Geef jij je kind hondenkoekjes?

De vakantie is voorbij, kinderen gaan weer naar school. Tijd voor een hernieuwde blik op de manier waarop kinderen leren. Want er zijn grote ontwikkelingen gaande in de inzichten hierover.

Fundamenteel probleem

Zo is er Alfie Kohn, een gerespecteerde persoonlijkheid in de wereld van opvoeding en schoolsystemen. Grappend, energiek en soms ronduit schreeuwend verkondigt deze deskundige in net pak zijn boodschap. Die boodschap is glashelder: er is iets fundamenteel mis met hoe wij kinderen laten leren. Grote mensen gaan er namelijk vanuit dat kinderen uit zichzelf verkeerd kiezen (uit luiheid, gemenigheid, etc.). Je kunt ze dan ook niet zomaar hun gang laten gaan. Een kind dient goed gemaakt te worden via correcties en beloningen.
Wat doet die overtuiging met kinderen? Volgens Kohn leren zij hierdoor van volwassenen: je bent alleen goed als je door onze hoepel springt.

Waarom haalde je een 10?

Dit beeld van kinderen komt van gedragswetenschappers (die voornamelijk dieren bestudeerden). Zij keken naar meetbaar gedrag bij hun studieobjecten. Hun focus was: hoe zorg je ervoor dat het studieobject gewenst gedrag laat zien? De essentiële fout hierin, aldus Kohn, is dat je niet weet waaròm een kind bepaald gedrag laat zien. Vraag ieder kind dat een 10 haalt op een toets waarom het een 10 haalde. Je zult allerlei verschillende antwoorden krijgen. Allerlei verschillende intrinsieke, onzichtbare, overtuigingen.
Cijfers scoren is overigens een vorm van het straffen en belonen waar de gedragswetenschappers mee kwamen. Kohn sleept overweldigend wetenschappelijk bewijs aan, waaruit blijkt dat het vormen van kinderen op basis van straffen en belonen (of corrigeren en aanmoedigen, of hoe je het wilt noemen) averechts werkt. Het is dus niet eens zo dat het effect mist, het werk averèchts! Zo zal een kind, dat beloond wordt voor het uitvoeren van een activiteit, daarna minder interesse laten zien in die activiteit. Bijvoorbeeld kleuren, of een snoepje schenken aan een vriendje. Eerlijk gezegd was dit voor mij een wereldschokkend inzicht: belonen is niet goed?!

Voor de lol, of voor een hondenkoekje?

Nee dus. Want: de reden waarom het gedrag wordt uitgevoerd verandert. Ging het kind eerst lekker kleuren omdat zij het leuk vindt; nu doet ze het om een beloning van een ander te krijgen. Om een vorm van een hondenkoekje te ontvangen. Daarmee wordt de intrinsieke motivatie en inspiratie de das omgedaan. Zelfs prijzende opmerkingen (wat knap!) bij een kleurplaat heeft dit effect al. Denk maar eens hieraan; vroeger tekende je als kind vast zelf ook. Gewoon voor de lol, lekker krassen en zo. Maar doe je dat nu nog? Zomaar voor de lol lekker krassen? Of moet het nu een bepaald resultaat opleveren? Het moet goed bevonden worden door die (inmiddels gezichtsloze) persoon die jou het hondenkoekje kan schenken. Je zag wellicht dat anderen beter konden tekenen en meer beloning kregen. En omdat je inmiddels tekende voor die beloning, verging je de zin om te tekenen.

Van delen naar egoïsme

Extra verontrustend is dat dit ook ontstaat bij belonen of straffen in sociale context. Een kind dat snoepjes deelt belonen, gaat dat minder doen, omdat nu hij niet meer vanuit zichzelf wìl delen. Hij ziet het nu als een taak om de volwassene te gehoorzamen. Het straffen voor niet delen van snoepjes heeft het effect dat het kind egoïstisch gaat denken: wat zijn de consequenties voor mij? In plaats van: waarom is delen goed?

Vraag naar de groene hond

Wat is het alternatief? Kohn waakt voor een al te pasklaar antwoord. Ieder kind is immers uniek, dus leer vooral het kind kennen. Wat je zou kunnen doen is vragen naar het proces. Puur uit interesse, dus pas op voor sturende vragen. Bijvoorbeeld: “wat is de reden dat je de hond groen hebt gekleurd?” Let op je intonatie, laat jouw oordeel buiten beschouwing en wees gewoon benieuwd naar je kind en zijn beweegredenen. (N.B. als je kind drie is, zou ik de vragen/opmerkingen wat simpeler houden.) Als je kind trots met de kleurplaat bij je staat, kun je benoemen wat je ziet: ‘een groene hond!’ Ook weer zonder oordeel. Kinderen vragen niet om jouw oordeel, ze zijn gewoon blij met wat ze gemaakt hebben en willen die blijheid delen met jou. Jij bent er om onvoorwaardelijk van ze te houden, of ze nu een groene of zwarte hond kleuren.
Overleggen wordt eveneens aangeraden; samen afspraken maken, inspraak geven en checken wat de reden is dat een kind iets doet. Leer haar, kortom, vaardigheden die ze als volwassene ook nodig gaat hebben.

Voor nu:

Ik zou zeggen; observeer eens hoe het met belonen en straffen zit in jouw omgeving. Wellicht kan je met de tips oefenen bij de kinderen waar je mee in contact komt (of met grote mensen, kan ook :- ) ). Ik ben altijd benieuwd naar jullie bevindingen, dus laat ze vooral weten.

In het volgende blog gaan we verder met de nieuwe inzichten!

Een gedachte over “Geef jij je kind hondenkoekjes?”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *