Blog

Spiritualiteit en wetenschap

Zou dat wel kunnen, die twee in één zin, zonder iets van “versus” of zo ertussen? Laten we dat eens onderzoeken :-).

Hoezo?

Ik ben opgegroeid met beide: wetenschap via school en allerlei media en spiritualiteit middels familie en mijn eigen nieuwsgierigheid. Als ik ziek was, kreeg ik witte, homeopathische korreltjes (werkte uitstekend). Zo rond mijn veertiende begon ik mijn eigen energie in mijn lijf te sturen. Wetenschap vond ik ook uitermate boeiend. Ik verslond boeken en wilde altijd weten hoe iets zat. Beide thema’s waren voor mij zo normaal en werkelijk als wat. Tot ik mensen ontmoette die dat anders zagen.

Te zijn of niet te zijn- dat is de wetenschap

Ik leerde dat alles wat een spiritueel label heeft onwaar is volgens de huidige, Westerse maatschappij. Daar wil ik graag dieper in duiken. Velen gaan ervan uit dat als het niet wetenschappelijk is bewezen, dat het niet bestaat. En andersom: als de wetenschap iets aantoont, dan is het waar. Die ga ik zometeen afbreken, maar eerst dit: is het echt zo dat spirituele zaken nooit wetenschappelijk bewezen zijn?

Spirituele gekkigheden

Om dit te beantwoorden, hieronder enkele spirituele en alternatieve gekkigheden die wetenschappelijk bewezen zijn:

  • Honderden studies zijn verricht naar de effecten van meditatie. Velen toonden miraculeuze effecten, zoals een beter immuunsysteem. Echter, veel onderzoeken werden weer afgewezen vanwege een te kleine theoretische achtergrond. Wat overbleef uit twee metastudies, is dat voornamelijk op psychisch, emotioneel en relationeel vlak positieve effecten te meten zijn.
  • Dan een onderwerp wat mij uiteraard extra aanspreekt: reiki. Het is via meerdere studies aangetoond dat reiki behandelingen mensen met angst en depressie significant gezonder maken. The International Centre of Reiki Training houdt een lijst bij van momenteel 33 studies, die aan alle strenge wetenschappelijke eisen voldoen en peer-reviewed zijn (door mede-wetenschappers nagekeken). Een samenvatting uit die studies: reiki werkt stress-verlagend bij mens en dier. Dit is vergeleken met een controlegroep die ook mocht chillen; het stress-verlagende effect kwam dus niet omdat de deelnemers lekker mochten ontspannen, maar echt door de reiki. Enkele andere effecten: herstel van hartinfarcten (vergelijkbaar met medicatie) en cellulaire schade en significante vermindering van Alzheimer verschijnselen.
  • Via een vijf dubbelblinde proef is wetenschappelijk bewezen dat mediums daadwerkelijk informatie opvangen van overleden dierbaren van de mensen die zij een reading geven.
  • En nog zoveel meer, zoals dat je met je gedachten jezelf fysiek kunt genezen, dat zowel planten als metalen een pijnreactie en een stervensproces kennen en diverse casestudy’s waaruit blijkt dat mensen herinneringen hebben uit een ander leven (zelfs vloeiend een taal spreken die niet anderszins aangeleerd kan zijn).

Dan heb ik het nog niet over de dingen die we nog niet begrijpen en daardoor nog niet kunnen onderzoeken. Bovendien is het soms een principekwestie: Bert Hellinger, de ontdekker van de familiesystemen/opstellingen, heeft duizenden opstellingen gedaan waaruit telkens dezelfde patronen en uitkomsten kwamen. Toch verkondigt hij deze niet als waarheid, omdat hij geen garantie op de toekomst wil claimen.

Wetenschappelijke religie

Dus, nu we uit de weg hebben dat de spirituele wereld volgens de wetenschap uit wanen en placebo bestaat, kunnen we nader kijken naar de wetenschap zelf. Hoe betrouwbaar is die eigenlijk? Nou ja, zelf ben ik wetenschap onder de religies gaan scharen. Dat komt door de volgende zaken:

  • Wetenschappelijke onderzoeken hebben financiering nodig. Daar ontstaan meerdere problemen. Namelijk: bijna niemand wil geld investeren in wetenschappelijk onderzoek naar spirituele en alternatieve zaken. Er zijn namelijk weinig multinationals die daar baat bij hebben. De overheid is al net zo onwelwillend. Hierdoor kàn simpelweg veel niet ‘bewezen’ worden. Een ander probleem met geld is dat die multinationals veel geld investeren in het bewijzen van hun eigen ideeën, die hun portemonnee ten goede komen. Talloze voorbeelden zijn ervan bekend. Onderzoeken die gemanipuleerd zijn, of waarvan de uitkomst doodleuk is gewijzigd. Hierbij worden soms zelfs sterfgevallen niet vermeld, zoals bij het testen van nieuwe ‘medicijnen’.
  • Soms is het ook eigenbelang. Een insider vertelde mij dat, op de master studie die zij doet, men getraind wordt om wetenschappelijke artikelen te schrijven op een manier dat zij hun eigen waarheid en gewenste uitkomsten erin kunnen verwerken (terwijl het dus lijkt alsof het wetenschap is). Bijvoorbeeld voor persoonlijke eer.
  • Maar het is niet altijd kwaaie opzet. Kijk maar eens naar de geschiedenis: veel wetenschappelijk ‘bewijs’ is teruggeroepen door voortschrijdend inzicht. Bijvoorbeeld bij honden. Men had een beeld van de hond als strijder om de macht, waarbij hij over lijken gaat. Wetenschappers hadden daartoe ijverig zitten turven bij wolven die in dierentuinen gehouden werden. Probleem daarbij was ten eerste dat het geen natuurlijke setting was: de wolven waren vreemden van elkaar en in een klein territoriumpje opgesloten. Ze voelden zich bedreigd en vormden geenszins een roedel. Bovendien was deze soort niet eens verwant aan de hond. Zomaar een voorbeeld. Wetenschappers zijn ook mensen, die verwachtingen hebben en beperkte kennis, die soms minder gefocust zijn, of dingen interpreteren vanuit hun eigen filters.
  • Een wetenschappelijke conclusie is sowieso altijd meer een vermoeden. Zelf heb ik ook wetenschappelijke onderzoekjes gedaan voor mijn studie en dan moest je bijvoorbeeld iets leuks in een saai muizenhok zetten, om te zien of de muizen daar blij van werden. Hoewel aannemelijk, weet je nooit zeker of de toegenomen activiteit van de muizen kwam door dat leuke kokertje in hun hok. In studies waarbij je meerdere deelnemers hebt, wordt vaak een gemiddelde, mediaan, of iets dergelijks genomen als uitkomst.. Er zijn echter altijd individuele verschillen, een uitkomst is nooit 100% eenduidig.
  • Dan heb je nog de wetenschappelijke publicaties. Er is namelijk, zoals vaak in de mensenwereld, sprake van kliekjes en van buitensluiting. Dit heb ik ook (zeer spannend) uit inside bronnen. Sommige mensen mogen hun rapport wel publiceren en sommige niet. Sommige ‘peers’ branden expres het rapport van een ander af, of prijzen het de hemel in.
  • Tot slot: de media gaan er vervolgens mee aan de haal. Trekken dingen uit hun verband, overdrijven schromelijk en verzinnen ook niet zelden dingen. Een voorbeeld van antidepressiva: in mijn WO Psychology boek las ik dat de placebogroep (neppil) het vaak beter doet dan de groep die daadwerkelijk antidepressiva slikt. Toch slikt zowel consument als arts het idee dat antidepressiva goed werken. Kortom, wat uiteindelijk bij jou en mij terechtkomt aan wetenschap, daar kun je gerust een flink aantal vraagtekens bij zetten.

Maar dus: hoezo?

Dat is de vraag die bij mij opkomt gezien bovenstaande kennis en dat men toch moeite heeft met de meer spirituele onderdelen van het leven. Hoezo? Waarom wordt een bepaald deel van het leven niet geaccepteerd door velen? Wat ik denk is dat angst een grote rol speelt. Degenen in mijn omgeving die het meest sceptisch zijn over mijn reiki behandelingen, zijn degenen die niet op de behandeltafel durven. Daarmee wil ik ze absoluut niet negatief neerzetten; angst is een heel menselijke reactie op iets onbekends. Dat linkt aan mijn vorige blog over nieuwe ontwikkelingen: je reptielenbrein wil geen onbekende dingen. Dat deel van je hersenen wil het oude bekende, want daarvan weet het dat je het overleven kan en van het nieuwe (nog) niet.

Heksenjacht

Wetenschap is waar alles in onze maatschappij mee doordrenkt is: media, zorg, scholen, etc.. Dus dat is bekend, vertrouwd. De spirituele wereld wordt al eeuwenlang weggezet in de hoek van gekkies en duistere types. Als je kijkt naar de geschiedenis, zijn leefwijzen waarbij iemand in zijn eigen kracht stond (veelal natuurvolkeren) zoveel mogelijk uitgeroeid. Onder andere de Christelijke religie heeft veel werk verricht om andersdenkenden van de aarde te verwijderen. Door moorden, maar ook lastercampagnes. Denk maar aan de boze heks in sprookjes: volgens overleveringen bedacht door de Christenen. Generatieslang is dus ingeprent dat alles wat niet door de leider wordt verkondigd eng en raar is. Dit gebeurt nog steeds. Op TV bijvoorbeeld zijn de meer spirituele types een beetje maf, outsiders. Hoewel hier gelukkig wel verandering in gaande is.

Spiritueel sprookje

Mijn conclusie is dan ook dat het huidige beeld van spiritualiteit vooral stamt uit oude patronen en daarop gebaseerde angst. Uit die patronen en indoctrinatie komt tevens het blinde vertrouwen in de wetenschap (die overigens ook heus veel goeds brengt). Terwijl spiritualiteit en wetenschap wat mij betreft juist heel mooi samen zouden kunnen gaan en dat soms ook al doen. Ondanks dat de realiteit dit weerlegt, maakt het reptielenbrein echter nog steeds argumenten als ‘spiritualiteit bestaat niet’. Het is een sprookje. Ik leef in dat sprookje en ik zou zeggen: kom eens langs, het is hier hartstikke leuk!

Verder lezen/kijken:
https://psycnet.apa.org/record/2012-12792-001 (2012)
https://link.springer.com/article/10.1007/s12671-012-0101-x (2012)
https://www.hindawi.com/journals/ecam/2011/381862/ (2011)
https://www.reiki.org/articles/reiki-scientific-evidence
https://mens-en-gezondheid.infonu.nl/spiritueel/16244-meditatie-en-wetenschap.html
Autobiografie van een Yogi – Paramahansa Yogananda (1998)
https://books.google.nl/books?hl=nl&lr=&id=vIDES6VWl1MC&oi=fnd&pg=PR7&dq=reincarnation+evidence&ots=kC58Z-vtfA&sig=S3fO9z7ux_fXx0TXzg1oQ7x2_do&redir_esc=y#v=onepage&q=reincarnation%20evidence&f=false (1966)
Dit is de Hond – John Bradshaw (2017)
Psychology – Peter Gray & David F. Bjorklund (2017)
Wijze Vrouwen – Susan Smit (2009)
https://www.bnr.nl/nieuws/wetenschap/10326257/de-strijd-tegen-misstanden-in-de-farmaceutische-industrie
https://explorable.com/science-fraud
https://www.psychologicalscience.org/observer/a-call-to-change-sciences-culture-of-shaming#.WJCIrzaLRdA

Slikken – Joop Bouma
Opleiding Holistisch Kindercoach – de Weideblik, onderdeel familiesystemen (2019-2020)
The Gooplab – Gwyneth Paltrow (2020) Check op Netflix!

“Je mag ook niks meer”

Leven in een wereld die verandert

Het valt mij op dat via de sociale media en in het echte leven geregeld onvrede geuit wordt over actuele veranderingen. Gedeelde posts komen voorbij, waarin teksten staan in de trant van: “je mag geen vlees meer eten, je mag Zwarte Piet niet meer leuk vinden, je mag niet meer roken, je mag ook niks meer!” Blijkbaar voelt men zich beperkt in de vrijheid en autonomie. Met dit blog hoop ik meer licht te werpen op wat er hier, volgens mij, gebeurt.

Duister verleden

Allereerst leven we in een tijd waarin, door internet en TV, allerlei informatie tot ons komt. Andersom vinden mensen die dingen ontdekken de kanalen om die ontdekking bekend te maken. Dit is een belangrijk onderdeel van de kwestie. Kijk maar eens naar vroeger, toen we wel al in bakstenen huizen leefden, maar deze kanalen nog afwezig waren Heel veel werd in het duister gehouden. Hoe de regering regeerde, hoe ziektes werken, wat er precies in ons voedsel zit, etcetera. Er was bovendien een veel striktere hiërarchie. De dokter werd met grote eerbied benaderd en niemand durfde zijn (ja, alleen zijn) mening in twijfel te trekken. Laat staan encyclopedieën door te ploegen, om te checken of het wel klopte. Kinderen werden ook zo opgevoed: je hebt te luisteren, te gehoorzamen. Die lessen namen zij mee in hun volwassenheid. Dit, samen met het gebrek aan kennis en manieren om kennis te verrijken (zelfs doorleren was voor velen onhaalbaar), maakte dat veel kon gebeuren, zonder dat de gevolgen bekend waren. Er werd reclame gemaakt voor sigaretten, gassen die de ozonlaag beschadigden werden goedgekeurd voor gebruik, pillen werden voorgeschreven waar mensen ernstig door beschadigd raakten (ook wanneer dit vooraf bekend was). De grote man aan het stuur zal het wel weten.

Ouders opvoeden

Een belangrijke ontwikkeling in onze autonomie en vrijheid kwam in de hippietijd. Mensen worstelden zich vrij van het juk dat hen opgelegd werd. Kozen voor een vrijere opvoedstijl voor hun kinderen. Deze kinderen leerden hun eigen weg te volgen. Dat werd ook steeds meer nodig. Door de snelle ontwikkeling van technologie, waren zij al gauw meer bekwaam in die wereld dan hun ouders. Ik herinner me nog dat mijn moeder jarenlang sms’te in hoofdletters en met punten in plaats van spaties ( 🙂 ). Kinderen moesten dus meer zelf informatie leren te vergaren. Door de uitbreidende media als radio, televisie en internet, konden tevens misstanden en alternatieve ontwikkelingen niet meer zo goed tegengehouden worden.

Afbrokkelende heerschappij

Door dit alles kon meer en meer kennis doorsijpelen over de grote mannen aan het stuur (zoals werkgever, regering, of kerk). Er vielen gaten in hun heerschappij. Worden er echt gehandicapte kinderen geboren door ‘medicijnen’? En komt er nou een gat in de ozonlaag door ogenschijnlijk onschuldige producten?! Twijfel ontstond over het blinde vertrouwen in die grote man. Misschien weet hij toch niet alles. Of, erger nog, misschien heeft hij toch niet altijd ons welzijn als prioriteit! Ondanks vele mensen die ‘verdwenen’, die andere ideeën hadden, of misstanden blootlegden, vond veel informatie toch zijn weg naar ons.

Spots aan

Wat er gebeurd is in al die jaren, is dus vooral dat er meer licht is gaan schijnen op zaken. We worden minder in het duister gehouden en houden onszelf minder in het duister. Dat is enerzijds fijn: als het licht is kan je goed zien waar je loopt en wat er om je heen is. Maar dat kan net zogoed vervelend zijn. Opeens zie je ook wat een troep het is en dat anderen, verderop, er erg ongelukkig uitzien. Confronterend, wat jouw levenspad doet met jouw omgeving. Gelukkig kan je door het toestromende licht ook zien wat er nog meer voor mogelijkheden zijn. Zo zagen we dat Zwarte Piet voor sommigen een symbool voor slavernij is èn daarbij zagen we ook oplossingen. Vaak zijn de oplossingen in dit soort ‘aan het lichte gebrachte’ zaken tweeledig.

Aan of uit?

Enerzijds is er een groep die het licht weer uit wil draaien, zodat het niet gezien hoeft te worden. In het geval van de Zwarte Pieten-discussie wil deze groep doen alsof de link nooit gelegd was tussen onze kindervriend en slavernij en doorgaan zoals voorheen. Anderzijds is er de oplossing van juist nog meer in het licht gaan staan. Wat zien we dan allemaal nog meer? Wie goed genoeg kijkt, vindt een weg. Regenboogpieten, Roetveegpieten.
Nog een voorbeeld: de vleesindustrie. Al decennialang een onderwerp van discussie. Eerst was het vooral onethisch tegenover de dieren. Nu is ook duidelijk dat we onze eigen leefomgeving vernietigen met de dagelijkse consumptie van vlees. Eén groep kijkt goed rond en ziet onder meer vleesvervangers als alternatief. Een andere groep reageert met het willen bedekken van het licht. “Ik laat mijn stukje vlees niet afpakken!” Zegt het reptielenbrein.

Reptiel in je hoofd

Het reptielenbrein? Ja, dat is het kleinste deel van je hersenen, waar primitieve emoties en instincten (overlevingsdrift) wonen. Dit deel is verantwoordelijk voor veel weerstand tegen al die misstanden en de consequenties die deze meebrengen. De weerstand is heel begrijpelijk: je overlevingssysteem is er namelijk op gebouwd om jou voor veranderingen te behoeden. Veranderingen zijn potentieel gevaar en wat nu bekend is, heeft je in ieder geval niet gedood. Dus verkiest je reptielenbrein het bekende en zet van alles in om jou daarin mee te krijgen. Het prikkelt je grote hersenen om rationele argumenten te bedenken, het roept emoties op, alles om zijn zin te krijgen. Helemaal als het niet uit je eigen interesse ontstaat, maar uit een oproep van buitenaf. Dan werkt de gedachte “zij doen mij dit aan” vaak goed. Waarbij wie ‘zij’ zijn, niet duidelijk hoeft te zijn (het linkt vaak aan een oud trauma, daarover later meer). Tevens hebben we soms de bijkomende factor van verslaving. Nicotine, bijvoorbeeld, of suiker. Hierin is het genotscentrum van je brein de bevelhebber die je aan je gewoontes bindt.

Reptielentemmer

Iedereen heeft die hersencentra overigens. Daarom is het zo moeilijk om van een slechte gewoonte af te komen. Het verschil zit hem in hoe goed jij je reptielenbrein door hebt en hoe goed je verder kan kijken dan dit. Ik heb vaak kwijlend boven de pan met spekjes gehangen (figuurlijk gezien), als mijn moeder spekjes bakte. Ik wilde wel spekjes, maar koos verder te kijken, naar mijn normen en waarden. Daarmee wil ik niet zeggen dat ik de enige ben die weer hoe het hoort, het is een voorbeeld om te laten zien dat je bewust kunt kiezen voor wat jij belangrijk vindt en niet voor waar je reptielenbrein zich aan vastklampt. En om mijn lieve moeder nog een keer te noemen.

Jouw weg bewandelen

Programma’s als Radar, Keuringsdienst van Waarde, sociale media met nog talloze internationale bronnen: we ontkomen niet meer aan al die wereldwijde kennis. Lastig, maar ook verrijkend. De kunst is dus hoe je omgaat met die grote schijnwerpers. Doe je een sterke zonnebril op, draag je een grote hoed en loop je met je hoofd gebogen verder over je oude pad? Of laat je je door het licht verwarmen en verwonder je je over alle mogelijkheden die je om je heen ziet? Waar je ook voor kiest; ik wens jou veel geluk op jouw unieke pad!

Cavia-kerstverhalen

Met: Idol, de cavia met de rare neus – drie geestige jongens – een bevalling in het hooi

Van 2001 tot en met 2010 had ik een caviaopvang (asiel voor cavia’s). Honderden cavia’s kwamen en gingen. Ieder met hun eigen karakter en levensverhaal. Ja, ook cavia’s kunnen boeiende levens leiden! Speciaal voor Kerst heb ik een aantal mooie verhalen gebundeld; ieder met hun eigen moraal. Veel leesplezier!

1. Idol, het gelukkige lelijk eendje

Idol kwam met een grotere groep cavia’s van een andere opvang. Deze had hen weer van een fokker, die erg slecht met de cavia’s omging. Zo bleek wel bij Idol (en vele anderen): hij had vitamine C gebrek opgelopen en was daardoor erg snel te mager. Bovendien had hij waarschijnlijk een middenoorontsteking gehad, want zijn kopje hing scheef en zijn coördinatie hield te wensen over.

Jongvolwassen was Idol, toen hij van zijn vieze, sombere huis naar een andere plek en toen heel snel wéér naar een andere plek verhuisde. Velen van zijn familie waren wit, maar hij had ook crème- en agoutikleur. Met een paar rare plukken op zijn rug. Zijn kopje hing scheef en vaak schatte hij niet goed in hoe hij iets moest doen, zodat hij bijvoorbeeld omviel. Gelukkig was er sinds die laatste plek zijn hokgenoot, Ingwaz. Wit en glad, zoals de rest. Zachtaardig, net als Idol. Er was eigenlijk nooit mot tussen hen, ze werden al snel dikke vriendjes. Er zat dan ook geen kwaad in Idol. Door zijn handicap en slechte start had hij veel geleerd van het leven. Waar een wil is, is een weg en het is maar net hoe je de dingen bekijkt. Een beetje scheef, bijvoorbeeld.

Idol voelde zich niet zo lekker toen hij aankwam in de opvang. Hij had honger en zijn lijfje deed zeer door de ondervoeding. De lekkere hapjes die hij nu kreeg verslond hij met passie. Toch bleef hij magertjes. Aan zijn wil lag het dus niet. Soms was hij zo enthousiast met zijn kopje omhoog bij het gaas aan het piepen (als het eten kwam), dat hij achterover viel.

Zoals elke Kerst, kwamen nu ook Piet en Marianne, hele lieve mensen, met een prachtig Kerstpakket vol lekkere groentes en snacks. De knaagstaaf was favoriet bij Idol. Met zijn wankele bewegingen wist hij zich toch op twee poten staande te houden, leunend tegen de knaagstaaf. Gewoon op vier voetjes blijven staan en dan eten was niet voldoende: hij moest de hele knaagstaaf vast hebben! Met een zwaaiend hoofdje en onhandige happen genoot hij van zijn Kerstdiner.

De winters waren koud, ook in de opvang, en het vrouwtje vreesde voor Idols gezondheid. Toen begon het speciale momentje tussen hen: Idol kreeg met een spuitje babyvoeding op sojabasis, tot yoghurtdikte aangelengd. Waar andere cavia’s hier wel eens moeite mee hadden, als ze bijgevoerd moesten worden, ging Idol er op zijn kenmerkend enthousiaste manier mee om. Eten is eten! Gretig beet hij in het spuitje en slurpte alles op. Het zal je niet verbazen dat hij probleemloos de winter doorkwam.

En de winters erna. Want niemand wilde Idol hebben. Die maffe magere, met die scheve kop. Het vrouwtje scheidde Ingwaz en Idol niet, dus bleef Ingwaz ook. Hun leven werd zo aangenaam mogelijk gemaakt. In de zomer hadden ze een buitenhuisje, mèt trappetje. Gezien Idols situatie waren trappetjes iets om voorzichtig mee om te gaan. Daar had ons blije ei echter geen aandacht voor. Hij zag elke ochtend vanuit zijn nachthok de grazige groene weide en wilde daar zo snel mogelijk zijn! Met als gevolg dat hij buitelend en struikelend op de grond belandde, in plaats van stap voor stap en met beleid. Het kon hem niet deren: zodra zijn bekje in bereik was van de grassprieten, begon hij gelukzalig te eten.

Idol bleef verscheidene jaren in de opvang en overleed toen zonder ziekteverschijnselen. Zijn levenslust en enthousiasme zijn me altijd bijgebleven. Ingwaz kreeg overigens een nieuw maatje.

Idol

2. Ibbeltje: het eenzame jongetje

Ibbeltje werd geboren bij een fokker die dierenwelzijn niet hoog op de prioriteitenlijst had staan. Het leven was zwaar voor het kleine witte beertje met de donkere oogjes. Niet lang na zijn geboorte kwam hij op een andere plek: een opvang. Daar was echter geen ruimte voor hem en zo belandde Ibbeltje met een aantal andere mannen (beren) bij mij in de opvang.

Ibbeltje was wat angstig zou het hier wel goed zijn? Een aantal weken ging voorbij en het bleek allemaal best mee te vallen. Ibbeltje had plezier in het lekkere, gezonde eten en kon het aardig vinden met zijn hokgenootje Harry. Harry was al groot en een stabiele, stoere man. Op een dag kwam er een mensenmoeder met haar zoontje in de opvang. Ze wilden een goede daad verrichten en Harry en Ibbeltje mee naar huis nemen! Dan zouden ze heerlijk alle mensenaandacht voor zichzelf hebben.

Hoe anders bleek de realiteit. Ondanks moeders goede wil, pakte het cavia avontuur niet zo positief uit.

Het zoontje was erg druk. Ibbeltje, van nature verlegen, vond dit heel moeilijk. Harry had hem wel verteld dat hij zich niet moest aanstellen, maar voor Ibbeltje voelde het niet als aanstellen. Hij schrok elke keer van het lawaai en het jongetje was wild met de cavia’s. Ibbeltje was vaak bang dat hij hem pijn zou doen. Hij keek met verbazing toe hoe Harry zich vrijwillig liet oppakken en zijn schoudertjes ophaalde over de onrust in huis. Ibbeltje voelde zich steeds onveiliger en eenzamer. Van pure ellende ging Ibbeltje zichzelf verwonden. Hij zocht een manier om zijn stress kwijt te kunnen en vond dit door zijn rug open te krabben. Op dat moment trok moeder een grens.

Zo gebeurde het dat Ibbeltje een aantal maanden later weer in mijn opvang belandde. Nog steeds klein van stuk, maar nu heel paniekerig en duidelijk van streek. Met een grote open wond op zijn rug. Moeder vertelde met spijt dat Ibbeltje niet met de hectiek in huis om kon gaan. Harry wel, dus die kon blijven.

Ibbeltje herkende de geluiden en geuren. Hij was hier al eerder gewest! Maar waarom was Harry niet bij hem? Hij was op dit moment zo gespannen dat hij nog zou schrikken van zijn eigen schaduw. Alleen in een hokje deed hij zijn best om te verdwijnen. Hij vermeed elk contact met mensen en durfde zich nauwelijks te laten zien. Hij wist niet goed wat hij met zichzelf aan moest. Hij wist dat het nu anders was, maar hoe moest hij zich dan nu gedragen? En hoe wist hij of het nu wel goed was?

Na acht jaar opvang handelde ik steeds meer vanuit intuïtie en zo ook in dit geval. Beren, als ze (bijna) volwassen zijn, kunnen vaak niet meer goed samen gekoppeld worden. Dan vechten ze elkaar de tent uit. Op het moment dat Ibbeltje terugkwam, had ik echter een leuk duo dat op straat gevonden was: volwassen Kenai en puber Taco. Een idee ontstond in mij, om Ibbeltje uit zijn cirkel van angst te halen.

Vlak na zijn komst in de opvang, werd Ibbeltje alweer uit zijn hok getild en in een afgezet stuk op de grond gezet. Hij schrok zich wild! Maar dat was nog niets vergeleken bij wat toen gebeurde: twee andere mannen kwamen het terrein op! Een grote bruine en een glimmende witte, van vergelijkbare leeftijd als Ibbeltje zelf. Nieuwsgierig kwamen ze bij hem kijken. Ibbeltje vond het doodeng en gilde het uit! Als het echt moest, volgens hem, beet hij ook van zich af. Hij keek toe hoe deze vreemdelingen daar laconiek mee omgingen. Liepen gewoon weer weg, om later nog eens te checken. Ze werden niet boos en vielen Ibbeltje niet aan. Hoe kon dit? Het draaide in zijn kleine koppie.

Samen met deze mannen kwam Ibbeltje in een nieuw, schoon hok. Godzijdank waren er weer huisjes om in te schuilen. Ibbeltje nam gelijk intrek in één van hen. Tot zijn frustratie bleven de twee mannen hem echter, beurtelings, opzoeken. Ze gingen dan naast hem zitten, terwijl Ibbeltje in alle talen uitriep dat hij alleen wilde zijn. Alles liever dan een pak voor z’n broek. Alleen dat pak voor z’n broek kwam maar niet. Die dagen erop volgde Ibbeltje vanuit zijn huisje hoe Kenai en Taco hun ding deden. Ze pakten eten aan van het mensenvrouwtje! Wow, wat een lef! En, net zo bijzonder: ze waren vrolijk. Liepen vaak te huppelen en te zingen. Zomaar. Ze verstopten zich niet, maakten geen ruzie. Het was zo anders! Langzaam maar zeker won Ibbeltjes nieuwsgierigheid het van zijn angst. Hij begon achteraan bij hun te staan, als ze eten aanpakten. Hij liet de mannen bij hem in de buurt komen en liep meer rond in het hok. Op een goeie dag durfde hij zelfs mee te huppelen! Opeens besefte hij: hier was het goed! Hij had twee lieve vrienden gevonden! Hoera!

Het was een prachtig proces om te zien: van een onzichtbare, angstige cavia veranderde Ibbeltje in een blij sociaal dier, dat met zijn vriendjes speelde en mij om eten durfde te vragen.

Na een aantal weken kwam er een mensenvrouw de opvang binnen. Ze wilde twee cavia’s adopteren, zo hoorden de mannen. Ze was vol interesse voor het trio, dat vrolijk bij het gaas kwam kijken. Ze viel voor hen en stelde haar doel bij: ach, drie cavia’s kan toch ook? Kenai, Taco en de kleine Ibbeltje, die nu geen wond meer op zijn rug had, werden in een doosje gezet. Op naar een nieuw leven. Vol persoonlijke aandacht, vrijheid, lekker eten en broederschap!

Taco (links) en Ibbeltje

3. Een overbevolkte herberg

Op een dag kreeg ik bericht van een zorgboerderij. Ze hadden cavia’s, maar het was een beetje uit de hand gelopen. Of ik een deel wilde overnemen? We spraken af dat ik alle vrouwtjes en jongen mee zou nemen, zodat er niets meer zwanger kon worden bij hun. Het werden 43 cavia’s, waarvan velen in de opvang bevielen van nestjes. Zo ook Pippa.

Pippa was moe en boos. Het was een drukte van jewelste binnen de gemetselde muurtjes van haar thuis. Mannen die vrouwen versierden, moeders die hun kroost bij elkaar probeerden te houden, noem maar op. Zelf was ze ook hoogzwanger en zat niet lekker in haar vel. Zoals de meesten hier, overigens. Velen zagen er onverzorgd of ronduit ziek uit. Zelf was Pippa grotendeels kaal. Door de stress en het onvolwaardige eten. Alles wat ze had, ging naar haar buik vol kindjes. Haar lichaam had niet de energie om haar hele lijf gezond te houden, dus viel het minste belangrijke, haar vacht, af. Het was een ellendig bestaan. Toen was er die ene dag.

Rillend in haar blootje zat Pippa middenin de hectiek, terwijl vreemde handen de ene na de andere soortgenoot oppakten. Sommigen werden weer teruggezet, anderen gingen mee. Kratjes vol cavia’s zag Pippa vertrekken, ook uit andere stenen hokken. Pippa werd algauw één van hen. Na een tijd in een reismand gezeten te hebben, kwam ze op een plek waar ze veel meer cavia’s rook en hoorde. Als dit maar goed kwam!

Er was een groot hok, bij een groot raam. Schoon zaagsel, vers hooi, groente, brokjes, … Het zag er prachtig uit! Alleen wéér al die andere cavia’s! Pippa werd er woest van. Moest ze nu alweer haar thuis delen met zoveel anderen?! Dat trok ze niet! Haar knoppen sloegen door, uit pure overleving. Hysterisch rende ze achter haar hokgenoten aan, allemaal ook in verwachting, terwijl ze hen in hun achterste probeerde te bijten. ‘Ophoepelen jullie!’ Dat ging even zo door, tot de vreemde handen haar weer oppakten en haar eindelijk haar eigen woning gaven. Alleen, in alle rust.

De weken die daarop volgden at Pippa als een bezetene. De vrouw van de vreemde handen reed hele kruiwagens vol gras en ander lekkers voor om Pippa en haar familie te voeden. Langzaam maar zeker zakte Pippa’s boosheid. Ze voelde zich niet meer zo slap, maar begon energie te krijgen. Haar haar groeide ook terug, wat een verademing was. Ze betrapte zichzelf soms zelfs op een vrolijke bui. Gelukkig maar, want toen was het tijd voor de bevalling…

Vijf kinderen. Levend en wel. Het was flink aanpoten, maar wat was Pippa blij dat ze haar kleintjes hier kon baren. Zonder door tig anderen omver gelopen te worden en met een sterk en gezond lijf. Pippa’s kinderen groeiden veel te snel op en kregen allemaal een goed thuis. Daarna mocht Pippa weer met andere dames samenwonen. Pippa was inmiddels een andere cavia: prachtige, glanzende borstelharen in drie kleuren, glimmende oogjes en een goed gemoed. Probleemloos liet ze zich nu door de groep opnemen. Ze waren eigenlijk heel aardig, die andere cavia’s. Er was genoeg ruimte en er waren schuilplekken om je terug te trekken. Pippa was nu een vrolijke cavia, die met enthousiasme meedeed in de dagroutine. Ze zal hier echter niet lang blijven.

Want, na enige tijd werd ook Pippa in een liefdevol gezin opgenomen. Ze ging ook daar samenwonen en nu wist ze dat ze dat kon. Sterker nog: nu wilde ze het ook!

Ik heb eerder cavia’s gehad die er zo slecht aan toe waren als Pippa. Een vergelijkbaar vrouwtje baarde vier dode jongen. Het is allemaal net op tijd goed gegaan met haar en haar jongen. Ik kan me verbazen over de wilskracht van zo’n klein diertje. En wat dit alles met het humeur doet…

Gezonde Pippa. Helaas, door een gecrashte laptop, geen voor-foto’s.

Schroom niet om deze cavia’s als je leraar te zien (zie mijn allereerste blog over leraren); wat kan jij van een cavia leren? Met die vraag laat ik jullie met plezier de feestdagen in gaan en wens jullie liefde en licht toe in deze periode en het jaar dat komen gaat!

Wel goed je best doen hè?

(Deel 2 van de wijze lessen uit de retraite van Wake Up, in de Maanhoeve)

Elke stap deed zeer. Steeds meer, ook. Het einde leek nog zo ver weg! En dan moest ik ook weer helemaal terug. Pfff, waar ben ik aan begonnen? Waarom heb ik geen slippers aan…? Ik probeerde de spirituele les hiervan te vinden: het levenspad is soms ook moeilijk te bewandelen. Ronduit pijnlijk, soms. Er hoorde toch een spirituele les te zijn, dit was immers een labyrint.

Het leerzame labyrint

Een labyrint, anders dan een doolhof, leidt onontkoombaar naar één punt: het midden. De weg daar naartoe is lang, omdat het vele kronkels om dat middelpunt heen maakt, alvorens er aan te komen. Je kan met een specifieke levensvraag een labyrint in gaan. Je antwoord vind je in het midden. Of als je het labyrint weer uit bent, dat schijnt ook te kunnen. Nou, ik had wel zin in een wijze levensles. Dus op een vrij moment in de retraite liep ik naar het labyrint. Het zag er niet zo heel groot uit, dus slippers leken me niet nodig. Ik liep die dagen toch al bijna alleen maar op blote voeten, dus dit houtsnipperpad kon ik prima aan. Dacht ik.

Doorzetten of niet doorzetten

Nu liep ik dus al een hele tijd op mijn tanden te bijten en manieren te vinden om mijn voeten zo min mogelijk te belasten met uitstekende stukjes hout. Zo’n labyrint is verraderlijk lang! Een deel van mij wilde stoppen, maar nee: ik kon mijn spirituele pad toch niet onderbreken? Wat zou dat wel niet zeggen over mijn doorzettingsvermogen in het echte leven?! Dit was vast een les, herinnerde ik mezelf weer. Na wat een eindeloze reis leek, kwam ik dan toch aan in het midden. Met nu al frisse tegenzin in de aankomende terugreis. Er waren enkele uit boomstammen gehouwen stoelen. Ik streek neer op één en ontving direct mijn les: waar heb ik me in vredesnaam zo druk om gemaakt?

Serieus gedoe

Het inzicht kwam heel helder tot me. Wat had ik serieus lopen doen op een klein stukje met houtsnippers bestrooide aarde. Mijn voeten beschadigend, tegen mijn zin in doorlopend. Omdat iets dat groter en wijzer is dan mij hierdoor iets zou moeten willen vertellen. Ik besefte dat een labyrint, net als alle andere manieren om te leren (van therapie tot kerk tot cursus, tot zeg het maar), een middel zijn. Niet meer en niet minder. Een manier om een beter versie van jezelf te worden. Wat belangrijker is, is dat je luistert naar jezelf en trouw blijft aan jezelf.

Ontrouw aan jezelf

Trouw blijven aan jezelf en stoppen als iets te zeer ingaat tegen jouw belangen. Hoe normaal is dat eigenlijk in onze samenleving? Volgens het CBS krijgt één op de zeven Nederlanders te maken met burn out klachten. Een burn out betekent dat je stress systeem volledig van zijn padje is, door langdurige overbelasting. Langdurig en overmatig stress, dus. Stress ontstaat als jouw systeem registreert dat het alert moet zijn voor gevaar. Dat het niet op zijn gemak kan zijn, omdat er iets niet goed is op dat moment. Zoals iedereen die met burn out klachten te maken heeft gehad, weet: er gaan doorgaans veel signalen aan vooraf. Hartkloppingen, slecht slapen, vergeetachtigheid, prikkelbaarheid, gespannen schouders, … Deze signalen van een te pijnlijk en niet passend pad, worden genegeerd. Sterker nog, we hebben zo goed geleerd het te negeren dat het niet zelden pas achteraf echt opgemerkt wordt. Waarom negeren we zoveel houtsnippers, totdat we letterlijk stilgezet worden?

Machtsgebruik door ouders

Voor mijn opleiding tot holistisch kindercoach las ik het boek “luisteren naar kinderen” van Thomas Gordon. (Even tussendoor: een ontzettende aanrader!) In dat boek wordt gesproken over de machtsverhouding tussen kind en ouders. Ouders die hun macht gebruiken om het kind te dwingen iets te doen- zoals al generaties lang de norm is. Bijvoorbeeld door de behoeftes van het kind in te zetten als straf of beloning (“anders mag je geen YouTube kijken!”). Al vroeg leren kinderen zo te gehoorzamen aan gezag, zonder acht te slaan op wat hun eigen systeem wil. Is er ruimte om rustig te overleggen over waaròm het kind iets wil, dan zou de ouder misschien hele andere keuzes maken. Gordon adviseert dan ook bij conflicten samen te gaan zoeken naar een oplossing, waarmee beide partijen gelukkig zijn. Daarmee leren zowel kind als ouder hun eigen behoeftes ervaren en verwoorden en een weg te vinden waarin deze behoeftes gehoord worden.

En machtsgebruik door heel veel anderen

Niet alleen thuis, ook op de sportclub, op school, op het werk: overal zijn ‘meerderen’ die je iets opleggen. Daarbij komt dat bepaald gedrag door manipulatie bevorderd wordt. Net als bij het trainen van dieren: goed gedrag belonen, zodat het toeneemt. En slecht gedrag bestraffen, zodat het afneemt. Als een kind hard gewerkt heeft, krijgt het een sticker, of een goed cijfer. Los van of dit aansluit bij zijn passie of behoeftes. Als het te moe is om te gaan voetballen: “even doorzetten! Wees een grote meid.” Wie wil er nou geen grote meid (oké of jongen) zijn? Over de grenzen van je lichaam en geest heenstappen wordt zo via straf en beloning gestimuleerd. N.B. Ik schets nu een enigszins eenzijdig beeld, om mijn punt te maken, dat snap je hoop ik. Natuurlijk zijn er ouders en bazen die (gelukkig) andere methodes hanteren. Het gaat hier om het effect van het overheersende “wel goed je best doen hè?” en het ondergeschikte “voel je je hier goed bij/past dit bij jou?”. Plus hoe subtiel en gemakkelijk dit gaat.

Eigen wijsheid

Er is, wat mij betreft, verandering nodig in dit opzicht. Ik ben ervan overtuigd dat ieder mens en kind wijsheid in zich hebben om te voelen wat goed is voor henzelf. En, heel belangrijk, dat de maatschappij pas echt goed draait als iedereen doet waar hij goed in is en wat bij hem of haar past. Iedereen komt met een talent op aarde, om een bijdrage te leveren. We kunnen elkaar daarbij helpen, steunen, adviseren. Met respect voor elkaars eigen wijsheid en grenzen. De kunst is om je eigen kracht te vinden en je eigen pad te volgen.

Kapotte voeten, of slippers

Als je teveel houtsnippers op je pad hebt, kun je doorlopen naar het opgelegde doel. Als je er aan komt, zijn je voeten te beschadigd om nog andere activiteiten mee te ondernemen. Je kan ook goed voor jezelf zorgen en slippers aan doen, of een pad kiezen dat beter bij je voeten past. Daarbij het beeld loslatend van die meerdere, die positief over jou gestemd moet zijn. Goed genoeg te moeten zijn. Iets wat voor mij soms duidelijk een uitdaging is. Grinnikend om mezelf stapte ik na mijn inzicht over de lage heggetjes heen, het labyrint weer uit.

Bronnen:
https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2015/47/cbs-en-tno-een-op-de-zeven-werknemers-heeft-burn-outklachten
Luisteren Naar Kinderen – Thomas Gordon

Nieuwetijdskinderen

Over de (school-)kinderen van nu

Hondjes in de kantlijn

Eind 1988 werd ik geboren op het platteland van Groningen. Veel groen, veel ruimte. Mijn schoolleven startte overzichtelijk, op een basisschool met 100 leerlingen, in een rustig dorpje. Een geluk daarbij was dat mijn moeder destijds thuis was voor ons, kinderen. Tussen de middag kon ik naar huis, mijn schoenen uitdoen (dat was heel belangrijk) en in mijn eigen ruimte zijn (net zo belangrijk). Opgeladen en ontladen kon ik dan de middag in. Tekenschriften verslond ik. De één na de ander tekende ik vol en nam daarin ook gelijk andere, daar niet voor bestemde schriftjes mee. Omdat we met z’n 21-en waren in de klas, was er ruimte voor het individuele kind. Dat ik in de kantlijn van mijn taalschrift wel eens een hondje neerzette, dat was gewoon Marieke, die tekende graag. Natuurlijk waren er ook hobbels op de weg. Zo was hooggevoeligheid in die tijd nog helemaal niet in beeld, waardoor toen al een belangrijk deel van mij niet gezien werd. Een deel wat ik daarom uit noodzaak begon weg te stoppen.


Steeds voller hoofd, steeds stiller lichaam

Hoe anders dan het rustige dorpsschooltje was de middelbare school voor mij. Ik ging naar de Grote Stad (Groningen), naar een school met 800 tot 1000 leerlingen. Pubers, die rookten op het schoolplein en ruzie zochten met de docenten. Die laatsten zagen na jou nog vijf klassen met andere kinderen. Vooral zwaar vond ik de uren van stilzitten. Een heel uur op een stoel, luisteren en moeten doen waar mijn hart niet lag. Van pure ellende nam ik een houtblokje mee uit het technieklokaal en begon onder de les met mijn breekmes er een rondje van te slijpen. Totdat de wiskundeleraar het zag en er een stekende opmerking over maakte, waardoor de klas mij vrolijk uitlachte. Ik mocht niet meer tekenen tijdens uitleg, of in de kantlijn van huiswerk. Als ik ontspannen op mijn stoel zat, werd ik zelfs door mijn klasgenootjes gecorrigeerd. Rechtop zitten, ogen op de docent, stil zijn. Van het stilzitten kreeg ik het ijskoud. Mijn lichaam had beweging nodig! Ook om al die informatie van mijn hoofd mijn lijf in te krijgen. Nu stapelde het zich op. Mijn hoofd werd voller en voller en mijn lichaam stiller en stiller. Gevoelig als ik was, reageerde ik tevens erg op de onpersoonlijke en vaak disharmonische sfeer in de klas. Ik zat soms huilend in de klas (door andere omstandigheden) en de docent zag het niet (of deed alsof). Wat mijn leven daarbij erg stressvol maakte, waren het constant beoordeeld worden (5,5 of hoger!) en het huiswerk. Opeens volgde school me tot in mijn veilige haven! Maar goed, ik was een brave leerling die geen heibel schopte, dus niemand maakte zich zorgen.

One size fits all

Op mijn zeventiende was het tijd om een carrière te kiezen. Ik koos Diermanagement (na een jaar Communicatiesystemen, maar deze omschrijving geldt voor beide). Ik hield van dieren, mensen en vormgeven en volgde mijn hart. Weer liep ik echter tegen de manier van lesgeven aan. Enorme leerboeken; soms wel 1000 pagina’s vol met informatie, tot in de kleinste, meest zinloze details. Stilzitten. Soms 3 uur achtereen in hetzelfde hoorcollege. Het woord zegt het al: je mag alleen horen. In een donkere zaal zonder daglicht staarden we naar de docent die opdreunde wat er op de powerpoint-presentatie stond. Ook nu werden intuïtie en contact met je lichaam totaal niet belangrijk geacht. Je hoofd, daar ging het om. Daar moest in zo’n kort mogelijke tijd zoveel mogelijk kennis in. Ook nu weer keiharde deadlines, begin- en eindtijden en regels. Voor een gevoelige Marieke soms niet te volgen. Dan stond er op BlackBoard een melding dat we naar lokaal B moesten in plaats van A en kregen we een mailtje dat de deadline van ons huiswerk toch verschoven werd. O ja en als je kijkt op de monitor in de hal, dan zie je de actuele lestijd van je vak. Al die kanalen, al die regels en prikkels, het werkte niet zoals ik werkte. Maar ik moest maar werken zoals het systeem werkte. En ik wilde het zó graag goed doen, dat ik me krampachtig aan probeerde te passen.

Welkom in de ratrace

Het zal je niet verbazen dat ik, na zoveel jaren training, op diezelfde gestreste en hoofdige manier mijn werkende leven in stoomde. Met totale veronachtzaming van mijn lichaam, gevoel en geestelijke gezondheid. Terwijl mijn systeem mij zoveel te vertellen had! Het reageert feilloos op sferen, subtiele zintuigelijke prikkels en mijn interne ‘klimaat’. Dit heb ik allemaal moeten leren toen ik in een zware burn out belandde en niet begreep waarom ik niet met het systeem mee kon komen. Ik voelde me niet goed genoeg, falend.


Kinderen van nu

Ik deel deze ervaring, omdat er steeds meer hooggevoelige kinderen geboren worden. Dit noemt men ook wel nieuwetijdskinderen. Kinderen die een rijk gevoelsleven hebben, creatief en intuïtief zijn en subtiele prikkels opvangen. Kinderen die het nodig hebben in contact te staan met zichzelf en de natuur. Die tussen de sommetjes door misschien even willen bewegen, of hondjes in de kantlijn moeten tekenen, om hun hersenhelften in balans te brengen. Kinderen voor wie grote groepen en een op correctie gerichte hiërarchie niet werken. Kinderen die soms moe en overprikkeld zijn en dan niet kunnen functioneren, ook al wil de school van wel. Mijn hart gaat uit naar deze kinderen.

Levenslessen en carrièrelessen

Wat was mijn leven anders gelopen als we op school geregeld aardingsoefeningen hadden gedaan. Als we vrijer mochten bewegen en tekenen. Als ik meer had mogen leren wat bij mij past en waar mijn talenten liggen. Als er lessen waren geweest gericht op hoe overprikkeling werkt. Levenslessen, in plaats van enkel carrièrelessen. Aangeboden op een plezierige, stimulerende manier. Meer in de natuur! Hiermee wil ik overigens niet leerkrachten in een kwaad daglicht stellen. Het gaat mij om het schoolsysteem. Ook voor veel docenten werkt dit systeem niet. Te veel kinderen onder je hoede hebben, bijvoorbeeld: dat is bij voorbaat al een gefaalde missie. Zonde dat het talentvolle leerkrachten op onmogelijk gemaakt wordt om kinderen te helpen.

Tijden veranderen. Dit filmpje van Prince Ea verwoordt, mooier dan ik zou kunnen, hoe het schoolsysteem ook zou moeten veranderen. Je gaat een vis -die uitstekend kan zwemmen, toch niet dwingen in een boom te klimmen? Ieder kind is uniek en met de toename van hooggevoelige kinderen (en dus mensen) wordt het des te belangrijker om juist die uniekheid te laten stralen.

P.S. Vanaf maart 2020 bied ik holistische kindercoaching aan. Mail of bel gerust voor meer informatie. Lees hier meer over dit aanbod.

Dana, geven uit het hart

Onlangs was ik op retraite, van Wake Up, de jongvolwassenen-tak (ja daar hoor ik nog bij!) van Plum Village. Plum Village is weer een centrum vanuit de leer van Thich Naht Hanh. Een boeddhistisch leermeester. Wake Up heeft diverse groepen door Nederland, ook in Groningen. Deze groep komt wekelijks bij elkaar om te mediteren en mindfulness te beoefenen. Omdat deze avonden zo verrijkend voor mij zijn, leek een hele retraite hiervan me wel iets voor mij. En dat was het! Ik deel graag een paar inzichten die ik heb opgedaan in die vier dagen. Deze keer: geven en ontvangen.

Een onderdeel van de filosofie, leer, of hoe je het wilt noemen, is Dana. Dana is geven, onbaatzuchtig, vanuit het hart. Dit is een spirituele beoefening voor de gever zowel als de ontvanger. Voor de gever is het een oefening, omdat deze iets opoffert (geld, tijd, energie, …) ten gunste van een ander. Zonder dat het moet en zonder iets terug te verwachten. De ontvanger oefent in deze situatie met het ontvangen. Zonder iets terug te willen doen, of er andere verantwoordelijkheden aan te hangen. De deelnemers werden uitgenodigd om gedurende de retraite met Dana te oefenen; zomaar iets doen voor een ander. In mijn geval was ik eerst de ontvanger. 

We zaten in de meditatieruimte en zouden yoga gaan doen. Hiervoor had iedereen een matje en een zitkussen nodig. Ik had nog geen zitkussen. Een meisje zag dit en gaf het aan me. Met een glimlach. Dit deed meer met me dan ik vooraf had gedacht. Het is heel fijn als iemand je ziet en iets liefs voor je doet, merkte ik. Ook al is het iets simpels als een kussen voor je pakken, dat vijf meter bij je vandaan ligt. Wat ik verder merkte, is dat ik vanaf dat moment dat meisje lief vond en haar ook meer zag. Liefde die groeit door te delen.

Toen was ik een dappere gever. Ik zeg dapper, omdat ik dit deed voor iemand waar ik lichte antipathie voor koesterde. Soms heb ik dat, dat ik iemand al bij de eerste blik niet mag. Tegenwoordig erken ik dit gevoel en neem het serieus. In die zin, dat ik de persoon niet zelf opzoek. Mijn gevoel vertelt me iets en wellicht is daar een reden voor. Wel probeer ik een open vizier te houden en de persoon niet te veroordelen op het gevoel. Want mogelijk komt mijn voorgevoel slechts voort uit een eigenschap die ik bij de persoon zie, die ik niet leuk vind van mezelf. Het spiegeleffect. Natuurlijk heb ik daar nóóit last van, maar toch.

Enfin, de persoon in kwestie at aan dezelfde tafel als ik. Ik was eerder klaar dan hij. Opeens voelde ik het: dit was mijn kans om met Dana te oefenen. We wasten altijd zelf onze borden en bestek af, direct na het eten. Ik bood, meteen reagerend op mijn impuls, de persoon aan om zijn spullen ook af te wassen. Dat was akkoord en hij reageerde blij verrast. Door die reactie groeide mijn waardering voor deze persoon. En mijn zelfbeeld werd ook een beetje opgekrikt. Kijk mij nou eens lief doen voor de mensheid! En ook nog eens iemand waar ik weerstand tegen heb! Knap hoor. Na deze gulle actie van mij, merkte ik dat mijn gevoel bij de persoon echt was veranderd. Zijn dankbaarheid en vriendelijkheid zien, deed kennelijk een ander beeld van hem oplichten. De irritatieprikkels waren drastisch verminderd. En dat is toch voor iedereen fijn…

Door de aanmoediging aan het begin van de retraite en de mensen die hierop ingingen, werd Dana steeds normaler; een sneeuwbal-effect. Als je stond af te drogen, pakte je makkelijk ook even het bord van je buurvrouw mee. Of je bood je hulp aan, als je dacht dat deze gewenst was. De sfeer werd door al dat geven en blij ontvangen heel vriendelijk, liefdevol. Een lichte, ontspannen sfeer. Ter contrast: kijk eens hoe we soms met elkaar omgaan in het verkeer. Even haperen bij het stoplicht en er wordt getoeterd. Mensen die zich persoonlijk aangevallen voelen als een medeweggebruiker voor oponthoud zorgt. Voelen dat je allemaal mens bent en begrip hebben voor elkaars plussen en minnen, kan zoveel veranderen. Een beetje geven (van je tijd, je vriendelijkheid, …) geeft nog veel meer terug. Het mooie daarbij is dat het zich verspreidt. Toen ik het kussentje ontving van het meisje, kreeg ik ook zin om iets liefs te doen voor iemand. 

Geven uit het hart in een maatschappij waarin veelal geleerd wordt je af te sluiten voor anderen, kan lastig zijn. Je liefdevolle daad kan anders geïnterpreteerd worden. Bedenk je dan dat het gaat om jouw intenties. Jij gaf liefde, Dana. Wat die ander daarmee doet, is aan hem of haar. Daar heb jij geen invloed op. Wellicht, als diegene verder is in zijn leven, denkt deze nog eens terug aan jouw daad. En ziet dan wel jouw intenties. En geeft dan misschien het cadeau van liefde door. 

Voor info over Wake Up, kijk op: www.wkup.org.

Niet in mijn straat!

Praktijk Marieke wenst u veel plezier met de volgende scripted reality.

Hij zag haar wel, bijna elke dag, vanuit zijn tuin. Ze liep daar een beetje te flaneren, alsof de straat van haar was! “Ze zijn allemaal hetzelfde, allemaal,” bromde hij, terwijl hij zich terugtrok achter de struiken. Dit was niet zijn eerste rodeo. Jarenlang zag hij ze komen en gaan. En allemaal hadden ze het op hem gemunt. Ze hoefden maar het idéé te hebben dat hij er was, of het begon al. Zijn ervaringen waren zwart, inktzwart, als de haren van zijn vacht. Er mochten dan ook vrolijke witte sokjes bij zitten, die vrolijkheid zag je niet terug in hemzelf. Die hadden Zij hem afgenomen. Met hun kwijlende bekken, hun vieze natte neuzen, dat oorverdovende geblaf en hun niet te houden drang om hem dwars te zitten. Hèm, een keurige burger van de kattengemeenschap.

Zelf zat hij nooit iemand dwars. Hij ging zo’n beetje zijn eigen gang. Je kon het aan iedere poes in de straat vragen, ze zullen het bevestigen. ‘Leven en laten leven,’ dat was zijn motto. (Daarbij sloot hij muizen en musjes uit- die waren van een lagere soort, dat wist iedereen.) Toch vonden die hondenwezens het elke keer nodig om hem de stuipen op het lijf te jagen. Nog een Godswonder dat de mensen de helderheid van geest hadden om de meesten aan te lijnen. Anders zou hij hier nu niet meer zitten, dat wist hij zeker. “Uitschot, allemaal!” Door de schutting keek hij haar na. Hij durfde tegenwoordig al niet eens meer rustig te vissen in de sloot hiernaast. Er moest iets veranderen, zo kon het niet langer.

“als ze hem nu gezien had, was hij kansloos”

En zìj kon daar wel eens een rol in spelen. Hij observeerde haar al geruime tijd. Hoezeer hij ook een hekel aan haar had, hij kon haar niet uit zijn hoofd zetten. Er was iets anders aan haar. Het begon al de eerste keer dat ze langs zijn huis liep. Die dag was hij een beetje in het groen rond de tuin aan het rommelen. Hij had zichzelf toegestaan zijn aandacht te laten verslappen. Zodoende had hij gemist dat ze eraan kwam. Zijn schrik was groot, toen ze opeens op enkele meters afstand van hem stond. Langzaam trok hij zich achterwaarts terug, de bosschage in. Zijn ogen, groot als schoteltjes, strak op haar gericht. Hij kon geen kant op, als ze hem nu al gezien had, was hij kansloos. Inwendig vervloekte hij die ‘rotbeesten’. Tot zijn grote verbazing, echter, liep ze hem straal voorbij. Ze gunde hem geen blik waardig! Verward stak hij zijn kop uit het gemeentelijk groen en keek haar na. Nee hoor, niks.

Vanaf toen is hij haar scherp in de gaten gaan houden. Zonder dat ze het doorhad, volgde hij haar door de straat. Hij stond om hoeken van schuttingen te gluren en bewoog vanonder geparkeerde auto’s met haar mee. Als ze zich omdraaide, dook hij snel weg. Hij kende de straat immers als zijn broekzak. Ja, verstoppen kon je aan hem overlaten!
Na verloop van tijd merkte hij dat hij op haar begon te wachten. Als ze een ochtend niet kwam, bespeurde hij zelfs een lichte teleurstelling bij zichzelf. Onverdraaglijk was dat. Een hondenhater in hart en nieren zit toch zeker niet te verlangen naar zo’n akelig schepsel! Minoes van hier schuin tegenover had hem onlangs aangesproken. “Gaat het wel goed met je?”, vroeg ze, met een ernstige frons op haar cyperse snuit. Ze vertelde dat ze hem een aantal keer had gezien, terwijl hij zijn spionagepraktijken uitvoerde. “Maak je niet druk,” had hij afwerend gereageerd. “Dit is allemaal voor de veiligheid van onze buurt. Dit is een nette straat en ik zorg er gewoon voor dat het zo blijft!” Wat hij nooit zou toegeven, is dat Minoes hem in verlegenheid had gebracht, door hem met zijn gedrag te confronteren. Ergens wist hij ook wel dat hij een beetje aan het doorslaan was. Maar wat kon hij anders?

Al zijn woede jegens het hondenvolk had zich in zijn wezen opgekropt. Door zijn observaties had hij begrepen dat zij kwetsbaar was, een zwakkeling. Hij wist nu zeker dat ze hem een paar keer had gezien; ze hadden oogcontact gehad. Donkerbruine ogen, in een peper-en-zoutkleurig gezicht. Ze was al oud. Bij die ontmoetingen had zij nooit een poging ondernomen hem op stang te jagen. Sterker nog: doorgaans keek ze vlug de andere kant op en vervolgde haar weg. Bij hem vandaan. Alsof hij een paria was! Het was gewoon niet te verteren. Haar verlegen gedrag maakte ook een nieuw gevoel in hem wakker. Hij voelde voor het eerst een beetje macht naar een hondenbeest. “Er moet iets gebeuren,” herhaalde hij in zichzelf. “Het zijn rotzakken, allemaal!”

“Ze kwam dichterbij en zijn spieren spanden zich”

Die bewuste ochtend was het zover. Hij had besloten dat het nu moest gebeuren. Als zij weer kwam, zou het moment daar zijn. “Ze zullen boeten voor hun wangedrag!” Gromde hij. Zoals verwacht kwam ze weer. Haar haren waren nat van het zwemmen. Even flitste door hem heen hoe dat eruit gezien moest hebben. Haar grijzende poten plonzend in het water. Snel riep hij zichzelf tot de orde. Van tevoren had hij de perfecte plek uitgezocht. De laurierkers naast de sloot was zijn basiskamp. Ze kwam dichterbij en zijn spieren spanden zich, zijn pupillen werden groot. In een flits gebeurde het, er was geen tijd om na te denken. Ze liep voorbij en hij sprong uit de bosjes. Wham! Met een doelbewuste haal sloeg hij haar op haar flank. Ze keek geschrokken om. Haar donkerbruine ogen vonden de zijne. Hij zag de verwarring en de pijn. Om zichzelf een houding te geven, bleef hij stoer staan, met zijn rug bol en zijn haren overeind. Een lichte brom, voor extra effect. Ze droop af, hij volgde haar, onbevredigd als hij was. Waarom hij haar nu nog volgde, wist hij zelf eigenlijk ook niet. Het gevoel van macht maakte hem licht in zijn kop en nog een aantal keer kwam hij dreigend dichtbij haar staan. Ze moest goed weten dat hij het zo wéér zou doen, als hij de kans had. De mens die zij had, gooide uiteindelijk roet in het eten. Deze ging telkens tussen hen in staan. Ze had zelfs het lef om “dat is onaardig van je” tegen hem te zeggen. Ach, wat wist een mens nou van kattenzaken?! Ondertussen liep Zij in looppas weg, haastig om bij hem vandaan te komen. Hij wilde niet dat ze ging.

Later die dag zat hij in de schaduw onder het tuinbankje. Hij wilde rusten, maar kon de slaap niet vatten. Het was hem gelukt: hij had wraak genomen op die monsters die hem al zijn hele leven dwarszaten. Die monsters, die de straat van de kattengemeenschap wilden overnemen. Zij, met hun hangende tongen en lompe poten. Waarom voelde hij zich niet voldaan? Hij speelde voor zijn geestesoog beelden af over de ellende die honden zijn. Dit keer hielp dat niet. Het voedde hem niet meer. In plaats daarvan zag hij telkens haar ogen. Gekwetst, verbaasd. Zacht. Een overweldigend gevoel van schaamte en spijt overviel hem. Hij had haar niet willen slaan. Hij had met haar mee willen wandelen, kopjes willen geven tegen haar natte vacht. Hij wilde dat ze blij reageerde als hij met zijn staart omhoog naar haar toeliep. De haat in hem had gesust moeten zijn, met zijn revanche. Nu besefte hij echter dat hij geen recht had doen gelden. Nee, zonder dat hij het doorhad, had de haat hem gegijzeld. Wat een verspilde tijd! Daar, zittend onder het tuinbankje, maakte hij het besluit vanaf nu met zijn staart omhoog op haar te staan wachten. Vanaf nu zal hij haar verwelkomen in zijn straat- en zij zal hem verwelkomen in haar hart. Een tweede start voor een knorrige oude kater, dat moest toch kunnen? Hoe meer hij erover nadacht, hoe lichter hij zich voelde. Ja, vanaf nu zou hij openlijk blij zijn als ze kwam en- wat zou het ook, als zij dat wilde zou hij dat bij al haar soortgenoten doen! Als mister Scrooge uit ‘a Christmas Carol’ danste hij op zijn tegel-bed, bevrijd van zijn haat en met zin in de toekomst. Vrolijke witte sokjes, huppelend in het rond.

N.B. Enkele details in dit verhaal zijn veranderd, om de anonimiteit van de hoofdpersonen te waarborgen. Oké en ik heb erg ingevuld hoe de kat in kwestie zich gevoeld zou hebben toen hij, na maanden mijn hond Lena geschaduwd te hebben, haar een pets verkocht. Maar het was uiteraard allemaal ten behoeve van het verhaal.

Het sprookje van het hart

Lang geleden was er eens een hart. Het hart was vol van liefde. Hij hield van alles om hem heen: de prachtige natuur, de diverse stenen, de schitterende sterren, de verwarmende zon… Het hart voelde er zoveel liefde voor, de liefde straalde gewoon uit zijn wezen. Die stralen bereikten op hun beurt al wat het hart zo liefhad. Ze streelden de blaadjes, de ruwe flank van de bergwand… Ze reikten zelfs tot de sterren en de zon. Deze verwarmende liefde deed al deze schepselen oplichten van blijdschap. In reactie straalden zij hun liefde terug naar het hart. Het hart baadde vol overgave in deze weelde van liefde, van het kleinste bloempje tot moeder Aarde zelf en ver daarbuiten.

Er kwam een moment, dat het hart meer wilde ervaren van deze bijzondere wezens om hem heen. O, als hij eens zou kunnen voelen hoe hun uiterlijk voelde! Hij begon hiernaar te verlangen. Hoe zou de rots voelen? En het gras? Fysiek zijn liefdesstralen over te brengen aan zijn vrienden- wat zou dat mooi zijn! Hij verlangde er zo naar, dat hij handen liet groeien aan zijn eigen wezen. Handen, met een gevoelige huid, om hun omgeving te betasten en verkennen. Hij stak een vinger uit en voelde een grassprietje. Miraculeus! Zo lang, dun en glad- maar toch ook niet. Zo fier overeind en toch zo buigzaam. Hij hield van het contact met de grasspriet, voelde zich nog meer overtuigd dat hij niet alleen op deze plek was. Zijn handen werden dapperder en tastten verder. Hij zette een vlakke hand op een grote steen. De steen was warm van de zon en voelde lekker glad aan, met hier en daar ribbeltjes. De steen vibreerde van plezier om dit tastbare contact. Enthousiast voelden de handen van het hart om zich heen.

Na een tijdje merkte het hart dat hij beperkt was in wat hij kon betasten. Hij was nog lang niet klaar met het nader kennismaken met zijn vrienden! Eerst maakte hij de reikwijdte van zijn handen groter, door armen te creëren. Dat hielp even. Algauw had hij echter door, dat de wereld nog veel groter was. Het hart zat stil te denken hoe hij toch bij de berg en het bos kon komen. Toen wist hij het: hij zou zich erheen bewegen, zijn hele wezentje, zodat hij overal met zijn handen kon voelen! Zo ontstonden twee benen en voeten, die het hart droegen naar waar hij maar wilde. Lange tijd was het hart vol van vreugde en voelde aan al zijn vrienden. Hij hield ervan de bast van de wilg te voelen, met al zijn groeven. Hij hield ervan de berg op te klimmen en het zachte mos aan te raken. Hij hield ervan om handen vol zand vast te houden en dan weer door zijn vingers te laten glijden. Wat had het hart een plezier met al deze wonderen om hem heen! En alles wat hij bezocht, beantwoordde zijn oprechte interesse en liefde steeds weer met hun terugkerende stralen van liefde. Ze vonden het erg fijn om erkend te worden en dat het hart zo in hen geïnteresseerd was.

Door al dat voelen ontstond er echter nog meer nieuwsgierigheid bij het hart. Hij wist nu hoe de stenen en het gras voelden, maar zou hij ze ook nòg beter kunnen leren kennen? En zou hij de berg ook kunnen waarnemen, terwijl hij hier op zijn eigen plekje zat? Misschien wel tegelijk met het gras en de stenen? Het was een puzzel. De zon bemerkte de overpeinzingen van het hart en stelde hem voor om te leren zien. De maan viel hem bij en meldde dat zij en de zon ervoor zorgen dat wezens kunnen zien. Dat doen ze met licht; met de stralen die zij op al wie onder hen leven laten rusten. Geboeid ontving het hart deze vriendelijke tips. Hij besloot te willen zien. Met zijn intentie vormde hij twee ogen, waarmee zijn wereld ineens veel groter werd. Nu kon hij tegelijk de berg, het gras en de stenen zien- en het bos en de zon en veel meer! En wat waren ze mooi! Voor het eerst zag hij hoe de wind golven in het gras veroorzaakte en de zon schitteringen in het water. Hij zag dat er bruine stenen waren, blauwe, groene en gele… Het hart ging van puur plezier nòg meer te gloeien van liefde. Hij leek wel een zonnetje, zoals hij straalde! De wezens om hen heen genoten van het schouwspel. Het hart keek zijn ogen uit.

Nu de zon en de maan het hart zo goed geholpen hadden, wilden de andere schepsels ook meedenken. Ze wilden het hart alle mogelijkheid geven om zijn liefde voor hen te ervaren. De vlier nodigde het hart uit om een neus te laten groeien- haar bloesems moesten beslist geroken worden! De beek vond dat oren noodzakelijk waren om zijn heerlijke geruis over de kiezels te horen. Hij liet zien dat het soms hard was, als de wind waaide, en soms heel zacht. Het hart was maar al te gretig om deze tips te ontvangen. Nu hij ervoer hoe heerlijk het was zijn liefde op verschillende manieren te delen, stond hij zeker open voor meer mogelijkheden! Maar een hart alleen, dat is lastig als je voeten en benen, oren, ogen enzovoort moet dragen en verzorgen. Daarom ontstond er gaandeweg een compleet plan: met spieren, een manier om energie uit eten te halen, een deel dat alles aanstuurde, … Het hart veranderde in een veel complexere vorm. Tussen zijn benen en armen vormde zich een romp. Zijn ogen, oren en neus werden gedragen door een hoofd. Uiteindelijk nam het hart de gestalte aan van een mens. Als mens straalde het hart als nooit tevoren, dankzij al die manieren om van zijn vrienden te houden en hun liefde terug te ontvangen.

Hij en zijn medeschepselen waren diep gelukkig met deze vorm van het hart. Het hart-mens klom in de wilg en luisterde naar het ruisen van diens blaadjes. Het ging zwemmen in de beek en rook aan de talloze, kleurrijke bloemen. Elke dag vond hij een nieuwe manier om met zijn geliefde medeschepsels te spelen. Geïnspireerd volgden daarna vele harten, die elk weer voor een net even andere uitvoering kozen. En van binnen bleven ze allemaal hart- zelfs meer dan ooit met al deze prachtige uitingsvormen.

Dit is mijn beeld van hoe de mens is ontstaan en wellicht alles dat leeft. Een uitingsvorm om elkaars liefde te waarnemen. Het is een sprookje, waarvan ik hoop dat de boodschap jouw hart ook mag laten stralen :-).

De leraar die een kip was

Het is tijd voor mijn eerste blog! Graag wil ik beginnen met het eren van enkele leraren die ik op mijn pad heb gehad. Dat zijn er ontzettend veel geweest – en er zullen steeds meer bijkomen.

Het gangbare beeld van een spiritueel leraar is vaak dat van een verlicht meester. Zo iemand waarbij men te allen tijde, met alle soorten problemen terecht kan. Grote voorbeelden zijn Jezus en Boeddha; zij hebben zelfs grote religies doen ontstaan. Het is geruststellend om te kunnen geloven dat er een persoon is die alles weet. Toch is het naar mijn idee niet nodig om één goeroe te vinden, waar je je langdurig aan toewijdt. Je kan het veel dichter bij huis zoeken. Een wijze les zit soms in een klein hoekje.

Het belangrijkste hiervan is dat je het kunt zien. We leven momenteel in een maatschappij die voornamelijk gelooft in ‘waarheden’ die op een bepaalde, vastgestelde manier zijn aangetoond. Ik doel hiermee op de (moderne, westerse) wetenschap. Deze heeft ons veel kennis geleverd. Het heeft echter ook de ‘waarheid’ die je van binnen voelt doen ondersneeuwen. Terwijl deze ‘waarheid’ naar mijn beleving minstens zo betrouwbaar is! Alleen al omdat wij het resultaat zijn van talloze generaties aan leerervaringen. Ik schrijf overigens ‘waarheid’ tussen aanhalingstekens, omdat ik er niet zeker van ben dat er zoiets als ‘waarheid’ bestaat. Ik doel hier vooral op iets waarin je oprecht gelooft dat het op dit moment is zoals het is. Een voorbeeld van een gevoelde ‘waarheid’ (gaan die aanhalingstekens je al irriteren? Ik ben er nu mee begonnen, dus kan er helaas niet mee stoppen…) : wanneer je aan iemand denkt en een ogenblik later belt diegene jou. Je verstand wil misschien zeggen dat het toeval is, maar in je hart voel je ‘hé, daar was even een verbinding tussen die persoon en mij.’

Het zien en accepteren van ‘kleine leraren’ is ook zo’n gevoels-‘waarheid’. Als je ervoor open kunt staan, heb je toegang tot een eindeloze wereld aan lessen. Vaak leuk, soms confronterend. Een terugkerende lerares in mijn leven is bijvoorbeeld mijn hond Lena. Omdat zij erg op mij afgestemd is, voelt zij feilloos aan wanneer ik iets zou kunnen verbeteren. In depressieve episodes heb ik me wel eens willen verstoppen door lang TV te kijken. Lena greep dan uiteindelijk in, door mij op allerlei manieren af te leiden. Een favoriete manier was en is haar ‘angry stare’: ze staart me dan eindeloos op een strenge manier aan. Hierin kon ik kiezen: of ik bedacht met mijn hoofd dat het maar een dier is, egocentrisch bovendien. Of ik voelde de resonantie in mijn hart: wat ik nu doe is inderdaad niet bevorderend voor mijn welzijn. Door de boodschap te accepteren, had ik de keus om gezonder gedrag te kiezen. En dat deed ik dan ook (meestal…).

Een andere lerares was mijn kip Trijn. Zij had een les voor me die ik nooit zal vergeten. Ik had destijds drie kippen, Trijn, Truus en Toos (ik wil ze toch even noemen, want ze waren zooo leuk). Trijn had kennelijk de taak tot voortplanting op zich genomen. Een hopeloze taak, gezien het gebrek aan hanen in haar omgeving. De kippen liepen los in de tuin en het viel al snel op als Trijn broeds was. Ze ontbrak in die fases in het scharrelende groepje. Dan zat ze met een ijzeren focus op een paar eieren in de legbak. Om haar zo snel mogelijk uit haar broedse staat te halen, tilde ik haar telkens van de eieren af. Ik zette haar dan in de tuin, zodat ze wat kon scharrelen en eten (want daar was natuurlijk geen tijd voor tijdens het broeden). Maar Trijns koppie stond absoluut niet naar die dagelijkse dingen. Dus wat ze dan deed was alles afraffelen: ‘eerst deden we altijd wat scharrelen, zo, hup, schoffeltje hier, schoffeltje daar. O ja en dan stofbaden, rol, rol, en gauw verder. Eten naar binnen schrokken, slok drinken en –hop- snel op bed!’ Het zag er niet uit. Ik zou bijna zeggen: als een kip zonder kop. De les die mij hier werd getoond was hoe bizar wij mensen eigenlijk zijn als wij dingen op de automatische piloot afdraaien. Zonder bezieling, zonder bewuste aandacht. Alles afraffelend, om bij een (denkbeeldig) doel te komen. Als een stel broedse kippen! Als ik nu weer teveel in mijn hoofd zit en te weinig echt aanwezig ben, zie ik Trijn voor me. Dan realiseer ik me weer dat ik niet zo door het leven wil gaan.

Zo heb ik nog veel meer mooie voorbeelden van leraren. Kijk maar eens om je heen en probeer te voelen wanneer je een lesje aangeboden krijgt. Sceptisch? Begin dan hypothetisch: ‘stel dat dit een les is…?’ Uiteindelijk is de winst vooral dat jij groeit door dit soort situaties. Ik hoop dat jij, met mij, in ieder geval lerares Trijn wilt omarmen en haar boodschap met je meeneemt. Als reminder om bewust te zijn, waar je ook bent. Want anders is het géén gezicht.

Trijn