke pad te bewandelen. Niemand weet hoe dat pad gaat en wat er allemaal op dat pad te vinden is. Laat staan wat voor gereedschap je nodig hebt om op dat pad te lopen.

Dat wetende, kan je natuurlijk wel nieuwsgierig zijn naar de wereld om je heen. Hoe pakt die spirituele goeroe het aan, of die succesvolle modeontwerper? Wat kan ik gebruiken van hun levenservaring en kennis? Het verschil is dat wat je waarneemt nu via jouw eigen kompas gaat. Past het bij mij? Draagt het bij aan mijn geluk, of succes? Hoe betrouwbaar is deze persoon eigenlijk? Heeft hij of zij misschien andere belangen dan mij helpen?

Kaart voor de van binnenuit-route

Omdat onze maatschappij zo gericht is op het van buitenaf proberen geluk te vinden, kan het lastig zijn als je de ‘van binnenuit-route’ wilt bewandelen. Mijn advies: beperk de informatiestroom van de buitenwereld. Door bijvoorbeeld niet meer dan een halfuur per dag op sociale media te zitten. Door niet naar het nieuws te kijken (zoals ik eerder al deelde klopt er meestal toch geen barst van). We geven al die mensen met aanzien zelf dat aanzien, door gewicht te geven aan hun woorden. De keuze die je hebt is om dat niet (meteen) te doen.

Een tweede advies: zoek geregeld de stilte op. Wandel in de natuur, mediteer een paar minuten, bijvoorbeeld als je op de wc zit, of wacht tot het eten klaar is. Stel vragen in jezelf en zie hoe het antwoord na verloop van tijd vanzelf in je opkomt. Want al die hart-emoji’s, die “joy” parfum, die jezelf-lekker-verwennen-nieuwe-broek, dat altijd op de vrijmibo aanwezig zijn… Ze kunnen je hart even raken, maar je hart echt vullen kan alleen als je naar binnen keert en ziet: waarmee wil mijn hart eigenlijk gevuld worden?

Op mijn Facebookpagina deel ik geregeld tips over hoe je meer vanuit je eigen wijsheid kunt leven (ik weet hoe paradoxaal dat klikt, dus het advies is om mijn tips vooral via jouw eigen kompas te laten gaan). Ik ga ook graag samen met jou hiermee aan de slag via individuele (kinder-)coachingsessies. Neem gerust contact op voor meer informatie.

Sprookje: zoektocht naar wijsheid

Er was eens een jongeman. Hij leefde in een eenvoudig boerengezin als middelste van drie broers. De jongeman voelde zich altijd een buitenbeentje, omdat hij anders was dan zijn familie. Zo hield hij van bloemen en vlinders. Maar toen hij dat vertelde, lachten zijn vader en broers hem uit. Ook voelde hij het aan als er iets mis was met een familielid, of dier van de boerderij. Daar zei hij niks over, uit angst weer uitgelachen te worden. Hij probeerde zich aan te passen, wat hem ongelukkig maakte. Maar ja, wat kon hij anders? Zijn broers wisten al dat zij hun vader wilden volgen als boer. Daar was de jongeman jaloers op, want híj wist niet wat hij wilde. Wat kon een eenvoudige boerenzoon anders dan boer zijn? Dit alles hield hem zo bezig, dat hij op een dag besloot om op pad te gaan. In een dorp, twee dagen reizen naar het oosten, zou een wijze oude vrouw wonen. Van heinde en verre kwamen mensen deze wijze vrouw om raad te vragen. De jongeman hoopte dat zij hem kon helpen.

De jongeman vertrok ’s ochtends vroeg, op zijn trouwe paard. Hij voelde zich enthousiast, maar was ook wel gespannen; hij had nog nooit eerder alleen gereisd! Op een gegeven moment reden ze over een smal bergpad. Er was een scherpe bocht om de berg heen. Het paard van de jongeman stond opeens stil. De jongeman keek naar het dier en voelde dat het met een reden stopte. Een koopman, die met zijn koets achter hem gereden had, haalde hem in. “Wat sta je te lanterfanten jongen?” Riep hij. De jongeman antwoordde: “past u op, mijnheer. Mijn paard voelt onraad.” De koopman lachte en vervolgde zijn weg. Toen de koopman bij de bocht kwam, raasde net een grote koets de bocht om. Met een enorme knal botste de koopman tegen de andere koets op. De paarden vielen en de koetsen waren beschadigd. Beide koetsiers waren hevig geschrokken. De jongeman zag alles en voelde de pijn. Hij hielp tot laat in de avond mee om de schade te herstellen en de gewonde paarden te verzorgen.

Na een nacht in de open lucht trok de jongeman verder. De koopman en de andere koetsier waren hem dankbaar voor zijn hulp en beloonden hem met brood en appels. Blij nam hij nu een hap uit een sappige appel. Na de berg kwam een heuvellandschap, waar de jongeman twee andere reizigers trof. Een stel, dat naar de ouders van de vrouw op weg was. Ze babbelden wat. Een paar keer wees de jongeman op iets moois wat hij zag: de lila pinksterbloemen in het gras, een bijzonder vogeltje, het zonlicht dat door de bomen gefilterd werd… Het viel hem op dat het stel telkens verbaasd reageerde op zijn terloopse waarnemingen. Alsof zij het niet gezien hadden. Het was haast alsof ze beide een andere weg aflegden, in plaats van dezelfde. Zij lachten hem echter niet uit, zoals zijn familie, maar vonden het leuk wat hij hen liet zien.

Toen het avond was, gingen de reizigers onderdak zoeken. Er waren twee herbergen in het dorpje waar zij aankwamen. Het stel wilde naar de nieuw ogende herberg met een flitsend naambord voor de deur. De jongeman wilde dit echter niet. Waarom wist hij niet precies; het voelde niet goed. Bij de andere herberg voelde hij echter een warm gevoel in zijn hartstreek. Ze besloten te splitsen en de jongeman ging alleen naar de minder flitsende herberg.

De herberg van de jongeman was een gezellige boel. Terwijl hij wachtte op zijn maal, raakte hij in gesprek met de vrouw van de herbergier. Ze had een probleem en de jongeman luisterde en gaf haar raad, wanneer dit in hem op kwam. Hij genoot van het contact en zij ook. Toen het eten geserveerd werd zei de vrouw: “dit eten is van het huis. Door jou weet ik nu hoe ik mijn probleem kan oplossen en daar ben ik je dankbaar voor!” Die nacht sliep de jongeman als een roos.

De volgende ochtend bleek dat het stel afgezet was door de herbergier van de flitsende herberg. Er waren veel verborgen kosten geweest en het eten was ook ondermaats. In plaats van ‘ik zei het toch’ te roepen, liet de jongeman geduldig het stel uitrazen. Gewoon, omdat dit beter voelde voor hem. Ze kwamen aan bij het ouderlijk huis van de vrouw en het stel bedankte de jongeman voor zijn gezelschap. De man zei: “we kennen je net, maar je voelt als een echte vriend. Wil je een hapje met ons mee eten, voor je verder gaat?”

Aan het einde van die dag kwam de jongeman in het dorp van de wijze vrouw aan. Hij leed zadelpijn van al het paardrijden en was erg moe, maar ook opgetogen. Het duurde niet lang voor hij de oude vrouw vond; ze was alom bekend in het dorp. De vrouw zat op een kleed op de grond, onder een enorme eik. Er waren meer mensen die haar om hulp vroegen. De jongeman wachtte in de rij. Ondertussen keek hij zijn ogen uit. De omgeving was hier zo mooi! Overal stonden wilde bloemen en vlinders kwamen hier in grote getale op af. Hij wees de vrouw vóór hem hierop. Zij had een ernstige uitdrukking op haar gezicht. Echter, toen ze keek naar de bloemen en vlinders, verscheen er een glimlach. “Inderdaad, het is erg mooi,” zei ze.

Uiteindelijk was de jongeman aan de beurt. De vrouw was eenvoudig gekleed, ze glimlachte en haar ogen schitterden als diamanten. Hij begon te vertellen: “geachte wijze vrouw, ik heb een probleem. Ik ben anders dan mijn familie en dat vind ik moeilijk. Ik wil zo graag óók mijn plek vinden, maar ik weet niet wat ik kan bijdragen. Wat kan ik doen?” De oude vrouw keek hem aan en zei: “waarom kom je naar mij toe, als je het antwoord reeds ontvangen hebt?”

De jongeman keek verbaasd. “Maar ik ben speciaal naar u gekomen om uw wijsheid te ontvangen! Ik heb uw hulp nodig!” De wijze vrouw glimlachte. “Waarom zou je van mij willen horen wat het leven je reeds heeft getoond?” De jongeman voelde zich nu verward. De wijze vrouw vervolgde: “ga in de tijd dat je hier bent je reis nog eens na en stel bij elke gebeurtenis de vraag die je mij gesteld hebt.” De jongeman droop af, ontevreden dat hij geen wijsheid had ontvangen van die Grote Wijze.

Toch volgde hij haar advies op. Een paar dagen lang bleef hij in het dorp. Hij zat tussen de prachtige bloemen en schreef alle gebeurtenissen van zijn reis op. Telkens vroeg hij zichzelf: “hoe kan ik mijn plek vinden? Wat heb ik te bieden?”

Op de derde dag rende de jongeman al vroeg naar de grote eik. Hij was de eerste bij de wijze oude vrouw. Zij glimlachte naar hem en zei: “ik zie dat je je antwoorden gevonden hebt?” “Ja!” Riep de jongeman blij. “Toen ik op het bergpad reed, kon ik aanvoelen dat mijn paard mij wilde waarschuwen. Ook voelde ik aan dat de flitsende herberg niet de juiste was voor mij. Mij is dus tweemaal ongeluk bespaard gebleven door mijn gevoeligheid. Ik hielp de koopman en de andere koetsier. Daarvoor werd ik beloond met waardering en voedsel. Ik hielp ook de vrouw van de herbergier en ook zij beloonde mij met voedsel en waardering. Ik hielp ook het stel door een vriend te zijn en ook zij gaven mij waardering en voedsel. Ik werd beloond en voelde mij op mijn plek, gewoon door te zijn wie ik ben! En doordat ik de schoonheid om mij heen zie, maakte ik het stel en de vrouw in de rij vrolijk. Dat zijn allemaal mijn talenten. Met mijn gevoeligheid help ik mezelf en anderen en laat ik iedereen de schoonheid om hun heen zien!”

De jongeman nam met een vol hart afscheid van de wijze vrouw. Vanaf die dag maakte het hem niet meer uit als hij uitgelachen werd. Hij wist dat zijn anders zijn waardevol was. En omdat hij anders durfde te zijn kwamen mensen hem vanzelf om raad vragen. Zo werd de jongeman zelf een Grote Wijze in zijn dorp, compleet met ogen die schitterden als diamanten. ~*~

Het kan leuk zijn om te reflecteren op dit verhaal:
– Wat maakte dat de jongeman zich niet gelukkig voelde?
– Hoe kwam het dat de jongeman zijn plek vond in het leven?
– Wat was de rol van de wijze vrouw hierin?
– Wat gebeurde er toen hij zijn talenten had gevonden?
– Wat is daar, terugkijkend, eerst voor nodig geweest?
– Als je al deze vragen eens spiegelt aan jouw eigen leven; wat zie je dan?

Graag wil ik jouw ‘wijze vrouw’ zijn en je ondersteunen in jouw ontdekkingstocht, door je zelf de antwoorden te laten vinden. Of je nou zeven bent of 47. Wil je meer weten? Bellen of mailen kan altijd. Veel plezier met jouw reis!

In gesprek met…

Het was ochtend en ik lag in bed te schrijven. Dit doe ik regelmatig, sinds ik in de Happinez over Julia Cameron las. Deze zeventiger heeft zich jarenlang verdiept in creativiteit. En een manier om de creatieve energie te laten stromen is, volgens haar, door ’s ochtends te schrijven. Je hoofd staat dan nog niet helemaal ‘aan’, waardoor je tot verrassende inzichten kunt komen, die uit andere lagen dan je ratio opborrelen. Het idee is dat je het schrijven laat gebeuren. Gewoon, neerpennen wat in je opkomt. Ook als dat is dat je niet wilt schrijven, zoals ik nu deed.

: – (
Wat ik al een paar keer eerder voelde, voelde ik nu ook. Spanning, vermoeidheid, weerstand, oorsuizen. Niet prettig. Ik was hiervoor dan ook steeds afgehaakt bij deze schrijfsymptomen. Nu, echter, kwam een idee in mij op. Ik noteerde de symptomen en kwam bij boze gevoelens uit. Toen schreef ik: “hallo boosheid, wil je je voorstellen?” Daarna schreef ik het antwoord dat in mij opkwam. Gepaard met een heftige emotie van verdriet schreef ik dat het niet eerlijk was. Dat ik er ook mocht zijn! Het eindigde met een verdrietige smiley. Ik besloot dit dieper te onderzoeken.

Tiener in de problemen
Als ik met opstellingen werk, zullen sommigen weten, vraag ik geregeld ook hoe oud iemand is op een bepaalde plek. Een emotionele herinnering kan gekoppeld zijn aan een leeftijd. Dus nu vroeg ik ook hoe oud deze boosheid was. “14 :-(“ was het antwoord. Ik schreef terug aan mezelf: “hoe kan ik je helpen?” Nou, er was genoeg. Ik vond mezelf lelijk en dik en ik had problemen in de categorie van ernstige disharmonie in mijn directe omgeving. Ik liet me al lekker gaan met de smileys en nu ik mij verder verbond met de veertienjarige in mij, liet ik ook het taalgebruik van die tijd toe. Met “super” en “vet” en sms-taal. Weet je nog, toen je zoveel mogelijk informatie in 1 sms wilde stoppen? En weenie schreef in plaats van ‘ik weet het niet’? Dat. Supervet. Met het schrijven kwamen de bijbehorende emoties mee. Fijn, dacht ik, dan kan ik er wat aan doen. Dus ik stelde meer vragen.

Jouw wil geschiedt
Zo schreef ik een beetje heen en weer. Ik kwam erachter dat mijn veertienjarige heel negatief dacht over zichzelf en alles om haar heen. Bij nadere inspectie bleek dit een (onbewuste) uitlaatklep te zijn voor de negativiteit die op haar af kwam, waar zij geen invloed op had. Helaas wist ik als volwassene dat die situatie nog wel een tijd zou duren, dus kon ik haar niet geruststellen. Wat was dan nog meer mogelijk? Ik was en ben toevallig net weer bezig met de kracht van je eigen scheppende vermogen. Je gedachtes, je doen en laten, waar je je tijd en energie aan schenkt… Het is allemaal vormend voor hoe je leven eruitziet. Dat is een kracht die je altijd bezit, hoe machteloos je ook bent in een situatie. Dit besloot ik door te geven aan veertienjarige Marieke.

Ik ben supercool
Eerst vond ze het allemaal kut. Maar al schrijvende werd ze steeds enthousiaster. Het was alsof een luikje open ging en er licht scheen op iets wat ze niet eerder had gezien. De strategie van worstelen met de negativiteit, hopende dat iemand haar zag en zou helpen, kon verruild worden door het oppakken van haar eigen kracht! We fantaseerden over wat ze daarmee zou doen als ze groot was. Ook leerde ik haar dat wat anderen daarbij deden niet haar probleem was. Ze zag nu in dat ze zichzelf supercool kon vinden, ongeacht wat anderen zeiden. Het maakte haar blij. Aan het einde kreeg ik zelfs een blije smiley en een hartje.

Help anderen, help jezelf
Zoals vaak met dit soort zelfreflectie en -inzichtmethodes, werkte het door. Mijn systeem ging verbanden leggen en zag onder meer dat de drang om problemen voor anderen op te lossen (schuldig!) ook voortkwam uit de drang om verlost te worden van pijn. Pijn vanwege die ernstige disharmonie, de personen die dit ook raakte en mijn onmacht hierin. Hen helpen zou mijzelf helpen, was de onbewuste conclusie. Dan zou er immers minder lijden zijn. Helpen was dus minder altruïstisch gedrag dan ik (mijn ego) zou willen. Weer een overlevingsstrategie boven water. Zo denk je dat je nu wel gezuiverd bent van gebroken mechanismen, zo popt er opeens weer eentje op. Iets met ‘je bent nooit uitgeleerd’.

“Hallo met mij”
Ik vertel deze ervaring om jullie ook een stukje eigen kracht aan te reiken. Er was niemand bij mij toen ik deze heling doorging. Mijn systeem wist precies wat het nodig had. Ga met jezelf in gesprek. Schrijvend, mediterend, tekenend, of hoe dan ook. Uit jezelf en wees nieuwsgierig. Ontvang met open armen die oude pijnen; dat angstige kind, die boze tiener… Je bent nu volwassen, je kunt het nu dragen. En omdat je het nu kunt dragen, kan het nu geheeld worden. Wat een geschenk voor jouw jongere jij en de jij die je nu bent.

Heb je vragen over deze methode, of naar aanleiding van je gesprek met jezelf? Dan kun je altijd vrijblijvend een mailtje sturen, of bellen.

Haast leven

De kans is groot dat velen die dit blog zien, binnen een paar seconden afhaken. Sommigen zullen het diagonaal doornemen en slechts een enkeling zal er rustig voor gaan zitten. Tekenend voor de maatschappij van nu. Hoeveel mensen maken echt contact met hun voedsel, voor ze het in hun mond stoppen? Hoeveel mensen ervaren hoe ze in de auto zitten? Hoeveel mensen kijken bewust naar iemands ogen tijdens een gesprek? Hoe komt het toch dat we het echte contact met het leven steeds mislopen?

Haast

We hebben haast. Er moet nog zoveel gebeuren! We hebben zoveel deadlines en afspraken! De klok tikt genadeloos door, terwijl wij als een bezetene achter de wijzers aanrennen. Tijdens een festival waar ik vorig jaar was, maakte iemand de opmerking: ‘wat is tijd? Wijzers die in een rondje gaan. Lekker belangrijk.’ De cijfers op de klok zeggen eigenlijk niks; de betekenis ervan is een afspraak die we met elkaar hebben gemaakt. Het is een afspraak om iets buiten onszelf te laten bepalen waar we behoefte aan hebben (etenstijd) en wat we moeten doen (beginnen met werken). Binnen deze afspraak zijn talloze sub-afspraken gemaakt. Als alle cijfers één keer geweest zijn, moet je op z’n minst dit en dat en zus en zo gedaan hebben. De kleine wijzer moet nog niet voorbij het cijfer van een afgesproken tijd zijn, anders ben je een slecht mens, als je er dan nog niet bent. Voordat er x-cijfers geweest zijn, moet je toch wel terug geappt hebben. Er zijn zo ontzettend veel sub-afspraken, dat het gewoon niet binnen dat cirkeltje past!

Ongeschreven gejaagdheid

Laten we eens nader kijken naar die sub-afspraken. Van de meesten is geen tastbaar contract opgesteld. Toch heerst het gevoel dat we ons eraan moeten houden; zoals dat je binnen zoveel tijd iemand terug appt. En dat je je boodschappen zo vlug mogelijk in je tas doet na het afrekenen. Dat de snelste zijn sowieso een van de beste dingen is die je kunt bereiken (denk bijvoorbeeld aan sport). Zo jagen we onszelf ons graf in, grof gezegd. Wat is de kwaliteit van ons leven in tussentijd, als we (bijna) nooit de rust nemen om het leven echt te ervaren?

Zentijd

Ik heb bewondering voor wijze boeddhisten en andere verlichte types. Ze bewegen zich bewust en langzaam, praten alsof ze elk woord doorleven en zorgvuldig kiezen, zijn enorm wijs en schijnen niets nodig te hebben om zich buitengewoon gelukkig te voelen. Weet je wat het indrukwekkende ervan is? Dat het mensen zijn, net als jij en ik. Wij hebben dat ook in ons, alleen onze (Westerse) maatschappij is zo gecreëerd dat dit niet meer de norm is. Het is eigenlijk zo simpel: je hoeft alleen maar rustiger te bewegen, zorgvuldiger te praten en meer niets te doen. Gaan er al alarmbellen af bij jou?

Kinderen in overlevingsstand

Dat komt omdat dat niet de staat is waarin jij leeft. Kijk eens naar de kinderen van nu: ze gaan van externe prikkel naar externe prikkel: school, kinderopvang, sport, muziek, tablet, TV, telefoon… Kim John Payne, auteur van diverse kinderboeken over simpeler opvoeden, had door een neuroloog laten berekenen of kinderen zouden wennen aan die overload aan prikkels. Het antwoord was ja. Over zo’n 1.000 jaar. Dat betekent dat in tussentijd de kinderen continu in een vecht-of-vlucht modus zitten. Ze leven het leven dat ze helemaal niet aan kunnen, dus gaat het brein automatisch in de overlevingsstand. Gevolg daarvan is dat ze niet bij hun empathische, zachte, creatieve brein kunnen. Ze reageren impulsief en gericht op het overleven van het moment. Hard en klaar om te vechten of vluchten. Ontwikkel dan maar eens je volledige potentieel! Die staat van zijn neemt een kind uiteraard mee in volwassenheid -er komt immers tussendoor normaal gesproken geen moment waarin het anders wordt. Kortom: je staat in overlevingsstand, dus het laatste wat je systeem wil is een rustige, aandachtige boeddha zijn.

Waarom het roer om?

Waarom zou je dan wel die rustige, aandachtige boeddha in jezelf willen vinden? Om je ontspannen, creatief, veilig en blij te voelen. Om jezelf volledig te kunnen ontplooien. Om een leuker medemens te zijn. Om je leven echt te léven. Zoals gezegd kan dit allemaal niet als je in je (daar is ‘ie weer) reptielenbrein rondhangt, die je helpt de hysterie van alledag te overleven. Burnouts en chronische ziektes liggen op de loer. Stress is immers de beste ziekmaker die je kan bedenken.Je kan echter altijd, ieder moment, kiezen voor een andere leefstijl.

Terugschakelen

Het moeilijkste is het begin. Namelijk de periode dat je terugschakelt van je overlevingsmodus naar je ontspannen zijn-modus. Je overlevingsmodus gaat namelijk eerst in paniek raken: ‘hoezo ga jij rustig een kopje thee drinken? We zijn in levensgevaar joh! Rennen!’ Je gaat die gevoelens onvermijdelijk voelen; de onrust en drang om op te staan en dingen te doen. En daar kan het bij blijven; je hoeft namelijk niets met die gevoelens te doen. Registreer ze, bedank ze en neem weer een lekker slokje thee. Elk moment dat je haast voelt kun je kiezen voor rust en ontspanning. Zelfs als je op tijd staat. Aandachtig je sleutels pakken, rustig in je auto gaan zitten, even diep in- en uitademen. Glimlachen. Heel rustig en aandachtig de was opvouwen, waardoor je er een paar tellen langer over doet, maar tegelijk ook een ontspannen en levend gevoel hebt opgedaan. Niet verzanden in (sociale) media.

Media mania

We moeten zoveel van de (sociale) media, is het credo. Ik denk dat dit slechts deels zo is. Ja, we krijgen een bepaald beeld via deze kanalen die bijdragen aan ons stressvolle bestaan. Maar we zoeken het ook bewust op. Het geeft ons namelijk iets: weg zijn uit de ‘realiteit’. We hoeven even dat uitputtende overlevingssysteem niet te voelen, of emoties die minder fijn zijn. Het voelt als ontspannen, terwijl je in werkelijkheid een stap buiten jezelf zet, zodat je jezelf niet voelt. Alle spanning en andere ellende zijn er nog gewoon als jij weer terugkomt uit je mediatrip. Daarom wil je wéér de media induiken. En wéér. Dat maakt het verslavend. Onderschat niet de ernst van deze verslaving en de gevolgen ervan op jouw levenskwaliteit. Probeer maar eens een paar dagen zonder tv, sociale media, internet en dergelijke. Ervaar de gevoelens die bij je opkomen, dan weet je precies wat (sociale) media voor invloed op je hebben.

De gouden tip

Nare emoties zul je, als je aandachtig leeft, natuurlijk blijven tegenkomen. Prachtig! Nu kan je ze doorvoelen, zodat ze weg kunnen gaan, of je kan actie ondernemen om te helen -in plaats van ze ergens weg te stoppen. De keuze is, ongeacht de maatschappij waar je in leeft, aan jou. Wil je in een slaaptoestand leven? Overleven in je dagelijkse activiteiten en in je vrije tijd verdoofd worden? Of wil je wakker zijn; het moment beleven, leren genieten van de afwas (jakkes), zelf weer dingen gaan maken, voedende gesprekken voeren, mijmeren over dingen, lekker als een poes in de zon liggen soezen? Wil je al dat goede naar boven laten komen? Dan heb ik een gouden tip voor je: lief, dapper mens, ga je vervelen!

(In een later blog zal ik uitgebreider ingaan op de kunst van het vervelen. Voor nu is het genoeg, om te voorkomen dat zo’n lange tekst niet in jullie schema past 😉 . )

Op mijn Facebookpagina deel ik regelmatig tips voor een meer ontspannen leven. Deze tips kunnen je onder andere helpen als de stress in je lijf hoog zit en je hier klachten door hebt.

Spiritualiteit en wetenschap

Zou dat wel kunnen, die twee in één zin, zonder iets van “versus” of zo ertussen? Laten we dat eens onderzoeken :-).

Hoezo?

Ik ben opgegroeid met beide: wetenschap via school en allerlei media en spiritualiteit middels familie en mijn eigen nieuwsgierigheid. Als ik ziek was, kreeg ik witte, homeopathische korreltjes (werkte uitstekend). Zo rond mijn veertiende begon ik mijn eigen energie in mijn lijf te sturen. Wetenschap vond ik ook uitermate boeiend. Ik verslond boeken en wilde altijd weten hoe iets zat. Beide thema’s waren voor mij zo normaal en werkelijk als wat. Tot ik mensen ontmoette die dat anders zagen.

Te zijn of niet te zijn- dat is de wetenschap

Ik leerde dat alles wat een spiritueel label heeft onwaar is volgens de huidige, Westerse maatschappij. Daar wil ik graag dieper in duiken. Velen gaan ervan uit dat als het niet wetenschappelijk is bewezen, dat het niet bestaat. En andersom: als de wetenschap iets aantoont, dan is het waar. Die ga ik zometeen afbreken, maar eerst dit: is het echt zo dat spirituele zaken nooit wetenschappelijk bewezen zijn?

Spirituele gekkigheden

Om dit te beantwoorden, hieronder enkele spirituele en alternatieve gekkigheden die wetenschappelijk bewezen zijn:

  • Honderden studies zijn verricht naar de effecten van meditatie. Velen toonden miraculeuze effecten, zoals een beter immuunsysteem. Echter, veel onderzoeken werden weer afgewezen vanwege een te kleine theoretische achtergrond. Wat overbleef uit twee metastudies, is dat voornamelijk op psychisch, emotioneel en relationeel vlak positieve effecten te meten zijn.
  • Dan een onderwerp wat mij uiteraard extra aanspreekt: reiki. Het is via meerdere studies aangetoond dat reiki behandelingen mensen met angst en depressie significant gezonder maken. The International Centre of Reiki Training houdt een lijst bij van momenteel 33 studies, die aan alle strenge wetenschappelijke eisen voldoen en peer-reviewed zijn (door mede-wetenschappers nagekeken). Een samenvatting uit die studies: reiki werkt stress-verlagend bij mens en dier. Dit is vergeleken met een controlegroep die ook mocht chillen; het stress-verlagende effect kwam dus niet omdat de deelnemers lekker mochten ontspannen, maar echt door de reiki. Enkele andere effecten: herstel van hartinfarcten (vergelijkbaar met medicatie) en cellulaire schade en significante vermindering van Alzheimer verschijnselen.
  • Via een vijf dubbelblinde proef is wetenschappelijk bewezen dat mediums daadwerkelijk informatie opvangen van overleden dierbaren van de mensen die zij een reading geven.
  • En nog zoveel meer, zoals dat je met je gedachten jezelf fysiek kunt genezen, dat zowel planten als metalen een pijnreactie en een stervensproces kennen en diverse casestudy’s waaruit blijkt dat mensen herinneringen hebben uit een ander leven (zelfs vloeiend een taal spreken die niet anderszins aangeleerd kan zijn).

Dan heb ik het nog niet over de dingen die we nog niet begrijpen en daardoor nog niet kunnen onderzoeken. Bovendien is het soms een principekwestie: Bert Hellinger, de ontdekker van de familiesystemen/opstellingen, heeft duizenden opstellingen gedaan waaruit telkens dezelfde patronen en uitkomsten kwamen. Toch verkondigt hij deze niet als waarheid, omdat hij geen garantie op de toekomst wil claimen.

Wetenschappelijke religie

Dus, nu we uit de weg hebben dat de spirituele wereld volgens de wetenschap uit wanen en placebo bestaat, kunnen we nader kijken naar de wetenschap zelf. Hoe betrouwbaar is die eigenlijk? Nou ja, zelf ben ik wetenschap onder de religies gaan scharen. Dat komt door de volgende zaken:

  • Wetenschappelijke onderzoeken hebben financiering nodig. Daar ontstaan meerdere problemen. Namelijk: bijna niemand wil geld investeren in wetenschappelijk onderzoek naar spirituele en alternatieve zaken. Er zijn namelijk weinig multinationals die daar baat bij hebben. De overheid is al net zo onwelwillend. Hierdoor kàn simpelweg veel niet ‘bewezen’ worden. Een ander probleem met geld is dat die multinationals veel geld investeren in het bewijzen van hun eigen ideeën, die hun portemonnee ten goede komen. Talloze voorbeelden zijn ervan bekend. Onderzoeken die gemanipuleerd zijn, of waarvan de uitkomst doodleuk is gewijzigd. Hierbij worden soms zelfs sterfgevallen niet vermeld, zoals bij het testen van nieuwe ‘medicijnen’.
  • Soms is het ook eigenbelang. Een insider vertelde mij dat, op de master studie die zij doet, men getraind wordt om wetenschappelijke artikelen te schrijven op een manier dat zij hun eigen waarheid en gewenste uitkomsten erin kunnen verwerken (terwijl het dus lijkt alsof het wetenschap is). Bijvoorbeeld voor persoonlijke eer.
  • Maar het is niet altijd kwaaie opzet. Kijk maar eens naar de geschiedenis: veel wetenschappelijk ‘bewijs’ is teruggeroepen door voortschrijdend inzicht. Bijvoorbeeld bij honden. Men had een beeld van de hond als strijder om de macht, waarbij hij over lijken gaat. Wetenschappers hadden daartoe ijverig zitten turven bij wolven die in dierentuinen gehouden werden. Probleem daarbij was ten eerste dat het geen natuurlijke setting was: de wolven waren vreemden van elkaar en in een klein territoriumpje opgesloten. Ze voelden zich bedreigd en vormden geenszins een roedel. Bovendien was deze soort niet eens verwant aan de hond. Zomaar een voorbeeld. Wetenschappers zijn ook mensen, die verwachtingen hebben en beperkte kennis, die soms minder gefocust zijn, of dingen interpreteren vanuit hun eigen filters.
  • Een wetenschappelijke conclusie is sowieso altijd meer een vermoeden. Zelf heb ik ook wetenschappelijke onderzoekjes gedaan voor mijn studie en dan moest je bijvoorbeeld iets leuks in een saai muizenhok zetten, om te zien of de muizen daar blij van werden. Hoewel aannemelijk, weet je nooit zeker of de toegenomen activiteit van de muizen kwam door dat leuke kokertje in hun hok. In studies waarbij je meerdere deelnemers hebt, wordt vaak een gemiddelde, mediaan, of iets dergelijks genomen als uitkomst.. Er zijn echter altijd individuele verschillen, een uitkomst is nooit 100% eenduidig.
  • Dan heb je nog de wetenschappelijke publicaties. Er is namelijk, zoals vaak in de mensenwereld, sprake van kliekjes en van buitensluiting. Dit heb ik ook (zeer spannend) uit inside bronnen. Sommige mensen mogen hun rapport wel publiceren en sommige niet. Sommige ‘peers’ branden expres het rapport van een ander af, of prijzen het de hemel in.
  • Tot slot: de media gaan er vervolgens mee aan de haal. Trekken dingen uit hun verband, overdrijven schromelijk en verzinnen ook niet zelden dingen. Een voorbeeld van antidepressiva: in mijn WO Psychology boek las ik dat de placebogroep (neppil) het vaak beter doet dan de groep die daadwerkelijk antidepressiva slikt. Toch slikt zowel consument als arts het idee dat antidepressiva goed werken. Kortom, wat uiteindelijk bij jou en mij terechtkomt aan wetenschap, daar kun je gerust een flink aantal vraagtekens bij zetten.

Maar dus: hoezo?

Dat is de vraag die bij mij opkomt gezien bovenstaande kennis en dat men toch moeite heeft met de meer spirituele onderdelen van het leven. Hoezo? Waarom wordt een bepaald deel van het leven niet geaccepteerd door velen? Wat ik denk is dat angst een grote rol speelt. Degenen in mijn omgeving die het meest sceptisch zijn over mijn reiki behandelingen, zijn degenen die niet op de behandeltafel durven. Daarmee wil ik ze absoluut niet negatief neerzetten; angst is een heel menselijke reactie op iets onbekends. Dat linkt aan mijn vorige blog over nieuwe ontwikkelingen: je reptielenbrein wil geen onbekende dingen. Dat deel van je hersenen wil het oude bekende, want daarvan weet het dat je het overleven kan en van het nieuwe (nog) niet.

Heksenjacht

Wetenschap is waar alles in onze maatschappij mee doordrenkt is: media, zorg, scholen, etc.. Dus dat is bekend, vertrouwd. De spirituele wereld wordt al eeuwenlang weggezet in de hoek van gekkies en duistere types. Als je kijkt naar de geschiedenis, zijn leefwijzen waarbij iemand in zijn eigen kracht stond (veelal natuurvolkeren) zoveel mogelijk uitgeroeid. Onder andere de Christelijke religie heeft veel werk verricht om andersdenkenden van de aarde te verwijderen. Door moorden, maar ook lastercampagnes. Denk maar aan de boze heks in sprookjes: volgens overleveringen bedacht door de Christenen. Generatieslang is dus ingeprent dat alles wat niet door de leider wordt verkondigd eng en raar is. Dit gebeurt nog steeds. Op TV bijvoorbeeld zijn de meer spirituele types een beetje maf, outsiders. Hoewel hier gelukkig wel verandering in gaande is.

Spiritueel sprookje

Mijn conclusie is dan ook dat het huidige beeld van spiritualiteit vooral stamt uit oude patronen en daarop gebaseerde angst. Uit die patronen en indoctrinatie komt tevens het blinde vertrouwen in de wetenschap (die overigens ook heus veel goeds brengt). Terwijl spiritualiteit en wetenschap wat mij betreft juist heel mooi samen zouden kunnen gaan en dat soms ook al doen. Ondanks dat de realiteit dit weerlegt, maakt het reptielenbrein echter nog steeds argumenten als ‘spiritualiteit bestaat niet’. Het is een sprookje. Ik leef in dat sprookje en ik zou zeggen: kom eens langs, het is hier hartstikke leuk!

Verder lezen/kijken:
https://psycnet.apa.org/record/2012-12792-001 (2012)
https://link.springer.com/article/10.1007/s12671-012-0101-x (2012)
https://www.hindawi.com/journals/ecam/2011/381862/ (2011)
https://www.reiki.org/articles/reiki-scientific-evidence
https://mens-en-gezondheid.infonu.nl/spiritueel/16244-meditatie-en-wetenschap.html
Autobiografie van een Yogi – Paramahansa Yogananda (1998)
https://books.google.nl/books?hl=nl&lr=&id=vIDES6VWl1MC&oi=fnd&pg=PR7&dq=reincarnation+evidence&ots=kC58Z-vtfA&sig=S3fO9z7ux_fXx0TXzg1oQ7x2_do&redir_esc=y#v=onepage&q=reincarnation%20evidence&f=false (1966)
Dit is de Hond – John Bradshaw (2017)
Psychology – Peter Gray & David F. Bjorklund (2017)
Wijze Vrouwen – Susan Smit (2009)
https://www.bnr.nl/nieuws/wetenschap/10326257/de-strijd-tegen-misstanden-in-de-farmaceutische-industrie
https://explorable.com/science-fraud
https://www.psychologicalscience.org/observer/a-call-to-change-sciences-culture-of-shaming#.WJCIrzaLRdA

Slikken – Joop Bouma
Opleiding Holistisch Kindercoach – de Weideblik, onderdeel familiesystemen (2019-2020)
The Gooplab – Gwyneth Paltrow (2020) Check op Netflix!

“Je mag ook niks meer”

Leven in een wereld die verandert

Het valt mij op dat via de sociale media en in het echte leven geregeld onvrede geuit wordt over actuele veranderingen. Gedeelde posts komen voorbij, waarin teksten staan in de trant van: “je mag geen vlees meer eten, je mag Zwarte Piet niet meer leuk vinden, je mag niet meer roken, je mag ook niks meer!” Blijkbaar voelt men zich beperkt in de vrijheid en autonomie. Met dit blog hoop ik meer licht te werpen op wat er hier, volgens mij, gebeurt.

Duister verleden

Allereerst leven we in een tijd waarin, door internet en TV, allerlei informatie tot ons komt. Andersom vinden mensen die dingen ontdekken de kanalen om die ontdekking bekend te maken. Dit is een belangrijk onderdeel van de kwestie. Kijk maar eens naar vroeger, toen we wel al in bakstenen huizen leefden, maar deze kanalen nog afwezig waren Heel veel werd in het duister gehouden. Hoe de regering regeerde, hoe ziektes werken, wat er precies in ons voedsel zit, etcetera. Er was bovendien een veel striktere hiërarchie. De dokter werd met grote eerbied benaderd en niemand durfde zijn (ja, alleen zijn) mening in twijfel te trekken. Laat staan encyclopedieën door te ploegen, om te checken of het wel klopte. Kinderen werden ook zo opgevoed: je hebt te luisteren, te gehoorzamen. Die lessen namen zij mee in hun volwassenheid. Dit, samen met het gebrek aan kennis en manieren om kennis te verrijken (zelfs doorleren was voor velen onhaalbaar), maakte dat veel kon gebeuren, zonder dat de gevolgen bekend waren. Er werd reclame gemaakt voor sigaretten, gassen die de ozonlaag beschadigden werden goedgekeurd voor gebruik, pillen werden voorgeschreven waar mensen ernstig door beschadigd raakten (ook wanneer dit vooraf bekend was). De grote man aan het stuur zal het wel weten.

Ouders opvoeden

Een belangrijke ontwikkeling in onze autonomie en vrijheid kwam in de hippietijd. Mensen worstelden zich vrij van het juk dat hen opgelegd werd. Kozen voor een vrijere opvoedstijl voor hun kinderen. Deze kinderen leerden hun eigen weg te volgen. Dat werd ook steeds meer nodig. Door de snelle ontwikkeling van technologie, waren zij al gauw meer bekwaam in die wereld dan hun ouders. Ik herinner me nog dat mijn moeder jarenlang sms’te in hoofdletters en met punten in plaats van spaties ( 🙂 ). Kinderen moesten dus meer zelf informatie leren te vergaren. Door de uitbreidende media als radio, televisie en internet, konden tevens misstanden en alternatieve ontwikkelingen niet meer zo goed tegengehouden worden.

Afbrokkelende heerschappij

Door dit alles kon meer en meer kennis doorsijpelen over de grote mannen aan het stuur (zoals werkgever, regering, of kerk). Er vielen gaten in hun heerschappij. Worden er echt gehandicapte kinderen geboren door ‘medicijnen’? En komt er nou een gat in de ozonlaag door ogenschijnlijk onschuldige producten?! Twijfel ontstond over het blinde vertrouwen in die grote man. Misschien weet hij toch niet alles. Of, erger nog, misschien heeft hij toch niet altijd ons welzijn als prioriteit! Ondanks vele mensen die ‘verdwenen’, die andere ideeën hadden, of misstanden blootlegden, vond veel informatie toch zijn weg naar ons.

Spots aan

Wat er gebeurd is in al die jaren, is dus vooral dat er meer licht is gaan schijnen op zaken. We worden minder in het duister gehouden en houden onszelf minder in het duister. Dat is enerzijds fijn: als het licht is kan je goed zien waar je loopt en wat er om je heen is. Maar dat kan net zogoed vervelend zijn. Opeens zie je ook wat een troep het is en dat anderen, verderop, er erg ongelukkig uitzien. Confronterend, wat jouw levenspad doet met jouw omgeving. Gelukkig kan je door het toestromende licht ook zien wat er nog meer voor mogelijkheden zijn. Zo zagen we dat Zwarte Piet voor sommigen een symbool voor slavernij is èn daarbij zagen we ook oplossingen. Vaak zijn de oplossingen in dit soort ‘aan het lichte gebrachte’ zaken tweeledig.

Aan of uit?

Enerzijds is er een groep die het licht weer uit wil draaien, zodat het niet gezien hoeft te worden. In het geval van de Zwarte Pieten-discussie wil deze groep doen alsof de link nooit gelegd was tussen onze kindervriend en slavernij en doorgaan zoals voorheen. Anderzijds is er de oplossing van juist nog meer in het licht gaan staan. Wat zien we dan allemaal nog meer? Wie goed genoeg kijkt, vindt een weg. Regenboogpieten, Roetveegpieten.
Nog een voorbeeld: de vleesindustrie. Al decennialang een onderwerp van discussie. Eerst was het vooral onethisch tegenover de dieren. Nu is ook duidelijk dat we onze eigen leefomgeving vernietigen met de dagelijkse consumptie van vlees. Eén groep kijkt goed rond en ziet onder meer vleesvervangers als alternatief. Een andere groep reageert met het willen bedekken van het licht. “Ik laat mijn stukje vlees niet afpakken!” Zegt het reptielenbrein.

Reptiel in je hoofd

Het reptielenbrein? Ja, dat is het kleinste deel van je hersenen, waar primitieve emoties en instincten (overlevingsdrift) wonen. Dit deel is verantwoordelijk voor veel weerstand tegen al die misstanden en de consequenties die deze meebrengen. De weerstand is heel begrijpelijk: je overlevingssysteem is er namelijk op gebouwd om jou voor veranderingen te behoeden. Veranderingen zijn potentieel gevaar en wat nu bekend is, heeft je in ieder geval niet gedood. Dus verkiest je reptielenbrein het bekende en zet van alles in om jou daarin mee te krijgen. Het prikkelt je grote hersenen om rationele argumenten te bedenken, het roept emoties op, alles om zijn zin te krijgen. Helemaal als het niet uit je eigen interesse ontstaat, maar uit een oproep van buitenaf. Dan werkt de gedachte “zij doen mij dit aan” vaak goed. Waarbij wie ‘zij’ zijn, niet duidelijk hoeft te zijn (het linkt vaak aan een oud trauma, daarover later meer). Tevens hebben we soms de bijkomende factor van verslaving. Nicotine, bijvoorbeeld, of suiker. Hierin is het genotscentrum van je brein de bevelhebber die je aan je gewoontes bindt.

Reptielentemmer

Iedereen heeft die hersencentra overigens. Daarom is het zo moeilijk om van een slechte gewoonte af te komen. Het verschil zit hem in hoe goed jij je reptielenbrein door hebt en hoe goed je verder kan kijken dan dit. Ik heb vaak kwijlend boven de pan met spekjes gehangen (figuurlijk gezien), als mijn moeder spekjes bakte. Ik wilde wel spekjes, maar koos verder te kijken, naar mijn normen en waarden. Daarmee wil ik niet zeggen dat ik de enige ben die weer hoe het hoort, het is een voorbeeld om te laten zien dat je bewust kunt kiezen voor wat jij belangrijk vindt en niet voor waar je reptielenbrein zich aan vastklampt. En om mijn lieve moeder nog een keer te noemen.

Jouw weg bewandelen

Programma’s als Radar, Keuringsdienst van Waarde, sociale media met nog talloze internationale bronnen: we ontkomen niet meer aan al die wereldwijde kennis. Lastig, maar ook verrijkend. De kunst is dus hoe je omgaat met die grote schijnwerpers. Doe je een sterke zonnebril op, draag je een grote hoed en loop je met je hoofd gebogen verder over je oude pad? Of laat je je door het licht verwarmen en verwonder je je over alle mogelijkheden die je om je heen ziet? Waar je ook voor kiest; ik wens jou veel geluk op jouw unieke pad!

Cavia-kerstverhalen

Met: Idol, de cavia met de rare neus – drie geestige jongens – een bevalling in het hooi

Van 2001 tot en met 2010 had ik een caviaopvang (asiel voor cavia’s). Honderden cavia’s kwamen en gingen. Ieder met hun eigen karakter en levensverhaal. Ja, ook cavia’s kunnen boeiende levens leiden! Speciaal voor Kerst heb ik een aantal mooie verhalen gebundeld; ieder met hun eigen moraal. Veel leesplezier!

1. Idol, het gelukkige lelijk eendje

Idol kwam met een grotere groep cavia’s van een andere opvang. Deze had hen weer van een fokker, die erg slecht met de cavia’s omging. Zo bleek wel bij Idol (en vele anderen): hij had vitamine C gebrek opgelopen en was daardoor erg snel te mager. Bovendien had hij waarschijnlijk een middenoorontsteking gehad, want zijn kopje hing scheef en zijn coördinatie hield te wensen over.

Jongvolwassen was Idol, toen hij van zijn vieze, sombere huis naar een andere plek en toen heel snel wéér naar een andere plek verhuisde. Velen van zijn familie waren wit, maar hij had ook crème- en agoutikleur. Met een paar rare plukken op zijn rug. Zijn kopje hing scheef en vaak schatte hij niet goed in hoe hij iets moest doen, zodat hij bijvoorbeeld omviel. Gelukkig was er sinds die laatste plek zijn hokgenoot, Ingwaz. Wit en glad, zoals de rest. Zachtaardig, net als Idol. Er was eigenlijk nooit mot tussen hen, ze werden al snel dikke vriendjes. Er zat dan ook geen kwaad in Idol. Door zijn handicap en slechte start had hij veel geleerd van het leven. Waar een wil is, is een weg en het is maar net hoe je de dingen bekijkt. Een beetje scheef, bijvoorbeeld.

Idol voelde zich niet zo lekker toen hij aankwam in de opvang. Hij had honger en zijn lijfje deed zeer door de ondervoeding. De lekkere hapjes die hij nu kreeg verslond hij met passie. Toch bleef hij magertjes. Aan zijn wil lag het dus niet. Soms was hij zo enthousiast met zijn kopje omhoog bij het gaas aan het piepen (als het eten kwam), dat hij achterover viel.

Zoals elke Kerst, kwamen nu ook Piet en Marianne, hele lieve mensen, met een prachtig Kerstpakket vol lekkere groentes en snacks. De knaagstaaf was favoriet bij Idol. Met zijn wankele bewegingen wist hij zich toch op twee poten staande te houden, leunend tegen de knaagstaaf. Gewoon op vier voetjes blijven staan en dan eten was niet voldoende: hij moest de hele knaagstaaf vast hebben! Met een zwaaiend hoofdje en onhandige happen genoot hij van zijn Kerstdiner.

De winters waren koud, ook in de opvang, en het vrouwtje vreesde voor Idols gezondheid. Toen begon het speciale momentje tussen hen: Idol kreeg met een spuitje babyvoeding op sojabasis, tot yoghurtdikte aangelengd. Waar andere cavia’s hier wel eens moeite mee hadden, als ze bijgevoerd moesten worden, ging Idol er op zijn kenmerkend enthousiaste manier mee om. Eten is eten! Gretig beet hij in het spuitje en slurpte alles op. Het zal je niet verbazen dat hij probleemloos de winter doorkwam.

En de winters erna. Want niemand wilde Idol hebben. Die maffe magere, met die scheve kop. Het vrouwtje scheidde Ingwaz en Idol niet, dus bleef Ingwaz ook. Hun leven werd zo aangenaam mogelijk gemaakt. In de zomer hadden ze een buitenhuisje, mèt trappetje. Gezien Idols situatie waren trappetjes iets om voorzichtig mee om te gaan. Daar had ons blije ei echter geen aandacht voor. Hij zag elke ochtend vanuit zijn nachthok de grazige groene weide en wilde daar zo snel mogelijk zijn! Met als gevolg dat hij buitelend en struikelend op de grond belandde, in plaats van stap voor stap en met beleid. Het kon hem niet deren: zodra zijn bekje in bereik was van de grassprieten, begon hij gelukzalig te eten.

Idol bleef verscheidene jaren in de opvang en overleed toen zonder ziekteverschijnselen. Zijn levenslust en enthousiasme zijn me altijd bijgebleven. Ingwaz kreeg overigens een nieuw maatje.

Idol

2. Ibbeltje: het eenzame jongetje

Ibbeltje werd geboren bij een fokker die dierenwelzijn niet hoog op de prioriteitenlijst had staan. Het leven was zwaar voor het kleine witte beertje met de donkere oogjes. Niet lang na zijn geboorte kwam hij op een andere plek: een opvang. Daar was echter geen ruimte voor hem en zo belandde Ibbeltje met een aantal andere mannen (beren) bij mij in de opvang.

Ibbeltje was wat angstig zou het hier wel goed zijn? Een aantal weken ging voorbij en het bleek allemaal best mee te vallen. Ibbeltje had plezier in het lekkere, gezonde eten en kon het aardig vinden met zijn hokgenootje Harry. Harry was al groot en een stabiele, stoere man. Op een dag kwam er een mensenmoeder met haar zoontje in de opvang. Ze wilden een goede daad verrichten en Harry en Ibbeltje mee naar huis nemen! Dan zouden ze heerlijk alle mensenaandacht voor zichzelf hebben.

Hoe anders bleek de realiteit. Ondanks moeders goede wil, pakte het cavia avontuur niet zo positief uit.

Het zoontje was erg druk. Ibbeltje, van nature verlegen, vond dit heel moeilijk. Harry had hem wel verteld dat hij zich niet moest aanstellen, maar voor Ibbeltje voelde het niet als aanstellen. Hij schrok elke keer van het lawaai en het jongetje was wild met de cavia’s. Ibbeltje was vaak bang dat hij hem pijn zou doen. Hij keek met verbazing toe hoe Harry zich vrijwillig liet oppakken en zijn schoudertjes ophaalde over de onrust in huis. Ibbeltje voelde zich steeds onveiliger en eenzamer. Van pure ellende ging Ibbeltje zichzelf verwonden. Hij zocht een manier om zijn stress kwijt te kunnen en vond dit door zijn rug open te krabben. Op dat moment trok moeder een grens.

Zo gebeurde het dat Ibbeltje een aantal maanden later weer in mijn opvang belandde. Nog steeds klein van stuk, maar nu heel paniekerig en duidelijk van streek. Met een grote open wond op zijn rug. Moeder vertelde met spijt dat Ibbeltje niet met de hectiek in huis om kon gaan. Harry wel, dus die kon blijven.

Ibbeltje herkende de geluiden en geuren. Hij was hier al eerder gewest! Maar waarom was Harry niet bij hem? Hij was op dit moment zo gespannen dat hij nog zou schrikken van zijn eigen schaduw. Alleen in een hokje deed hij zijn best om te verdwijnen. Hij vermeed elk contact met mensen en durfde zich nauwelijks te laten zien. Hij wist niet goed wat hij met zichzelf aan moest. Hij wist dat het nu anders was, maar hoe moest hij zich dan nu gedragen? En hoe wist hij of het nu wel goed was?

Na acht jaar opvang handelde ik steeds meer vanuit intuïtie en zo ook in dit geval. Beren, als ze (bijna) volwassen zijn, kunnen vaak niet meer goed samen gekoppeld worden. Dan vechten ze elkaar de tent uit. Op het moment dat Ibbeltje terugkwam, had ik echter een leuk duo dat op straat gevonden was: volwassen Kenai en puber Taco. Een idee ontstond in mij, om Ibbeltje uit zijn cirkel van angst te halen.

Vlak na zijn komst in de opvang, werd Ibbeltje alweer uit zijn hok getild en in een afgezet stuk op de grond gezet. Hij schrok zich wild! Maar dat was nog niets vergeleken bij wat toen gebeurde: twee andere mannen kwamen het terrein op! Een grote bruine en een glimmende witte, van vergelijkbare leeftijd als Ibbeltje zelf. Nieuwsgierig kwamen ze bij hem kijken. Ibbeltje vond het doodeng en gilde het uit! Als het echt moest, volgens hem, beet hij ook van zich af. Hij keek toe hoe deze vreemdelingen daar laconiek mee omgingen. Liepen gewoon weer weg, om later nog eens te checken. Ze werden niet boos en vielen Ibbeltje niet aan. Hoe kon dit? Het draaide in zijn kleine koppie.

Samen met deze mannen kwam Ibbeltje in een nieuw, schoon hok. Godzijdank waren er weer huisjes om in te schuilen. Ibbeltje nam gelijk intrek in één van hen. Tot zijn frustratie bleven de twee mannen hem echter, beurtelings, opzoeken. Ze gingen dan naast hem zitten, terwijl Ibbeltje in alle talen uitriep dat hij alleen wilde zijn. Alles liever dan een pak voor z’n broek. Alleen dat pak voor z’n broek kwam maar niet. Die dagen erop volgde Ibbeltje vanuit zijn huisje hoe Kenai en Taco hun ding deden. Ze pakten eten aan van het mensenvrouwtje! Wow, wat een lef! En, net zo bijzonder: ze waren vrolijk. Liepen vaak te huppelen en te zingen. Zomaar. Ze verstopten zich niet, maakten geen ruzie. Het was zo anders! Langzaam maar zeker won Ibbeltjes nieuwsgierigheid het van zijn angst. Hij begon achteraan bij hun te staan, als ze eten aanpakten. Hij liet de mannen bij hem in de buurt komen en liep meer rond in het hok. Op een goeie dag durfde hij zelfs mee te huppelen! Opeens besefte hij: hier was het goed! Hij had twee lieve vrienden gevonden! Hoera!

Het was een prachtig proces om te zien: van een onzichtbare, angstige cavia veranderde Ibbeltje in een blij sociaal dier, dat met zijn vriendjes speelde en mij om eten durfde te vragen.

Na een aantal weken kwam er een mensenvrouw de opvang binnen. Ze wilde twee cavia’s adopteren, zo hoorden de mannen. Ze was vol interesse voor het trio, dat vrolijk bij het gaas kwam kijken. Ze viel voor hen en stelde haar doel bij: ach, drie cavia’s kan toch ook? Kenai, Taco en de kleine Ibbeltje, die nu geen wond meer op zijn rug had, werden in een doosje gezet. Op naar een nieuw leven. Vol persoonlijke aandacht, vrijheid, lekker eten en broederschap!

Taco (links) en Ibbeltje

3. Een overbevolkte herberg

Op een dag kreeg ik bericht van een zorgboerderij. Ze hadden cavia’s, maar het was een beetje uit de hand gelopen. Of ik een deel wilde overnemen? We spraken af dat ik alle vrouwtjes en jongen mee zou nemen, zodat er niets meer zwanger kon worden bij hun. Het werden 43 cavia’s, waarvan velen in de opvang bevielen van nestjes. Zo ook Pippa.

Pippa was moe en boos. Het was een drukte van jewelste binnen de gemetselde muurtjes van haar thuis. Mannen die vrouwen versierden, moeders die hun kroost bij elkaar probeerden te houden, noem maar op. Zelf was ze ook hoogzwanger en zat niet lekker in haar vel. Zoals de meesten hier, overigens. Velen zagen er onverzorgd of ronduit ziek uit. Zelf was Pippa grotendeels kaal. Door de stress en het onvolwaardige eten. Alles wat ze had, ging naar haar buik vol kindjes. Haar lichaam had niet de energie om haar hele lijf gezond te houden, dus viel het minste belangrijke, haar vacht, af. Het was een ellendig bestaan. Toen was er die ene dag.

Rillend in haar blootje zat Pippa middenin de hectiek, terwijl vreemde handen de ene na de andere soortgenoot oppakten. Sommigen werden weer teruggezet, anderen gingen mee. Kratjes vol cavia’s zag Pippa vertrekken, ook uit andere stenen hokken. Pippa werd algauw één van hen. Na een tijd in een reismand gezeten te hebben, kwam ze op een plek waar ze veel meer cavia’s rook en hoorde. Als dit maar goed kwam!

Er was een groot hok, bij een groot raam. Schoon zaagsel, vers hooi, groente, brokjes, … Het zag er prachtig uit! Alleen wéér al die andere cavia’s! Pippa werd er woest van. Moest ze nu alweer haar thuis delen met zoveel anderen?! Dat trok ze niet! Haar knoppen sloegen door, uit pure overleving. Hysterisch rende ze achter haar hokgenoten aan, allemaal ook in verwachting, terwijl ze hen in hun achterste probeerde te bijten. ‘Ophoepelen jullie!’ Dat ging even zo door, tot de vreemde handen haar weer oppakten en haar eindelijk haar eigen woning gaven. Alleen, in alle rust.

De weken die daarop volgden at Pippa als een bezetene. De vrouw van de vreemde handen reed hele kruiwagens vol gras en ander lekkers voor om Pippa en haar familie te voeden. Langzaam maar zeker zakte Pippa’s boosheid. Ze voelde zich niet meer zo slap, maar begon energie te krijgen. Haar haar groeide ook terug, wat een verademing was. Ze betrapte zichzelf soms zelfs op een vrolijke bui. Gelukkig maar, want toen was het tijd voor de bevalling…

Vijf kinderen. Levend en wel. Het was flink aanpoten, maar wat was Pippa blij dat ze haar kleintjes hier kon baren. Zonder door tig anderen omver gelopen te worden en met een sterk en gezond lijf. Pippa’s kinderen groeiden veel te snel op en kregen allemaal een goed thuis. Daarna mocht Pippa weer met andere dames samenwonen. Pippa was inmiddels een andere cavia: prachtige, glanzende borstelharen in drie kleuren, glimmende oogjes en een goed gemoed. Probleemloos liet ze zich nu door de groep opnemen. Ze waren eigenlijk heel aardig, die andere cavia’s. Er was genoeg ruimte en er waren schuilplekken om je terug te trekken. Pippa was nu een vrolijke cavia, die met enthousiasme meedeed in de dagroutine. Ze zal hier echter niet lang blijven.

Want, na enige tijd werd ook Pippa in een liefdevol gezin opgenomen. Ze ging ook daar samenwonen en nu wist ze dat ze dat kon. Sterker nog: nu wilde ze het ook!

Ik heb eerder cavia’s gehad die er zo slecht aan toe waren als Pippa. Een vergelijkbaar vrouwtje baarde vier dode jongen. Het is allemaal net op tijd goed gegaan met haar en haar jongen. Ik kan me verbazen over de wilskracht van zo’n klein diertje. En wat dit alles met het humeur doet…

Gezonde Pippa. Helaas, door een gecrashte laptop, geen voor-foto’s.

Schroom niet om deze cavia’s als je leraar te zien (zie mijn allereerste blog over leraren); wat kan jij van een cavia leren? Met die vraag laat ik jullie met plezier de feestdagen in gaan en wens jullie liefde en licht toe in deze periode en het jaar dat komen gaat!

Wel goed je best doen hè?

(Deel 2 van de wijze lessen uit de retraite van Wake Up, in de Maanhoeve)

Elke stap deed zeer. Steeds meer, ook. Het einde leek nog zo ver weg! En dan moest ik ook weer helemaal terug. Pfff, waar ben ik aan begonnen? Waarom heb ik geen slippers aan…? Ik probeerde de spirituele les hiervan te vinden: het levenspad is soms ook moeilijk te bewandelen. Ronduit pijnlijk, soms. Er hoorde toch een spirituele les te zijn, dit was immers een labyrint.

Het leerzame labyrint

Een labyrint, anders dan een doolhof, leidt onontkoombaar naar één punt: het midden. De weg daar naartoe is lang, omdat het vele kronkels om dat middelpunt heen maakt, alvorens er aan te komen. Je kan met een specifieke levensvraag een labyrint in gaan. Je antwoord vind je in het midden. Of als je het labyrint weer uit bent, dat schijnt ook te kunnen. Nou, ik had wel zin in een wijze levensles. Dus op een vrij moment in de retraite liep ik naar het labyrint. Het zag er niet zo heel groot uit, dus slippers leken me niet nodig. Ik liep die dagen toch al bijna alleen maar op blote voeten, dus dit houtsnipperpad kon ik prima aan. Dacht ik.

Doorzetten of niet doorzetten

Nu liep ik dus al een hele tijd op mijn tanden te bijten en manieren te vinden om mijn voeten zo min mogelijk te belasten met uitstekende stukjes hout. Zo’n labyrint is verraderlijk lang! Een deel van mij wilde stoppen, maar nee: ik kon mijn spirituele pad toch niet onderbreken? Wat zou dat wel niet zeggen over mijn doorzettingsvermogen in het echte leven?! Dit was vast een les, herinnerde ik mezelf weer. Na wat een eindeloze reis leek, kwam ik dan toch aan in het midden. Met nu al frisse tegenzin in de aankomende terugreis. Er waren enkele uit boomstammen gehouwen stoelen. Ik streek neer op één en ontving direct mijn les: waar heb ik me in vredesnaam zo druk om gemaakt?

Serieus gedoe

Het inzicht kwam heel helder tot me. Wat had ik serieus lopen doen op een klein stukje met houtsnippers bestrooide aarde. Mijn voeten beschadigend, tegen mijn zin in doorlopend. Omdat iets dat groter en wijzer is dan mij hierdoor iets zou moeten willen vertellen. Ik besefte dat een labyrint, net als alle andere manieren om te leren (van therapie tot kerk tot cursus, tot zeg het maar), een middel zijn. Niet meer en niet minder. Een manier om een beter versie van jezelf te worden. Wat belangrijker is, is dat je luistert naar jezelf en trouw blijft aan jezelf.

Ontrouw aan jezelf

Trouw blijven aan jezelf en stoppen als iets te zeer ingaat tegen jouw belangen. Hoe normaal is dat eigenlijk in onze samenleving? Volgens het CBS krijgt één op de zeven Nederlanders te maken met burn out klachten. Een burn out betekent dat je stress systeem volledig van zijn padje is, door langdurige overbelasting. Langdurig en overmatig stress, dus. Stress ontstaat als jouw systeem registreert dat het alert moet zijn voor gevaar. Dat het niet op zijn gemak kan zijn, omdat er iets niet goed is op dat moment. Zoals iedereen die met burn out klachten te maken heeft gehad, weet: er gaan doorgaans veel signalen aan vooraf. Hartkloppingen, slecht slapen, vergeetachtigheid, prikkelbaarheid, gespannen schouders, … Deze signalen van een te pijnlijk en niet passend pad, worden genegeerd. Sterker nog, we hebben zo goed geleerd het te negeren dat het niet zelden pas achteraf echt opgemerkt wordt. Waarom negeren we zoveel houtsnippers, totdat we letterlijk stilgezet worden?

Machtsgebruik door ouders

Voor mijn opleiding tot holistisch kindercoach las ik het boek “luisteren naar kinderen” van Thomas Gordon. (Even tussendoor: een ontzettende aanrader!) In dat boek wordt gesproken over de machtsverhouding tussen kind en ouders. Ouders die hun macht gebruiken om het kind te dwingen iets te doen- zoals al generaties lang de norm is. Bijvoorbeeld door de behoeftes van het kind in te zetten als straf of beloning (“anders mag je geen YouTube kijken!”). Al vroeg leren kinderen zo te gehoorzamen aan gezag, zonder acht te slaan op wat hun eigen systeem wil. Is er ruimte om rustig te overleggen over waaròm het kind iets wil, dan zou de ouder misschien hele andere keuzes maken. Gordon adviseert dan ook bij conflicten samen te gaan zoeken naar een oplossing, waarmee beide partijen gelukkig zijn. Daarmee leren zowel kind als ouder hun eigen behoeftes ervaren en verwoorden en een weg te vinden waarin deze behoeftes gehoord worden.

En machtsgebruik door heel veel anderen

Niet alleen thuis, ook op de sportclub, op school, op het werk: overal zijn ‘meerderen’ die je iets opleggen. Daarbij komt dat bepaald gedrag door manipulatie bevorderd wordt. Net als bij het trainen van dieren: goed gedrag belonen, zodat het toeneemt. En slecht gedrag bestraffen, zodat het afneemt. Als een kind hard gewerkt heeft, krijgt het een sticker, of een goed cijfer. Los van of dit aansluit bij zijn passie of behoeftes. Als het te moe is om te gaan voetballen: “even doorzetten! Wees een grote meid.” Wie wil er nou geen grote meid (oké of jongen) zijn? Over de grenzen van je lichaam en geest heenstappen wordt zo via straf en beloning gestimuleerd. N.B. Ik schets nu een enigszins eenzijdig beeld, om mijn punt te maken, dat snap je hoop ik. Natuurlijk zijn er ouders en bazen die (gelukkig) andere methodes hanteren. Het gaat hier om het effect van het overheersende “wel goed je best doen hè?” en het ondergeschikte “voel je je hier goed bij/past dit bij jou?”. Plus hoe subtiel en gemakkelijk dit gaat.

Eigen wijsheid

Er is, wat mij betreft, verandering nodig in dit opzicht. Ik ben ervan overtuigd dat ieder mens en kind wijsheid in zich hebben om te voelen wat goed is voor henzelf. En, heel belangrijk, dat de maatschappij pas echt goed draait als iedereen doet waar hij goed in is en wat bij hem of haar past. Iedereen komt met een talent op aarde, om een bijdrage te leveren. We kunnen elkaar daarbij helpen, steunen, adviseren. Met respect voor elkaars eigen wijsheid en grenzen. De kunst is om je eigen kracht te vinden en je eigen pad te volgen.

Kapotte voeten, of slippers

Als je teveel houtsnippers op je pad hebt, kun je doorlopen naar het opgelegde doel. Als je er aan komt, zijn je voeten te beschadigd om nog andere activiteiten mee te ondernemen. Je kan ook goed voor jezelf zorgen en slippers aan doen, of een pad kiezen dat beter bij je voeten past. Daarbij het beeld loslatend van die meerdere, die positief over jou gestemd moet zijn. Goed genoeg te moeten zijn. Iets wat voor mij soms duidelijk een uitdaging is. Grinnikend om mezelf stapte ik na mijn inzicht over de lage heggetjes heen, het labyrint weer uit.

Bronnen:
https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2015/47/cbs-en-tno-een-op-de-zeven-werknemers-heeft-burn-outklachten
Luisteren Naar Kinderen – Thomas Gordon

Nieuwetijdskinderen

Over de (school-)kinderen van nu

Hondjes in de kantlijn

Eind 1988 werd ik geboren op het platteland van Groningen. Veel groen, veel ruimte. Mijn schoolleven startte overzichtelijk, op een basisschool met 100 leerlingen, in een rustig dorpje. Een geluk daarbij was dat mijn moeder destijds thuis was voor ons, kinderen. Tussen de middag kon ik naar huis, mijn schoenen uitdoen (dat was heel belangrijk) en in mijn eigen ruimte zijn (net zo belangrijk). Opgeladen en ontladen kon ik dan de middag in. Tekenschriften verslond ik. De één na de ander tekende ik vol en nam daarin ook gelijk andere, daar niet voor bestemde schriftjes mee. Omdat we met z’n 21-en waren in de klas, was er ruimte voor het individuele kind. Dat ik in de kantlijn van mijn taalschrift wel eens een hondje neerzette, dat was gewoon Marieke, die tekende graag. Natuurlijk waren er ook hobbels op de weg. Zo was hooggevoeligheid in die tijd nog helemaal niet in beeld, waardoor toen al een belangrijk deel van mij niet gezien werd. Een deel wat ik daarom uit noodzaak begon weg te stoppen.


Steeds voller hoofd, steeds stiller lichaam

Hoe anders dan het rustige dorpsschooltje was de middelbare school voor mij. Ik ging naar de Grote Stad (Groningen), naar een school met 800 tot 1000 leerlingen. Pubers, die rookten op het schoolplein en ruzie zochten met de docenten. Die laatsten zagen na jou nog vijf klassen met andere kinderen. Vooral zwaar vond ik de uren van stilzitten. Een heel uur op een stoel, luisteren en moeten doen waar mijn hart niet lag. Van pure ellende nam ik een houtblokje mee uit het technieklokaal en begon onder de les met mijn breekmes er een rondje van te slijpen. Totdat de wiskundeleraar het zag en er een stekende opmerking over maakte, waardoor de klas mij vrolijk uitlachte. Ik mocht niet meer tekenen tijdens uitleg, of in de kantlijn van huiswerk. Als ik ontspannen op mijn stoel zat, werd ik zelfs door mijn klasgenootjes gecorrigeerd. Rechtop zitten, ogen op de docent, stil zijn. Van het stilzitten kreeg ik het ijskoud. Mijn lichaam had beweging nodig! Ook om al die informatie van mijn hoofd mijn lijf in te krijgen. Nu stapelde het zich op. Mijn hoofd werd voller en voller en mijn lichaam stiller en stiller. Gevoelig als ik was, reageerde ik tevens erg op de onpersoonlijke en vaak disharmonische sfeer in de klas. Ik zat soms huilend in de klas (door andere omstandigheden) en de docent zag het niet (of deed alsof). Wat mijn leven daarbij erg stressvol maakte, waren het constant beoordeeld worden (5,5 of hoger!) en het huiswerk. Opeens volgde school me tot in mijn veilige haven! Maar goed, ik was een brave leerling die geen heibel schopte, dus niemand maakte zich zorgen.

One size fits all

Op mijn zeventiende was het tijd om een carrière te kiezen. Ik koos Diermanagement (na een jaar Communicatiesystemen, maar deze omschrijving geldt voor beide). Ik hield van dieren, mensen en vormgeven en volgde mijn hart. Weer liep ik echter tegen de manier van lesgeven aan. Enorme leerboeken; soms wel 1000 pagina’s vol met informatie, tot in de kleinste, meest zinloze details. Stilzitten. Soms 3 uur achtereen in hetzelfde hoorcollege. Het woord zegt het al: je mag alleen horen. In een donkere zaal zonder daglicht staarden we naar de docent die opdreunde wat er op de powerpoint-presentatie stond. Ook nu werden intuïtie en contact met je lichaam totaal niet belangrijk geacht. Je hoofd, daar ging het om. Daar moest in zo’n kort mogelijke tijd zoveel mogelijk kennis in. Ook nu weer keiharde deadlines, begin- en eindtijden en regels. Voor een gevoelige Marieke soms niet te volgen. Dan stond er op BlackBoard een melding dat we naar lokaal B moesten in plaats van A en kregen we een mailtje dat de deadline van ons huiswerk toch verschoven werd. O ja en als je kijkt op de monitor in de hal, dan zie je de actuele lestijd van je vak. Al die kanalen, al die regels en prikkels, het werkte niet zoals ik werkte. Maar ik moest maar werken zoals het systeem werkte. En ik wilde het zó graag goed doen, dat ik me krampachtig aan probeerde te passen.

Welkom in de ratrace

Het zal je niet verbazen dat ik, na zoveel jaren training, op diezelfde gestreste en hoofdige manier mijn werkende leven in stoomde. Met totale veronachtzaming van mijn lichaam, gevoel en geestelijke gezondheid. Terwijl mijn systeem mij zoveel te vertellen had! Het reageert feilloos op sferen, subtiele zintuigelijke prikkels en mijn interne ‘klimaat’. Dit heb ik allemaal moeten leren toen ik in een zware burn out belandde en niet begreep waarom ik niet met het systeem mee kon komen. Ik voelde me niet goed genoeg, falend.


Kinderen van nu

Ik deel deze ervaring, omdat er steeds meer hooggevoelige kinderen geboren worden. Dit noemt men ook wel nieuwetijdskinderen. Kinderen die een rijk gevoelsleven hebben, creatief en intuïtief zijn en subtiele prikkels opvangen. Kinderen die het nodig hebben in contact te staan met zichzelf en de natuur. Die tussen de sommetjes door misschien even willen bewegen, of hondjes in de kantlijn moeten tekenen, om hun hersenhelften in balans te brengen. Kinderen voor wie grote groepen en een op correctie gerichte hiërarchie niet werken. Kinderen die soms moe en overprikkeld zijn en dan niet kunnen functioneren, ook al wil de school van wel. Mijn hart gaat uit naar deze kinderen.

Levenslessen en carrièrelessen

Wat was mijn leven anders gelopen als we op school geregeld aardingsoefeningen hadden gedaan. Als we vrijer mochten bewegen en tekenen. Als ik meer had mogen leren wat bij mij past en waar mijn talenten liggen. Als er lessen waren geweest gericht op hoe overprikkeling werkt. Levenslessen, in plaats van enkel carrièrelessen. Aangeboden op een plezierige, stimulerende manier. Meer in de natuur! Hiermee wil ik overigens niet leerkrachten in een kwaad daglicht stellen. Het gaat mij om het schoolsysteem. Ook voor veel docenten werkt dit systeem niet. Te veel kinderen onder je hoede hebben, bijvoorbeeld: dat is bij voorbaat al een gefaalde missie. Zonde dat het talentvolle leerkrachten op onmogelijk gemaakt wordt om kinderen te helpen.

Tijden veranderen. Dit filmpje van Prince Ea verwoordt, mooier dan ik zou kunnen, hoe het schoolsysteem ook zou moeten veranderen. Je gaat een vis -die uitstekend kan zwemmen, toch niet dwingen in een boom te klimmen? Ieder kind is uniek en met de toename van hooggevoelige kinderen (en dus mensen) wordt het des te belangrijker om juist die uniekheid te laten stralen.

P.S. Vanaf maart 2020 bied ik holistische kindercoaching aan. Mail of bel gerust voor meer informatie. Lees hier meer over dit aanbod.

Dana, geven uit het hart

Onlangs was ik op retraite, van Wake Up, de jongvolwassenen-tak (ja daar hoor ik nog bij!) van Plum Village. Plum Village is weer een centrum vanuit de leer van Thich Naht Hanh. Een boeddhistisch leermeester. Wake Up heeft diverse groepen door Nederland, ook in Groningen. Deze groep komt wekelijks bij elkaar om te mediteren en mindfulness te beoefenen. Omdat deze avonden zo verrijkend voor mij zijn, leek een hele retraite hiervan me wel iets voor mij. En dat was het! Ik deel graag een paar inzichten die ik heb opgedaan in die vier dagen. Deze keer: geven en ontvangen.

Een onderdeel van de filosofie, leer, of hoe je het wilt noemen, is Dana. Dana is geven, onbaatzuchtig, vanuit het hart. Dit is een spirituele beoefening voor de gever zowel als de ontvanger. Voor de gever is het een oefening, omdat deze iets opoffert (geld, tijd, energie, …) ten gunste van een ander. Zonder dat het moet en zonder iets terug te verwachten. De ontvanger oefent in deze situatie met het ontvangen. Zonder iets terug te willen doen, of er andere verantwoordelijkheden aan te hangen. De deelnemers werden uitgenodigd om gedurende de retraite met Dana te oefenen; zomaar iets doen voor een ander. In mijn geval was ik eerst de ontvanger. 

We zaten in de meditatieruimte en zouden yoga gaan doen. Hiervoor had iedereen een matje en een zitkussen nodig. Ik had nog geen zitkussen. Een meisje zag dit en gaf het aan me. Met een glimlach. Dit deed meer met me dan ik vooraf had gedacht. Het is heel fijn als iemand je ziet en iets liefs voor je doet, merkte ik. Ook al is het iets simpels als een kussen voor je pakken, dat vijf meter bij je vandaan ligt. Wat ik verder merkte, is dat ik vanaf dat moment dat meisje lief vond en haar ook meer zag. Liefde die groeit door te delen.

Toen was ik een dappere gever. Ik zeg dapper, omdat ik dit deed voor iemand waar ik lichte antipathie voor koesterde. Soms heb ik dat, dat ik iemand al bij de eerste blik niet mag. Tegenwoordig erken ik dit gevoel en neem het serieus. In die zin, dat ik de persoon niet zelf opzoek. Mijn gevoel vertelt me iets en wellicht is daar een reden voor. Wel probeer ik een open vizier te houden en de persoon niet te veroordelen op het gevoel. Want mogelijk komt mijn voorgevoel slechts voort uit een eigenschap die ik bij de persoon zie, die ik niet leuk vind van mezelf. Het spiegeleffect. Natuurlijk heb ik daar nóóit last van, maar toch.

Enfin, de persoon in kwestie at aan dezelfde tafel als ik. Ik was eerder klaar dan hij. Opeens voelde ik het: dit was mijn kans om met Dana te oefenen. We wasten altijd zelf onze borden en bestek af, direct na het eten. Ik bood, meteen reagerend op mijn impuls, de persoon aan om zijn spullen ook af te wassen. Dat was akkoord en hij reageerde blij verrast. Door die reactie groeide mijn waardering voor deze persoon. En mijn zelfbeeld werd ook een beetje opgekrikt. Kijk mij nou eens lief doen voor de mensheid! En ook nog eens iemand waar ik weerstand tegen heb! Knap hoor. Na deze gulle actie van mij, merkte ik dat mijn gevoel bij de persoon echt was veranderd. Zijn dankbaarheid en vriendelijkheid zien, deed kennelijk een ander beeld van hem oplichten. De irritatieprikkels waren drastisch verminderd. En dat is toch voor iedereen fijn…

Door de aanmoediging aan het begin van de retraite en de mensen die hierop ingingen, werd Dana steeds normaler; een sneeuwbal-effect. Als je stond af te drogen, pakte je makkelijk ook even het bord van je buurvrouw mee. Of je bood je hulp aan, als je dacht dat deze gewenst was. De sfeer werd door al dat geven en blij ontvangen heel vriendelijk, liefdevol. Een lichte, ontspannen sfeer. Ter contrast: kijk eens hoe we soms met elkaar omgaan in het verkeer. Even haperen bij het stoplicht en er wordt getoeterd. Mensen die zich persoonlijk aangevallen voelen als een medeweggebruiker voor oponthoud zorgt. Voelen dat je allemaal mens bent en begrip hebben voor elkaars plussen en minnen, kan zoveel veranderen. Een beetje geven (van je tijd, je vriendelijkheid, …) geeft nog veel meer terug. Het mooie daarbij is dat het zich verspreidt. Toen ik het kussentje ontving van het meisje, kreeg ik ook zin om iets liefs te doen voor iemand. 

Geven uit het hart in een maatschappij waarin veelal geleerd wordt je af te sluiten voor anderen, kan lastig zijn. Je liefdevolle daad kan anders geïnterpreteerd worden. Bedenk je dan dat het gaat om jouw intenties. Jij gaf liefde, Dana. Wat die ander daarmee doet, is aan hem of haar. Daar heb jij geen invloed op. Wellicht, als diegene verder is in zijn leven, denkt deze nog eens terug aan jouw daad. En ziet dan wel jouw intenties. En geeft dan misschien het cadeau van liefde door. 

Voor info over Wake Up, kijk op: www.wkup.org.